Osama the Hero • Toneelschuur Producties

Osama the Hero van Joost van Hezik is een rauwe theatervoorstelling – vol zwarte humor – over een maatschappij in verval. Die de onderbuik als enig juist kompas beschouwt en waarin media-formats gezien worden als een gebruiksaanwijzing voor hoe te leven. Het tweede deel van een vierluik over de revolutie die regisseur Joost van Hezik maakt bij Toneelschuur Producties bij de Toneelschuur in Haarlem. Het eerste deel was ‘Dantons Dood’ (2013): “Radicaal én spectaculair.” (Volkskrant)

De vijftienjarige Gary woont in een `krachtwijk`. Dom is hij niet. Hij kijkt om zich heen, denkt na en beschouwt de wereld soms net even anders dan zijn klasgenoten. Als hij voor school een spreekbeurt moet houden over de hedendaagse held, kan hij er maar eentje bedenken: Osama Bin Laden. Hij provoceert hiermee onbewust zijn medeleerlingen en buurtbewoners. Wanneer de wijk vervolgens wordt geteisterd door een reeks garagebranden, moet iemand het ontgelden…
 

regie Joost van Hezik tekst Dennis Kelly spel Justus van Dillen, Bart Klever, Tim Linde, Ellen Parren, Dorien van Gent dramaturgie Pol Eggermont decor & kostuums Wikke van Houwelingen, Marloes van der Hoek licht Yuri Schreuders techniek Pim van den Heuvel, Isabelle Keijser hoofd productie Loesje Riethof productie Petra Swagers

Osama the Hero ★★★
Stuk over de angst, en hoe die kan leiden tot buitensporig gedrag.

Vorige week viel de naam Osama bin Laden weer eens, toen de naam van zijn moordenaar werd onthuld. Ooit stond de leider van Al Qaida symbool voor de grootste angst van de westerse wereld. Over die angst, en hoe die kan leiden tot buitensporig gedrag, schreef de Brit Dennis Kelly in 2005 de controversiële toneeltekst Osama the Hero. Het was een tijd waarin Bin Laden soms nog opdook in een van zijn karakteristieke videoboodschappen. Het gelijk van Kelly bleek onmiddellijk: het theater waar het stuk destijds werd opgevoerd, plaatste politieagenten voor de deur, uit angst voor schermutselingen.
Vorige week viel de naam Osama bin Laden weer eens, toen de naam van zijn moordenaar werd onthuld. Ooit stond de leider van Al Qaida symbool voor de grootste angst van de westerse wereld. Over die angst, en hoe die kan leiden tot buitensporig gedrag, schreef de Brit Dennis Kelly in 2005 de controversiële toneeltekst Osama the Hero. Het was een tijd waarin Bin Laden soms nog opdook in een van zijn karakteristieke videoboodschappen. Het gelijk van Kelly bleek onmiddellijk: het theater waar het stuk destijds werd opgevoerd, plaatste politieagenten voor de deur, uit angst voor schermutselingen.
Dit weekend waren bij de deur van de Toneelschuur in Haarlem geen agenten te bekennen, ook al was er de Nederlandse première van Osama the Hero, in een regie van Joost van Hezik bij Toneelschuur Producties. De timing voor deze opvoering is prima: de angst voor een terroristische aanslag is hoger dan ooit. Het toneelstuk zelf bleek een twijfelachtig geval.
Het uitganspunt is sterk. De 15-jarige Gary moet een spreekbeurt houden over een held en hij kiest Osama bin Laden. Niet zijn klasgenoten, maar hun ouders slaan op tilt. Als vervolgens in de wijk een garage in brand wordt gestoken, kunnen ze maar één dader bedenken. Gary wordt vastgehouden en gemarteld onder het motto 'fight fire with fire'. Dat er geen enkel bewijs is, boeit niemand.
Het uitganspunt is sterk. De 15-jarige Gary moet een spreekbeurt houden over een held en hij kiest Osama bin Laden. Niet zijn klasgenoten, maar hun ouders slaan op tilt. Als vervolgens in de wijk een garage in brand wordt gestoken, kunnen ze maar één dader bedenken. Gary wordt vastgehouden en gemarteld onder het motto 'fight fire with fire'. Dat er geen enkel bewijs is, boeit niemand.
Gary (Tim Linde) is een onaangepaste maar onschuldige tiener, de personages die hem ontvoeren zijn problematischer: Mark (Bart Klever) is een schuchtere pedofiel, Francis (Justus van Dillen) en Louise (Ellen Parren) zijn clichématige paupers en dan is er nog Mandy (Dorien van Gent), een vroegwijs klasgenootje van Gary. Het ontbeert allen aan enige motivatie om een kind op zo'n gruwelijke wijze te vermoorden. Want dat is wat ze uiteindelijk doen.
Een lange epiloog, met kunstig door elkaar gesneden monologen, moet de personages alsnog diepte geven. Maar deze komt te laat. Bovendien bedient Kelly zich opeens van geforceerd theatraal taalgebruik.
De redding komt van Van Hezik, hij heeft een stevige greep op de vorm. Het toneel is omringd door drie grote projectieschermen. Een verwijzing naar de alomtegenwoordigheid van schermen in de wereld, die met hun continue slechtnieuwsshows de oorzaak zijn van de weldoorvoede onderbuik. Een groot deel van de voorstelling is ook op de schermen te zien. Het interessante is dat Van Hezik op deze manier het eendimensionale verhaal van Kelly onderdeel maakt van de eindeloze stroom eenzijdige beeldvorming die wij dagelijks tot ons nemen. Zo laat hij Kelly's toneelstuk zichzelf in de staart bijten. Niet het volk verdient ons wantrouwen, maar de hegemonie van het scherm.
De redding komt van Van Hezik, hij heeft een stevige greep op de vorm. Het toneel is omringd door drie grote projectieschermen. Een verwijzing naar de alomtegenwoordigheid van schermen in de wereld, die met hun continue slechtnieuwsshows de oorzaak zijn van de weldoorvoede onderbuik. Een groot deel van de voorstelling is ook op de schermen te zien. Het interessante is dat Van Hezik op deze manier het eendimensionale verhaal van Kelly onderdeel maakt van de eindeloze stroom eenzijdige beeldvorming die wij dagelijks tot ons nemen. Zo laat hij Kelly's toneelstuk zichzelf in de staart bijten. Niet het volk verdient ons wantrouwen, maar de hegemonie van het scherm.

