Shakespeare's Strandfeest • Het Zuidelijk Toneel

Koos Terpstra keert terug op het schouwburgpodium


Zijn er ongewone dingen gebeurd de laatste tijd? Dingen die opvielen, die anders waren dan anders en het vermelden waard zijn? Bent u bedreigd bijvoorbeeld of hebben mensen zich verdacht gedragen op kantoor? Heeft u iets gezien op straat wat opviel? Onopvallende dingen die uw aandacht trokken? Mensen die zaten te bellen, maar de telefoon erop legden als u in de buurt kwam? Kleine dingen die net afwijkend zijn? Mensen die om onduidelijke redenen aan de deur komen?

Een veiligheidsbeambte komt je vragen om informatie. Natuurlijk! Waarom zou hij dat niet doen? Het zou kunnen dat de man met wie je samenwerkt of hij die naast je woont, gevaarlijk is. En informeren mag toch? Voor uw en onze veiligheid. Deze eenvoudige vraag brengt een keten van gebeurtenissen op gang die niemand in zijn koude kleren gaat zitten. En die de nodige slachtoffers maakt. Shakespeare’s strandfeest is een gruwelijke, maar ook spannende whodunnit of whodunnitnot, die je niet onberoerd laat.

Bij het Noord Nederlands Toneel maakte schrijver en regisseur Koos Terpstra acht jaar lang spraakmakende voorstellingen als Mijn elektra en De vrouw met de baard. Na ruim een jaar onzichtbaarheid op het schouwburgpodium keert hij bij Het Zuidelijk Toneel terug met Shakespeare’s strandfeest.

Koos Terpstra wil vlammen met zijn nieuwe toneelstuk. Hij heeft het patent op heldere verhaallijnen waarin de actualiteit altijd een rol speelt. Bij voorkeur regisseert hij zijn eigen teksten. Dat is voor hem de voorwaarde om een mooi verhaal te vertellen. Geen moralistisch gedoe, geen waarschuwingen, maar een verhaal dat de toeschouwer zweet bezorgt.

Het publiek moet iets mee maken, is het credo van Terpstra. “Als dat niet gebeurt, heb ik iets fout gedaan. Ik wil dat toeschouwers liefde meekrijgen, ontroering, alles waar wij zo hardnekkig naar op zoek zijn.”
De cast bestaat uit routine en jong talent. De ervaring komt van de formidabele acteur Titus Muizelaar. Hij speelt mee in dit ensemblestuk waar Terpstra zo van houdt samen met onder anderen Mark Kraan, oudgedienden van het Noord Nederlands Toneel en drie jonge actrices die net van de toneelschool zijn.
 

tekst & regie Koos Terpstra regieassistent Bas Jansen spel Justus van Dillen, Jef Hoogmartens, Mark Kraan, Lotje van Lunteren, Titus Muizelaar, Wolter Muller, Judith Noyons, Ilke Paddenburg, Nina van der Woude toneelbeeld Ascon de Nijs kostuumontwerp Ellis op ´t Landt lichtontwerp Matthijs van Meeuwen kostuums Joke Sommen, Tamara van der Velden, Jolanda van de Ven kleedster Petra Stoete techniek Stan Bannier, Hanneke Faber, Paul Francot, Dick Huetink, Remco Keepers, Jules Kerssemakers, Joost Verest, Bob Wenstedt castingadviezen Hans Kemna foto's Phile Deprez

