Julius Caesar • Het Zuidelijk Toneel

Kunnen woorden doden?


Regisseur Mirjam Koen ensceneert Julius Caesar van William Shakespeare, de eerste van zijn vijf grote tragedies. In een wereld vol list en bedrog navigeren Shakespeare's personages tussen eigenbelang en landsbelang. Naast de acteurs speelt in iedere stad een lokale drumband mee. Met ritmische en opzwepende muziek zijn ze een medespeler in dit politieke drama over een continu gevoel van persoonlijke onveiligheid en oorlogsdreiging.

Julius Caesar dreigt van Rome een monarchie te maken, om zo de absolute macht in handen te krijgen. Een aantal senatoren vreest dat ze totaal worden buitengesloten van het dagelijks bestuur. Afgunst en jaloezie voeren de boventoon. Ze stellen elkaar en zichzelf gewetensvragen: kan ik doorleven zonder in te grijpen? Maar ieder woord, al is het gefluisterd, kan dodelijk zijn. Een complot wordt gesmeed om Caesar te doden en zo de republiek te redden. Brutus, de meest gerespecteerde en gewetensvolle politicus, zal echter aan hun kant moeten staan, zodat het volk niet in opstand komt. Want een onrustig volk is een gevaarlijk volk.

Shakespeare portretteert tijdloos en meeslepend een groep mensen die niet langer kan toekijken. Hij laat hun handelen zien en de consequenties hiervan. De taal is het wapen van degene die spreekt en retoriek viert hoogtij. Julius Caesar handelt over een tijdperk op drift. De angst regeert en dat maakt het volk rijp voor manipulatie en demagogie.
 

regie Mirjam Koen tekst William Shakespeare vertaling Tom Kleijn  spel Guy Clemens, Justus van Dillen, Cas Enklaar, Han Kerckhoffs, José Kuijpers, Saar Vandenberghe, Mattias Van de Vijver, Xander van Vledder, Abel de Vries (stage) componist / muzikaal begeleider Rob Verdurmen slagwerk Julien Moussiegt, Che-Sheng Wu, Fiona Digney, Robin Eggers, Mei-Yi Lee, Marcel van Wensen aangevuld met lokale drumbands decorontwerp Marc Warning kostuumontwerp Arien de Vries lichtontwerp Gé Wegman dramaturgie Martine Manten kostuums Jolanda van de Ven, Jeanette van Vliet regie-assistent Tim Verbeek foto's Phile Deprez

Han Kerckhoffs brengt taal van Shakespeare met juiste dictie  ★★★

Een hoorcollege vermomd als theater, ook dat schreef Shakespeare. Julius Caesar (1599), de eerste van zijn vijf grote tragedies, kenmerkt zich in de eerste bedrijven door redeneerkunst en statische bespiegelingen. De spelers zijn verwikkeld in een samenzwering tegen veldheer Caesar, die een tiranniek leider dreigt te worden. IN de opvoering van Het Zuidelijk Toneel verbeeldt een in het zwart gestoken fanfarekorps de dreigende dictatuur. Het decor bestaat uit een imposante constructie van tralies die associaties oproept met het Colosseum, bouwwerk van macht. 
Cas Enklaar in de titelrol speelt een ongrijpbare Caesar, grimmig, soms met humor. Regisseur Mirjam Koen toont de moord op hem gestileerd: Enklaar stapt uit zijn jas en zijn hondse vijanden verscheuren het kledingstuk. Het decor raakt uit zijn voegen en stort ineen.
Han Kerckhoffs brengt de taal van Shakespeare, als een van de weinigen, met juiste dictie en helderheid. In de grote monoloog tot het Romeinse volk over individueel belang versus landsbelang bereikt Kerckhoffs grote hoogte: zelfs al zijn zijn woorden retorica, met zijn slimme taal weet hij óók de toeschouwers te winnen.
Gelukkig treft de regie in de laatste bedrijven overtuigend de kern: na Caesars dood ontaardt de maatschappij. De bestaande orde is met grof geweld vernietigd. Geheimzinnig is Enklaar die als een dolende schim Brutus terroriseert, tot de moordenaar vertwijfeld zelfmoord pleegt. Er is met al dit geweld niets gewonnen.