Vincent Kouters

De Volkskrant

Visueel overweldigend en inhoudelijk sterk

Gary zit geknield op de grond, naakt oo een onderbroek na en met een witte kap over zijn hoofd. Een archetypisch beeld dat we helaas maar al te goed kennen uit de media. Om hem heen een bombardement aan beeld en geluiden: de hele achterwand en zijwanden worden gevuld met videoprojecties. Soms parallel aan elkaar, soms dwars door elkaar heen zien we flarden van gezichten die langzaam herkenbaar worden. Gary, wil een spreekbeurt houden over Osama, omdat hij niemand anders kan vinden die nog ergens in gelooft; Mark, een oudere man die geilt op de mooie Mandy; een broer en een zus die het over ‘enge pedo’s’ hebben. Levensgroot in beeld, elkaar filmend met Iphones, schreeuwend, fluisterend of zwoel pratend. Het verband tussen de personages wordt duidelijk in het tweede deel, dat zich afspeelt op het podium waar Gary nog steeds bewegingsloos gevangen zit. Vanwege die spreekbeurt over Osama en omdat hij ‘anders’ is, wordt hij aangezien voor een terrorost. De broer en zus ondervragen hem, elkaar om beurten filmend. Het leidt tot een bijna orgastische geweldsscène: totaal doorgetripte types die geen idee hebben over goed en kwaad en elkaar opjutten in steeds weerzinwekkender stupiditeiten en steeds gruwelijker terreur. Een hedendaagse versie van Kubricks film A Clockwork Orange. Gary heeft geen schijn van kans en wordt afgeslacht.
Osama the Hero (2005) is een stuk van de Engelse schrijver Dennis Kelly, met wiens Na het einde Joost van Hezik in 2011 succesvol debuteerde als regisseur. De voorstelling maakt deel uit van een vierluik over ‘de revolutie’ die hij maakt bij Toneelschuur Producties. Het eerste deel was Dantons Dood (2013); in 2015 volgt Jeanne. Geen vrolijk stuk, maar een nachtmerrie-achtige visie op een doorgedraaide mediacultuur.
Het is een radicale voorstelling: strak geregisseerd, met prachtige acteurs, een ijzersterke tekst en adembenemende beelden (toneelbeeld Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek). In het derde en laatste deel zien we de personages (met uitzondering van Gary) weer terug in een aantal monologen, die deels door elkaar heen zijn gesneden. De oudere man praat over culinaire trivialiteiten, het zusje is gevangen in videobeelden van onthoofdingen. Uiteindelijk is het Mandy die op zoek gaat naar een plek buiten waar alleen maar groen is, een plek zonder herinneringen aan wat beschaving heet. na lang zoeken vindt ze uiteindelijk een flinterdun straaltje licht. Daar houden we ons als bezoekers maar aan vast, na een ijzingwekkende, hallucinerende trip.