Shakespeares feestje is nooit helemaal scherp

Lotje heeft geen man, maar ze heeft er een verzonnen. Jef wil graag een vriendinnetje, maar weet niet hoe hij zich als man moet gedragen. Titus kan niet liegen. Allemaal willen ze graag een normaal leven leiden, maar er is maar een klein zetje nodig om ze in onhebbelijke wezens te veranderen die elkaar afblaffen of - erger nog - verkrachten en beschieten.
Regisseur en schrijver Koos Terpstra zoekt in zijn werk vaker naar een antwoord op de vraag hoe het komt dat mensen zich vaak zo beestachtig gedragen. Terwijl ze ook tot veel goeds in staat zijn. Een thema dat hij deelt met een van zijn favoriete acteurs: William Shakespeare. In de voorstelling 'Shakespeare's strandfeest' die Terpstra maakte bij Het Zuidelijk Toneel in Tilburg speelt hetzelfde thema weer een prominente rol.
Met Shakespeare lijkt de voorstelling op het eerste gezicht niet heel veel te maken te hebben. Toch komt er regelmatig een citaat voorbij uit 'King Lear' en verwijzen de drie mooie mysterieuze vrowuen  die de gebeurtenissen op het toneel gadeslaan duidelijk naar de heksen uit 'Macbeth'. Bovendien lijkt het plot bij tijd en wijle op dat van 'Othello'. Net als Jago Othello weet te overtuigen dat de onschuldige Desdemona vreemdgaat, kan zakenman Wolter niet meer normal naar zijn vriend Kraan kijken, nadat iemand gesuggereerd heeft dat hij kwaad in de zin heeft.  Zo kruipt wantrouwen als een sluipend gif in de relaties tussen de verschillende personages en wantrouwt iedereen uiteindelijk iedereen. Een knuffel wordt aangezien voor een aanranding, een vriendschappelijke opmerking als een persoonlijke aanval.
In deze tijden van maatschappelijk wantrouwen had 'Shakespeare's strandfeest' iets wezenlijks kunnen zeggen over het Nederland van nu. Maar dat doet het niet, omdat Koos Terpstra nooit helemaal scherp krijgt wat hij zijn publiek precies wil vertellen. Daarvor is het verhaaltje te dun en hebben de personages te weinig diepgang. Als het publiek het erg moet vinden dat die aardige personages zulke slechte dingen doen, zal het ze eerst beter moeten kennen en begrijpen. Die kans krijgen toeschouwers van Terpstra helaas niet, terwijl de personages toch twee uur aan het woord zijn.
Het had hartverwarmend kunnen zijn, de liefdevolle manier waarop de acteurs het publiek aan het slot uitgeleide doen. Maar voor die tijd is de toeschouwer voor zulke genegenheid zijn geduld al verloren.

 

Robbert van Heuven

Trouw

Onbegrijpelijke uitglijder

De werkelijkheid bestaat niet. We leven allemaal in onze eigen wereld en kunnen die van een ander slechts ten dele begrijpen. Of soms zelfs helemaal niet. Shakespeare’s strandfeest van Het Zuidelijk Toneel speelt met die gedachte. Wat het gezelschap erover te zeggen heeft, blijft –ironisch genoeg- één groot raadsel.
Met Shakespeare heeft ’t in ieder geval weinig te maken. Koos Terpstra tekende voor deze gastregie en schreef het nieuwe stuk zelf, zoals hij ook wel deed toen hij nog artistiek leider was van het Noord Nederlands Toneel. Hij ontleende elementen aan Shakespeare’s werk, maar gebruikte ook andere bronnen en combineerde al deze citaten met gedachtespinsels van eigen hand. Een dunne rode draad moet deze delen samenbinden.
Het thema dat de theatermaker daarbij koos, is op z’n minst actueel. Een binnenlandse veiligheidsdienst wil in Shakespeare’s strandfeest informatie inwinnen over de werknemer van een bepaald bedrijf. Wie weigert aan het onderzoek mee te werken, maakt zichzelf verdacht. Het aldus gezaaide wantrouwen woekert voort als onkruid en drijft de betrokkenen tot steeds extremere daden.
Maar wat doet die enorme neushoorn in dat mooi vormgegeven decor? Wat is de reden voor die veelvuldige verkleedpartijen? Waarom dansen de spelers halverwege vol enthousiasme de cancan en hangt een deel van hen de rest van de tijd maar wat rond? Wie zijn die personages eigenlijk, die dezelfde naam dragen als de acteurs die hen gestalte geven? Wat voor relatie hebben zij met elkaar?