Kester Freriks

NRC Handelsblad

Julius Caesar ★★★
Shakespeare volgens het boekje: langdurig en soms wat droog

Onder feestelijk tromgeroffel wordt een meer dan levensgroot portret de lucht in gehesen, een mooie kop in zwartwit: het portret van een staatsman, Julius Caesar (Cas Enklaar), leider van de Romeinse republiek. En je weet: dit portret hangt er niet lang. Even later komt het met donderend geraas weer naar beneden. Caesar is vermoord, slachtoffer van een complot. Rome siddert.
Vormgever Marc Warning heeft de eeuwige stad voor de voorstelling van Het Zuidelijk Toneel fraai neergezet. Zijn decor verwijst naar beroemde gebouwen, maar tegelijk kun je er ook een wirwar van steegjes in zien, een labyrintische plek waar mensen zich kunnen verbergen, ongezien iets kunnen bekokstoven. Steeds verandert de stad van aangezicht totdat ze bijna bezwijkt onder het kwaad. Want het gaat er niet lekker aan toe in het Rome van rond 45 voor Christus, dat weet Shakespeare helder over het voetlicht te brengen in zijn Julius Caesar (1599). 
HZT brengt nu het stuk in regie van Mirjam Koen. Het volk van Rome wordt verklankt door leden van de plaatselijke fanfare - de lokale band van elke stad die de voorstelling tijdens haar toernee aandoet. Een mooie vondst: gemor, feestelijkheden, een intermezzo, het wordt door de slagwerkers prompt opgepakt.
Tegen die achtergrond ontrolt zich het verhaal van de samenzwerende figuren, onder wie de kleurrijke Cassius (José Kuijpers), de gemotiveerde Caska (Xander van Vledder) en niet in de laatste plaats, Brutus (Han Kerckhoffs) de integere, nobelste der Romeinen, die met de moord een hoger maatschappelijk doel denkt te dienen.
Enklaar heeft als de levende leider een korte maar krachtige inbreng. Vervolgens blijft hij als de geest van Caesar ronddolen, een beetje stoken en gewetenswroeging voeden. Daar komen mooie scènes uit voort, zoals de ruzie tussen Cassius en Brutus, die stiekem best grappig is. Maar vaak ook is deze Julius Caesar een serieuze aangelegenheid: volgens het boekje, met lange Shakespeariaanse verhandelingen en vergelijkingen, een eerbetoon aan de taal, maar in een onbewaakt moment ook een tikkeltje droog.
Enerverend moment is altijd de gewiekste afscheidsrede van Marcus Antonius bij de dood van zijn geliefde Caesar (‚Vrienden, Romeinen, Landgenoten. Leen mij uw oor.’). Guy Clemens houdt zijn speech als een volleerd politicus, knap met de klemtonen, mooi de zaal in (ver ook, hij stapt over de stoelen van de eerste rijen), duidelijk in zijn boodschap. Toch mis je, net als bij de andere personages, een wat diepere emotionele betrokkenheid. Er worden tranen geplengd, er schemert wel iets van wanhoop, woede, maar dan is het over tot de orde van de dag en de volgende scène. De voorstelling zou iets meer vuur kunnen gebruiken.

 

Karin Veraart

De Volkskrant

Sterk spel in Julius Caesar door Het Zuidelijk Toneel

De beroemde laatste woorden van Caesar luiden: "Ook jij Brutus?" Shakespeare had zijn stuk net zo goed Brutus kunnen noemen, want hij is het centrale personage in dit historische stuk over de Romeinse republiek. In Brutus wordt het spanningsveld tussen persoonlijke relaties en maatschappelijke verantwoordelijkheden in het leven van een politicus het meest zichtbaar.
De historische gebeurtenis speelt zich af een halve eeuw voor Christus. Caesar is zeer geliefd bij het volk. Als hij zich steeds minder laat beïnvloeden door zijn omringende politici groeit bij hen de angst dat Caesar alleenheerser zal worden en dat men hem tot koning zal kronen