Margriet Prinssen

Haarlems Dagblad

Please reload

Schreeuwerig toneel over 'war on terror' mist inhoud ★★

Osama the hero is een boos, bokkig stuk van de Engelse toneelschrijver Dennis Kelly over het morele vacuüm van de war on terror. Het begint met het buitenbeentje in de klas, Gary, die voor een spreekbeurt over een hedendaagse held Osama Bin Laden kiest, en het eindigt met marteling, een aanslag en onthoofdingsvideo's.
Osama the hero is een boos, bokkig stuk van de Engelse toneelschrijver Dennis Kelly over het morele vacuüm van de war on terror. Het begint met het buitenbeentje in de klas, Gary, die voor een spreekbeurt over een hedendaagse held Osama Bin Laden kiest, en het eindigt met marteling, een aanslag en onthoofdingsvideo's.
Regisseur Joost van Hezik is gefascineerd door het verschil tussen doeners en denkers en werkt aan een serie voorstellingen over revolutie. Maar wat hij met dit stuk wil, komt niet uit de verf.
Het is een drieluik, in heftig verschillende stijlen. Het begint met fragmentarisch gezap tussen video's die worden geprojecteerd op de vlekkerige wanden van het decor (Wikke van Houwelingen & Marloes van der Hoek). We zien Gary (Tim Linde), die uitlegt hoe hij bij zijn spreekbeurt kwam, een oudere buurman die met een veel te jong meisje celebrity-video's naspeelt en twee opgefokte buurtbewoners, die zich ophitsen tegen pedo's en ander gespuis. Intussen zit een figuur in z'n onderbroek met een kap over z'n hoofd op z'n knieën op het spiegelende podium.
In deel twee wordt Gary gegijzeld door zijn buren, omdat hij wordt verdacht van een aanslag op een garagebox. Hij wordt gemarteld totdat hij bekent. Bewijs is er niet. "Voor terroristen heb je geen bewijs nodig." Zo'n martelscène is lastig, en spelers noch regisseur weten de spanning op te roepen dat er iets op het spel staat.
In deel twee wordt Gary gegijzeld door zijn buren, omdat hij wordt verdacht van een aanslag op een garagebox. Hij wordt gemarteld totdat hij bekent. Bewijs is er niet. "Voor terroristen heb je geen bewijs nodig." Zo'n martelscène is lastig, en spelers noch regisseur weten de spanning op te roepen dat er iets op het spel staat.
Het laatste deel is het aardigst. Kelly's taal mag het werk doen in drie monologen over een man die kookt voor zijn vrouw, een meisje dat onthoofdingsvideo's bekijkt en een jongen die iemand helpt die wordt neergeslagen. Maar het blijft zwak toneel waarin de schreeuwerige vorm het gebrek aan inhoud verhult.

Simon van den Berg

Het Parool

De gevoeligheid van politiek theater ★

‘Weet jij wie ik ben?’ Francis vraagt het wel een keer of twintig aan Gary, zijn gevangene en het slachtoffer van zijn sadisme. Even zo vaak blijft Gary het antwoord schuldig. En wat erger is: de mensen in de zaal evenzeer. Vijf personages telt deze voorstelling. Geen van hen komt ook maar één moment tot een begin van leven.

Osama the Hero is een stuk uit 2005 van de Britse toneelschrijver Dennis Kelly. Zaterdag beleefde het zijn Nederlandse première in de Haarlemse Toneelschuur, als de tweede voorstelling in een vierluik over revolutie dat regisseur Joost van Hezik maakt bij Toneelschuur Producties. Deel één was Van Heziks visie op Dantons dood van Georg Büchner, dat in juni vorig jaar in première ging op Oerol. Voor deze recensent was Osama the Hero de eerste Van Hezik-regie die hij zag. Eerdere, overwegend positieve recensies schetsen hem als een geëngageerd en vakkundig regisseur.