Aanvankelijk prikkelen die vragen de nieuwsgierigheid en verbeelding? Als ieder antwoord blijkt uit te blijven, groeit echter de irritatie en -zo mogelijk nog dodelijker- de onverschilligheid. Twee lange uren lang. Terpstra die in NNT- voorstellingen als De vrouw met de baard en Dantons dood al zijn voorliefde voor vrij associëren toonde, gaat in Shakespeare’s strandfeest compleet los. Waarbij hij dit keer het publiek volslagen lijkt te zijn vergeten. Heus niet alles hoeft te worden uitgespeld en uitgelegd, maar het gebrek aan helderheid en duiding waar deze voorstelling onder lijdt, is gewoon onoverkomelijk. In mijn werkelijkheid heet dat een mislukking.

Het grote waarom in Shakespeare´s Strandfeest
Koos Terpstra is terug. Nadat hij in 2009 afscheid nam als artistiek leider/directeur van het Noord Nederlands Toneel zien we hem nu terug als gastregisseur bij Het Zuidelijk Toneel. Ik moet toegeven. Terpstra´s hilarische Othello (2001) staat nog steeds op mijn netvlies en met dat gegeven stap ik het theater in. Om ruim twee uur later enigszins ontgoocheld en verward het gebouw weer te verlaten. Wat heb ik nou eigenlijk gezien? In ieder geval maar weinig Shakespeare. Tja. Er worden wat teksten gebruikt die Shakespeariaans aandoen en er lopen drie bloedmooie meisjes in kleurige jurken, kennelijk godinnen, rond over het podium. De aanzet van de whodunnit, zoals dit stuk wordt aangeduidt, ontgaat me echter volledig en er is één grote vraag die me continu lastigvalt tijdens het kijken: waarom?

Het thema is interessant. Door een simpele vraag van een beveiliger wordt wantrouwen gezaaid. Iedereen verdenkt iedereen, terwijl niemand de ander werkelijk om opheldering vraagt. Genoeg stof om met deze aansprekende acteurs tot een spetterend stuk te komen. Maar dat lukt maar bij vlagen. Je merkt duidelijk dat oud-NNT-ers Lotje van Lunteren, Wolter Muller en Jef Hoogmartens aan elkaar gewaagd zijn. Hun dialogen werken en zorgen ervoor dat het publiek ontwaakt. Dat dwaalt namelijk regelmatig af in de ellenlange monologen, die vast een mooie inhoud hebben, maar die door de vorm niet beklijven. Alleen Lotje van Lunteren weet Terpstra´s monoloog als manische, gekke vrijgezelle vrouw tot leven te brengen.

Het imposante decor met de meterslange gordijnen en de grote neushoorn wordt bijna niet gebruikt. Alleen bij de, uit het niets opdoemende, cancandans komt alles bij elkaar. muziek, snippers uit de lucht, lichteffecten, goed gepland. Zo´n beetje in het midden krijgt het publiek hoop dat er meer gaat volgen op de, wellicht inleidende, lappen tekst die alleen verwarring zaaien. Waar gaan we heen? Is dit een hoofdlijn of toch weer een zijpad? Helaas. Op de intense en geloofwaardige woedeopbouw van Wolter Muller na, gebeurt er eigenlijk maar weinig.  

De steeds wisselende jurkjes van de godinnen zijn vaak interessanter dan wat de acteurs op dat moment op het podium staan te doen. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat je als publiek zo uitkijkt naar de volgende hippe outfit? En daarom komt de hamvraag van de avond. Waarom die jurkjes? Waarom die cancan? Waarom de neushoorn? Waarom überhaupt die godinnen? Waarom doen de personages wat ze doen? Waarom de lesbische scène? Waarom de zonnebloemen? Waarom waarom waarom? Het lukt me met mijn verbeelding niet de antwoorden te vinden en ik ga me irriteren. Net als de scholieren die, overigens muisstil, voor me zitten. Ik zie ogen dichtvallen.