Volgens Cassius en Brutus brengt dit de vrijheid in gevaar. Brutus, één van de beste vrienden van Caesar, wordt dan door Cassius bij het moordcomplot betrokken en samen met nog drie politici plegen zij de moord. Om hun daad naar het volk te te rechtvaardigen houdtBrutus een rede die hij voor het volk zeer overtuigend weet te brengen. Vervolgens krijgt de beste vriend van Caesar, Marcus Antonius, het woord en in zijn beroemd geworden rede haalt hij de moordenaars op slinkse wijze onderuit. Deze monoloog is één van de meest geraffineerde in het werk van Shakespeare en wordt door Guy Clemens schitterend vertolkt. Wat volgt is een strijd tegen de moordenaars die eindigt in dood en zelfmoord.

De teksten komen helder over en het spel van de hele cast is goed. Vooral sterk spel door Han Kerckhoffs als Brutus, José Kuijpers als Cassius en Cas Enkelaar als Caesar. De gebeurtenissen, die een steeds dramatischer verloop hebben, worden ingeluid en begeleid door slagwerkers. Regisseur Mirjam Koen laat bij iedere voorstelling een lokale drumband meespelen. In Zwolle is dat de drumfanfare Nooit Gedacht Windesheim.

Marc Warning heeft een decor ontworpen dat lijkt op een maquette van de straatjes in Rome waar het volk vrij spel heeft tegen de machthebbers. Wanneer de macht van de moordenaars langzaam afbrokkelt, stort ook het decor in wat doet denken aan de grote brand uit die tijd.

Frans Leenderts

De Stentor

Julius Caesar waart nog rond

De tijden buitelen over elkaar heen in ‚Julius Caesar’ van Het Zuidelijk Toneel. Caesar drinkt uit een koffiekop, de vrouw van Brutus voert een emotioneel telefoongesprek met haar man en een van de samenzweerders wordt doodgeschoten.

Het zijn niet zomaar grappige anachronismen. Regisseur Mirjam Koen neemt bewust een loopje met ons tijdbesef in deze nieuwe bewerking van ‚Julius Caesar’, die gisteren in première ging in de Schouwburg Tilburg.
Zo kort voor de gemeenteraadsverkiezingen dringt de boodschap zich op. Politiek, machtsmisbruik, verraad en een opgezweept volk zijn van alle tijden en leiden onveranderlijk tot strijd en oorlog. Ondanks de inkortingen is deze ‚Julius Caesar’ helemaal Shakespeare. De tragedie die een dikke tweeduizend jaar geleden speelde, is voor het eerst opgevoerd in 1599 en heeft nog weinig aan zeggingskracht ingeboet. Een duidelijke aanwijzing dat de mens in twee millennia niet zo bar veel heeft bijgeleerd.
Menselijke ondeugden draaien overuren in dit bijna cynische stuk. Afgunst, wrok, wraak, trouweloosheid, woede, verraad, ijdelheid hebben allemaal een aandeel in de ondergang van Caesar en de talloze machtigen die na hem vielen uit naam van vrijheid en gelijkheid. Tussen alle op eigenbelang beluste politici en krijgslieden die het toneel bevolken, ijkt Brutus (Han Kerckhoffs) een witte raaf. Hij houdt van zijn vriend Caesar, maar vreest diens machtsmisbruik. Hij besluit mee te doen met de samenzwering, maar blijft tot het eind twijfelen. Als dan eindelijk het ‚Ook jij Brutus’ klinkt, is het nog maar halverwege de voorstelling. Daarna vechten nieuwe machthebbers om Rome. Veelzeggend genoeg is de grote afvalbak die enkele malen opduikt. Politiek is een kringloop van opkomen en ondergaan. En al gaat het hier en nu niet met oorlog gepaard, ook met woorden kun je een politicus vermoorden.
Een mooie vondst is het optreden van zes slagwerkers, versterkt met de leden van de drumband van de Koninklijke Harmonie Oefening en Uitspanning in Goirle. Het trommelvuur versterkt de sfeer van dreiging en ondergang. ‚Julius Caesar’ is een indringend stuk, al dwingen, behalve Brutus, de meeste personages maar weinig medeleven af.