Waarom hij dit stuk van Kelly koos, is in die context een compleet raadsel. Alle personages in Osama the Hero wonen in een council estate, het Britse equivalent van onze ‘krachtwijk’. Treurige flats, bevolkt door eeuwige losers. Bewoner Gary houdt een presentatie op school over Osama bin Laden – vandaar de titel. Zijn medeleerlingen zwijgen na afloop – zij protesteren niet, zij zwijgen.

Vervolgens vliegen op Gary’s estate diverse prullenbakken in brand. Medebewoners Francis en zijn zus Louise geven hem de schuld. Kennelijk nemen zij hem om die reden gevangen om hem vervolgens te martelen – die scènes vormen het hart van de voorstelling. Maar waarom zij dat doen? Wie zij zijn? Wat hun motieven zijn? ‘Weet jij wie ik ben?’ Nee. Werkelijk geen begin van een idee. Geloof het of niet: de zwaar beladen naam Osama bin Laden komt in deze voorstelling niet verder dan de titel van Gary’s schoolpresentatie. Hij wordt één keer genoemd, om niet meer terug te keren.

Verder zijn daar Mark en Mandy, een tiener, voor wie de veel oudere Mark de vrouw in de steek heeft gelaten met wie hij al 22 jaar was. Kelly presenteert Mark als een pedofiel. Hij is tevens eigenaar van de laatste intacte garage in de krachtwijk uit het stuk, de vrijplaats waar hij voost met Mandy. Samen met de vuilnisbakken gaat de garage in vlammen op. Gary krijgt de schuld. Wat de pedofiel Mark en zijn liefje Mandy met dit alles te maken hebben? Wederom: de toeschouwer krijgt geen begin van een idee.

Wat ook de problemen zijn die deze voorstelling aan de orde wil stellen, Kelly situeert ze in een krachtwijk, temidden van working class losers. Alleen al die premisse beledigt het publiek. Politiek theater is uiterst gevoelig. Of je raakt je toeschouwers, of je beledigt ze – een tussenweg is er niet. Om politiek incorrecte stellingnames exclusief te situeren in het proletariaat, zoals Kelly doet in Osama the Hero, daarin schuilt iets heel denigrerends.

De voorstelling eindigt met een serie lange monologen van Mark, Louise, Francis en Mandy. Zij zitten aan het verhoogde podium. Gary ligt eronder, bewegingloos – dood, doodgemarteld, whatever. Wederom: waarom? Waarom ligt hij daar? Wat is de betekenis? En wederom: keine blaße Ahnung.

Tegen het einde spreekt Mandy een van de zeer weinige gedenkwaardige zinnen uit Kelly’s tekst uit: ‘Daarom is alles kut.’

Nee, gelukkig niet alles. Alleen deze hopeloze voorstelling.

Joost Ramaer

Theaterkrant.nl

Opgehitste buurtbewoners spelen zelf rechter in ‘Osama the Hero’ ★★★

„Fight fire with fire” spookt als een mantra door Louises hoofd. Koelbloedig bewerkt ze samen met enkele buurtgenoten het gezicht van een vijftienjarige bewonderaar van Osama bin Laden. Hij zou een garage hebben opgeblazen, al is daarvoor geen enkel bewijs. Bij terroristen is dat niet nodig, weten ze van televisie.
In het toneelstuk Osama the Hero (2005) van de Britse schrijver Dennis Kelly speelt een buurt opgehitst door paranoïde televisiebeelden eigen rechtertje en bestrijdt het het vermeende kwaad met nog meer kwaad. Regisseur Joost van Hezik maakt dat gruwelijk invoelbaar door de martelscène misselijkmakend hard in het gezicht van zijn publiek te smijten. De beulen slaan angstaanjagend kalm toe met onmenselijke grimassen.
Doelwit Gary spartelt doodsbang op de vloer. Niet zijn bestrijders, maar de vermeende terrorist wint hier alle sympathie. Gary weet Bin Laden zelfs in een vrij plausibel betoog een heldenstatus toe te dichten. Buiten deze interessante omkering blijft de tekst van Kelly helaas ongrijpbaar. In zijn regie benadrukt Van Hezik vooral de rol van opruiende beelden. Acteurs praten uitsluitend door microfoons en voor camera’s. Op drie grote schermen speelt live een gelikte montage. De gladde, onpersoonlijke en agressieve stijl creëert een mooi contrast met het troostrijke einde, waarin de buurtbewoners sprankjes medemenselijkheid delen. Vooral Bart Klever zorgt dan voor grote ontroering als hij in alle rust vertelt over tranen bij het avondeten.

 

Joke Beeckmans

NRC Handelsblad

Please reload