Shakespeare´s Strandfeest lijkt een (te) lange vrije associatie, waar een hele kleine rode draad in is aangebracht. De strijd tussen de elkaar wantrouwende collega´s Mark en Wolter, met de onbehouwen tussenkomst van Jef was veel interessanter geweest zonder al die opsmuk en theatrale middelen. En had een stuk minder lang hoeven duren. In de uitvoering schiet Terpstra te ver door.

Marco Weijers

De Telegraaf

Carrousel van bedrog ★★★

„Het is nu tien voor half negen in de schouwburg van Tilburg. We spelen Shakespeare’s Strandfeest. Het is slechts één tijdstip uit de miljarden.” Met deze woorden begint de nieuwste voorstelling van regisseur en toneelschrijver Koos Terpstra. Toneeltijd en werkelijke tijd vallen samen, dat is de strekking. De actrice in negligé kijkt de zaal brutaal aan.

Met Shakespeare’s Strandfeest maakt Koos Terpstra na een jaar zijn rentree in het theater. In het decor overheerst een witte trap die naar een immense, witte rinoceros leidt. Terpstra heeft een filosofische bedoeling met zijn voorstelling: echte gebeurtenissen zijn in wezen niet te onderscheiden van verzonnen gebeurtenissen. De wereld is een carrousel van fake en bedrog. Hij lardeert het stuk met passages uit Macbeth en Koning Lear. Een schitterende rol vertolkt Wolter Muller als de symbolische moderne mens, die door kafkaïaanse wanen wordt bezocht en zelfs een huurmoordenaar werft. Maar voordat het verhaal werkelijk kracht krijgt, komen we langs veel doodlopende zijwegen. Dat is jammer.

Naast Muller speelt Titus Muizelaar een fraaie rol als wijze man. Aan het slot raadt hij de acteurs aan de straten van Tilburg op te gaan: daar lopen de mensen met elk duizend verhalen en dromen. In Terpstra’s visie schiet theater te kort als kunstvorm om iets over de werkelijkheid te zeggen. Dat is uiteindelijk een lichte ontgoocheling na zoveel bijzondere, theatrale inzet.

Kester Freriks

NRC Handelsblad

Please reload

Heksen delen plaagstootjes uit

Een jong meisje plaagt een oudere man. Terwijl ze op suggestieve wijze aan een stukje fruit zuigt en hem even later vraagt eens aan haar vinger te likken, laat ze hem ook steeds weten: je mag me niet aanraken. De oudere man lijkt daar overigens helemaal geen zin in te hebben en zegt dat vervolgens ook. Het is nog aan het begin van de voorstelling Shakespeare’s  strandfeest waarmee Koos Terpstra na enige afwezigheid weer opduikt in het theater, nu bij Het Zuidelijk Toneel van Matthijs Rümke. Helemaal geen gekke keuze, want samenwerking in het verleden zoals bij het Noord Nederlands Toneel  van Terpstra, pakte goed uit. Rümke laat Terpstra alle ruimte: de laatste schreef en regisseerde, en nam een aantal acteurs mee die met zijn vertrek als artistiek leider ook al een tijdje niet meer samen te zien waren. Bekende gezichten uit Groningen plus Mark Kraan van HZT, drie jonge net afgestudeerde actrices en Titus Muizelaar vormen hier de troupe.