Mieske van Eck

Brabants Dagblad

Please reload

Beelden krachtiger dan tekst ★★★
‚Sterke cast in Julius Caesar’

Julius Caesar, heerser van de Romeinse republiek, wordt met tromgeroffel binnengehaald in de bewerking van Julius Caesar door Het Zuidelijk Toneel. Zijn portret wordt omhoog gehesen, want hier viert een volk zijn leider. Maar een feestje blijft het niet.

De euforie is, net als in Shakespeares tragedie uit 1599, van korte duur. Regisseur Mirjam Koen heeft ervoor gekozen om het politieke drama te ondersteunen met muziek en een groots decor. Dat levert een mooi beeldverhaal op, maar het maakt de ellenlange tekst soms wat overbodig.
Het groepje politici dat centraal staat in deze voorstelling zou op het Binnenhof niet opvallen. De senatoren zijn gekleed in moderne pakken, worstelen met dezelfde twijfels en angsten en doen hun best met woorden te overtuigen. Deze heren zijn echter wel wat daadkrachtiger en veel gevaarlijker.

Mannenpak
Cassius bijvoorbeeld, lekker sluw gespeeld door José Kuijpers, vreest voor de macht van Caesar. De generaal weet zelfs Caesars vrienden Brutus (Han Kerckhoffs) en Marcus Antonius (Guy Clemens) te laten geloven dat het beter is om hem te doden. Zo gezegd, zo gedaan. Brutus gaat mee in het complot omdat hij goedgelovig is. Marcus Antonius laat zich door zijn passies leiden en stort zich vol overgave op de begrafenisspeech. In de taal van Shakespeare zijn dat mooie woorden, maar de tekst is ook afstandelijk. Vooral na Caesars dood halen de wat taaie dialogen de vaart uit het stuk. zelfs de band, in iedere stad waar de voorstelling speelt is dat de plaatselijke fanfare, kan daar niet tegenop drummen.
Mooi is wel hoe Cas Enklaar, die Caesar bij leven iets superieurs laat uitstralen, zijn moordenaars bezoekt als hun slechte geweten. Minder subtiel maar indrukwekkend is het gigantische bouwwerk dat eerst dreigend boven het toneel hangt en wanneer het naar beneden komt, aan een labyrint doet denken. Is het de verbeelding van een stad, dan wordt deze uiteindelijk net zo hard getroffen als de leider. De impact van het decor overbluft hiermee het spel, dat ondanks de sterke cast weinig van het drama voelbaar maakt. Al geeft de verstilde slotscène van Julius Caesar daarvoor wel een aanzet.

Maaike Staffhorst

De Telegraaf

Julius Caesar ★★

Afgaande op de promotiefoto van de 'Julius Caesar' door Het Zuidelijk Toneel ligt de focus op de moordenaar van de titelfiguur. Op de integere Brutus (Han Kerckhoffs), die meegaat in een samenzwering en ook zelf een dodelijke steek toebrengt. Om het risico van een alleenheerschappij door de te populair geworden Caesar af te wenden.
Het is een interessant dilemma. Pleeg je verraad aan een vriendschap om je land, de gedachte van de republiek te redden? In Shakespeare’s handen wordt dat doorgetrokken tot een thema, dat aan actualiteit allesbehalve heeft ingeboet.
'Julius Caesar' stelt de macht van het woord en de macht van het wapen aan de orde. Niet als of-of, maar als escalerende beweging. Leidt eerst de overtuigingskracht van senator Cassius tot een politieke moord, later lokt Marcus Antonius’ beroemde lijkrede tot her Romeinse volk een onherroepelijke burgeroorlog uit. Om zulke mechanismen bloot te leggen, is razend moeilijk.
In de enscenering, die Mirjam Koen van Matthijs Rümke overnam, wordt de spanning van dreigend geweld opgeroepen met live getrommel van slagwerkers en ter plekke ingehuurde drumbands. Dat zorgt voor een licht opwindende sfeer, zeker omdat Koen die optredens heel strak en ingetogen houdt, maar het ware effect moet toch van de taal komen. Dat lukt niet echt. Vreemd genoeg hoor je dat de acteurs heel goed weten wat ze zeggen, maar het komt niet aan.
Het is of een hang naar naturel spel, wellicht om het dichtbij het nu en ons te krijgen, de betekenis in de weg zit. Stilering zou de formuleringen meer impact hebben kunnen geven. De huivering die Antonius’ rede me over de rug joeg, zoals Tom Jansen die ooit sprak in een opvoering door de Needcompany, heugt mij nog. En dat is al vijfentwintig jaar geleden.
Deze Antonius mag dan op een soort catwalk het publiek in lopen, maar zijn tekst blijft wat boven onze hoofden fladderen. Het zijn aardige, maar geen doeltreffende vormgrapjes. Net zoals die van de door het toneelbeeld dolende dode Caesar. War Cas Enklaar overigens mooi mysterieus én superieur glimlachend doet.
Intussen lijkt dat toneelbeeld (Marc Warning) het dichtst de kern van het stuk te raken. Een in elkaar gevlochten geraamte dat eerst al een kroon in de lucht hangt met het portret van caesar erin geschoven, later als paleis naar beneden daalt als een verloren ideaal. Fraaie metafoor in een verder wat saai geheel.