Het plagende stoute meisje uit het begin maakt deel uit van een groepje van drie, waarin je de drie heksen uit Macbeth zou kunnen herkennen. Ze hangen wat om de handeling heen, doen een dansje, observeren en delen plaagstootjes uit. En ze verkleden zich vaak. In de kleurigste jurkjes. Dat is dan een beetje Shakespeare, en de rest is voornamelijk Terpstra in een stuk dat wordt aangekondigd als een ‘spannende whodunnit of whodunnit not’. Daar wil je graag in mee, want Terpstra heeft zijn naam gevestigd met lekker actuele en muzikale theaterstukken. Maar helaas, met dit strandfeest wil het niet lukken. Als net na de beginscènes blijkt: dit gaat niet veel beter worden.
Het verhaal is vaag: ergens wil iemand iets te weten komen over iemand anders, er is sprake van verdachtmaking en machtsmisbruik, loyaliteiten worden in twijfel getrokken. Er zijn mensen die het kennelijk gemaakt hebben en mensen die de boot misten. Iemand snakt naar liefde. En niets is wat het lijkt. Aanvankelijk probeer je in de korte opeenvolgende scènes dan maar een mozaïek aan commentaartjes op de hedendaagse maatschappij te zien, waarin het zo langzamerhand geoorloofd is iedereen te beschimpen, te verdenken en voorsts preventief te laten fouilleren –of zo. Maar na een tijdje haak je af. De rare ontwikkelingen boeien niet, afgezien van misschien een enkele puntige episode; het tempo ligt erg laag, de acteurs lijken verdwaald of overschreeuwen zich, de muzikale fragmenten zijn vrij plompverloren onder de tekst gezet. Steeds blijf je hopen op een kentering, maar uiteindelijk blijft het toch een krachteloze voorstelling.

Karin Veraart

De Volkskrant

Strenge, sexy godinnen en lijken in de kast

Als het maar niet zo’n zwaar en saai Shakespeare-drama wordt”, verzucht een bezoekster voor aanvang. Haar vrees was ongegrond, zo bleek gisteravond tijdens de voorpremière van Shakespeare’s strandfeest, de eerste grote Tilburgse première van het vanuit Eindhoven verkaste Zuidelijk Toneel. Verwijzingen naar Shakespeare zijn er wel, maar gastregisseur Koos Terpstra (NNT, NUHR, Dit was het nieuws) wilde vooral een ‘vrolijke én klassieke’ titel. Ook het strand is ver weg in deze rond een hedendaags kantoor in ‘real time’ gesitueerde ‘whodunnit’-detective. Kantoorklerken, gedeprimeerd door de opgejaagde en verruwde maatschappij, proberen grip te krijgen op het leven. Wie zijn eigenlijk je vrienden, en kun je die nog wel vertrouwen in een tijd dat er zomaar een massamoordenaar, pedofiel of terrorist naast je kan wonen?

Het stuk kent een ijzersterke cast. Mark Kraan en Wolter Muller spelen de bevriende collega’s Muller & Kraan, want net als de andere acteurs dragen ze gewoon hun eigen naam. Muller & Kraan worden door de arrogant zak Justus van Dillen, een soort Stasi-agent tegen elkaar uitgespeeld met ernstige verdachtmakingen. Aan Titus (routinier Muizelaar), een norsige oud-werknemer in oude mannenjas, de taak om als detective de beschuldigingen te verifiëren. Het onderlinge wantrouwen op kantoor neemt ondertussen ernstige vormen aan, wie heeft wat te verbergen, wie verlinkt wie? Een web van leugens, roddels en achterklap ontspint zich in niet altijd even makkelijk te duiden dialogen. En wat is eigenlijk de rol van de mooie, mondige, maar ook manische collega Lotje (van Lunteren)? De gemoederen lopen nog hoger op als een fout vriendje van Kraan, de boertige ‘randmongool’ Jef Hoogmartens, met een pistool gaat  zwaaien en het korte lontje van de driftige Muller verder opbrandt. Het is een kwestie van tijd voordat er lijken uit de kast gaan vallen, of erger: échte slachtoffers. Mystiek is de rol van de drie jonge sexy (wraak)godinnen Judith, Ilke en Nina. Ze bewegen verleidelijk op zuchtmeisjesmuziek en lounge uit een binnengereden jukebox of fungeren als levend decorstuk. Maar ondertussen houden ze de hoofdrolspelers onder de plak met wijze strenge woorden of plagerige lesbische seks.
Als uit het publiek plotseling een actrice opdoemt, weet je dat alles mogelijk is. Het is de eerste van een aantal hilarische, schijnbaar onlogische wendingen.

Koos Terpstra speelt met de theaterwetten en zaait zo nu en dan verwarring, als komt deze wanorde soms ook goed van pas om de langdradigheid van het stuk te doorbreken. Omdat er niet echt een einde is, wordt het bij vlagen meeslepende Strandfeest ook op onconventionele wijze afgesloten. “Het publiek moet iets meemaken”, vindt Terpstra, “als dat niet gebeurt, heb ik iets fout gedaan.” In deze opzet is hij met dit stuk in elk geval ruimschoots geslaagd.

Dieter van den Bergh

Brabants Dagblad

De mens is de wereld in Shakespeare's strandfeest

Als je de wereld wilt leren kennen, ga erop uit. Steek een willekeurige straat over, bel aan, spreek de mensen aan en luister naar hun verhalen. Telkenmale zul je een ander verhaal horen, een andere waarheid en dus een andere wereld ervaren waarin niets gebeurt of juist heel veel. De mensen spelen er op hun manier allemaal een rol in en zo zijn we aangeland bij Shakespeares adagium: het leven is een schouwtoneel en een ieder speelt daarin zijn eigen deel. En dus spelen de acteurs van Het Zuidelijk Toneel ook hun eigen deel in de voorstelling Shakespeares Strandfeest.

Het stuk, geschreven door en in de regie van Koos Terpstra, die hiermee zijn comeback maakt op de Nederlandse podia, heeft een detectiveachtig karakter waarin het verkrijgen van informatie van mensen centraal staat. Dat wil zeggen: Aan wie geef ik mezelf bloot? Wie is nog te vertrouwen? Wie kan ik mijn vriend noemen of man? In de flyer staat ruimhartig dat het een stuk een whodunnit of whodunnitnot is. Maar daarvoor is het teveel Shakespeare en daarvoor houdt Terpstra teveel van toneel om het tot die twee keuzes te beperken.

Dat het toneelstuk een modern karakter heeft en tendeert naar die simpele tweedeling staat buiten kijf. Zo noemen de acteurs zich bij hun echte voornaam en speels wordt de actualiteit in grote en grove lijnen aangehaald vanaf het eerste moment dat Titus Muizelaar als veiligheidsbeambte een soort bordeel betreedt. ,,Zonet nog even naar het Journaal gekeken, maar er gebeurt niet werkelijk iets.” Een eigen toneelwereld wordt daarom gecreëerd maar daarin lopen ook figuren die zichzelf zien acteren als het ware, en dan ontstaat er een vreemd maar lekker smeuïg soort spanningsveld. Een spanningsveld dat voor de toeschouwer heel erg aantrekkelijk is vormgegeven, soms heel simpel, soms sensueel maar altijd creërend. Alsof Terpstra wil zeggen dat de wereld pas de wereld is als er iets gebeurt. Een mooi voorbeeld daarvan zijn sommige dialogen. Eigenlijk zijn het geen dialogen maar demonstraties van escalerende gesprekken die als een vuurpijl de zaal in worden geschoten onder het mom: zo snel kan onduidelijkheid leiden tot oorlog, geweld en mishandeling.

Shakespeares Strandfeest is geen moraalstuk, maar wil ons wel een spiegel voorhouden. Die spiegel is bij Terpstra in goede handen. Het jammere is dat we geen échte inkijk krijgen in de karakters die onderworpen worden aan een golf van achterdocht en schizofrenie. Een ieder heeft iets te verbergen of te vertellen aan de ander. Maar waar moet je met die informatie heen? En is die info wel betrouwbaar? Zelfs de liefde, ook een van de hoofdthema’s in het werk van Shakespeare, moet het ontgelden bij Terpstra, want zoals Lotje van Lunteren (zeer indrukwekkend spel, samen met Wolter Muller in een glansrol) het zegt: ,,We fantaseren daarbij van alles, maar niemand erkent het dat de liefde voor een groot deel bestaat uit verzinnen”.

Met deze voorstelling laat Het Zuidelijke Toneel zien welke richting men op wil. Speels, toegankelijk maar wel met inhoud theater maken. Shakespeare’s strandfeest is daarom geslaagd. Het is een echt feest om naar te kijken; een feest van herkenning en bezinning.

Wiggele Wouda

Friesch Dagblad

Please reload