Hanny Alkema

Trouw

Julius Caesar: een feest van hits en missers

Het is heerlijk om te zien hoe een groep feest viert met het beeldend interpreteren van Shakespeare, maar de uitvoering van Julius Caesar door het Zuidelijk Toneel leek daardoor soms de essentie van het stuk te vergeten.
Een aantal belangrijke scènes waren heel innemend geacteerd. Vooral het visioen van Brutus (Han Kerckhoffs), als hij Caesar na zijn dood ziet, wekte kriebels op. Ook de toespraak van Marcus Antonius (Guy Clemens), die zichzelf neerzette als één van het volk door op verhogingen langs de hoofden van het publiek te stappen, viel erg goed. Helaas wist Cassius (José Kuijpers) niet te intrigeren. De dood van Julius Caesar (Cas Enklaar) was symbolisch en statig. Caesar had daardoor geen enkel breekpunt, en hij reageerde hooguit verontwaardigd op zijn verraad. Dit betekende wel dat zijn ronddolende geest later des te ijzingwekkender werd. Een verfrissende verrassing was de waarzegger, die pakkend speelde en iedere keer weer de gevestigde orde verbrak.

Donderwolk als hoogtepunt
Het hoogtepunt van de set was een groot wit raster dat met meerdere lagen gebruik maakte van het prachtige diepe podium van de Stadsschouwburg in Utrecht. Het hing in de lucht als een licht flitsende donderwolk, die het dalende onheil pakkend weergaf. Wanneer het verraad op Caesar in beweging was, kwam het raster neer als een doolhof waar de acteurs doorheen dwaalden, om in te storten wanneer de personages uiteindelijk ten onder gingen. Daarentegen werden er ook esthetisch mindere items,  zoals een blok van drie lagen piepschuim dat om de één of andere reden met tape samengebonden was, op het podium gezet.

Stijlregels
Het geheel kwam over als een mooie diavoorstelling, waarin de acteurs van pose naar pose overgingen. Sommige overgangen werden daardoor te plotseling, en de eigen stijlregels werden niet opgevolgd. Eerst werd een dolk vervangen met een schouderklopje en kleerscheuren, toen was er ineens een echte dolk, en toen moest er iemand doodvallen omdat er in het blok piepschuim werd geprikt. De tekst was soms modern, en soms weer archaïsch vertaald. Er was zoveel uit de tekst weggehaald dat bepaalde situaties (het verbannen van de broer van Casca) en personages (zoals Octavius) zonder duidelijkheid het verhaal in  kwamen.

Visueel spektakel
Het optreden bood zeker een vermakelijke avond, met visuele spektakels en feilloze kostuums. Het verhaal was versimpeld, wat een prettige beleving zonder verveling gaf, en de afwisseling met een donderende percussieband zweepte het rommelen van de politieke onvrede goed op. Helaas waren de stijlkeuzes en symboliek vaak onsamenhangend, en vervingen deze keuzes soms een kans voor de acteurs om innemender te acteren.

Alexandra van Kampen

Toneel.blog.nl

Please reload