Alexander • Het Toneel Speelt

Meeslepende poëzie en mooie romantische scenes over macht, begeerte en angst.


De veroveringsoorlog wordt gewonnen, de grote vijand gedood, de wereldheerschappij veroverd. Alexander de Grote is een held. Maar waarom wordt Alexander zo bang? Hij weet zich omringd door vrienden, zijn soldaten gaan voor hem door het vuur. Hij wordt geliefd en door de hele wereld geloofd. En hij is genereus. Als na de grote slag de moeder, de echtgenote en de minnares van zijn grote tegenstander worden buitgemaakt, laat hij ze in leven. Hoe is het mogelijk dat deze Alexander zich ontpopt tot een achterdochtige despoot, iemand die bang wordt voor iedereen, zelfs voor zijn meest intieme vrienden? Daarover gaat Alexander van Willem Jan Otten. 
Meeslepende poëzie en mooie romantische scenes over macht, begeerte en angst. Na Braambos en de met de Librisprijs bekroonde roman Specht en zoon is Alexander wederom een meesterwerk van Otten die bezig is aan een indrukwekkend oeuvre. Alexander is gloednieuw Nederlands toneel dat zijn actualiteit niet hoeft te bewijzen. 
 
Koning van de hele wereld
De jongste koning ooit leidt de veldtocht tegen de machtigste man op aarde. Na de overwinning maakt hij de vrouwen van de vijand buit. En laat ze leven. Alexander wordt omringd door vrienden, zijn soldaten gaan voor hem door het vuur. Hij wordt op handen gedragen en door de hele wereld geloofd. Hij vindt zijn grote liefde. Of vindt zijn grote liefde hem? En toch verandert deze Alexander in een despoot. Iemand die bang wordt voor iedereen, zelfs voor wie het meeste van hem houden.

Alexander 
De tijden zijn veranderd. Onze oorlog heeft/ 
als een rivier zijn loop verlegd. Wij willen niet/ 
de executie van één enkel mens./ 
Wij voeren deze oorlog niet om territorium,/ 
maar om een werkelijkheid zo onbegrensd/ 
dat er geen vijand meer zal zijn. Wij brengen vrijheid,/ 
vrije mensen, nieuwe mensen die geen slaven/ 
kùnnen zijn, mensengoden brengen wij. 

Willem Jan Otten schreef ALEXANDER, een tragedie van het succes, speciaal voor Het Toneel Speelt. Zijn laatste roman Specht en zoon werd bekroond met de Librisprijs. Bij Het Toneel Speelt zag u eerder zijn stukken Een sneeuw en Braambos

Het Toneel Speelt bestaat tien jaar en wordt geleid door Ronald Klamer. Oorspronkelijk Nederlands repertoire is vanaf de oprichting het uitgangspunt met een accent op gloednieuwe stukken. Een samenleving die stuurloos is, heeft toneel nodig dat tot de verbeelding spreekt en vergezichten biedt. ALEXANDER is gekozen als Topstuk.

regie Ira Judkovskaja decor Guus van Geffen kostuums Ykje Hibma licht Marc Heinz muziek Beppe Costa productiedramaturgie Inés Sauer regieassistentie Jacqueline Korevaar

Filotas Xander van Vledder Agasthenes & Dareios Justus van Dillen Hefaistion Kees Boot Alexander Kaspar Schellingerhout Parmenion Mark Rietman Sisygambis Petra Laseur Barsina An Hackselmans Stateira Tanya Zabarylo diverse rollen Ferdi Stofmeel diverse rollen Robert van der Ree

Stoere mannen spelen Alexander 

Dat hadden we toch niet achter hem gezocht: Willem Jan Otten die een echt soldatenstuk schrijft. Een stuk met grote mannen, veel bloed, verbeten tranen. Fishermans Friend-toneel. Spierbundels die in versregels spreken. En dat het dan toch nog boeiend is om naar te kijken. Wat is het geheim? Behalve Mark Rietman dan, de man die vrijwel elke voorstelling veraangenaamt met zijn aanwezigheid? Misschien wel de regie. Ira Judkovskaja is nu eens een van die jonge regisseurs van de Amsterdamse regie-opleiding die het ambacht wel beheerst, anders dan de te vroeg gelanceerde theaterkunstenaars die eerder faalden op het grote schouwburgtoneel. Met de voorstelling Alexander, haar debuut in de grote schouwburg, toont ze in ieder geval aan over de juiste combinatie van respect en relativering te beschikken om schrijver Willem Jan Otten te temmen. En dat was best hard nodig. 
Willem Jan Otten dreigde, na het onvergetelijke succes van zijn toneelschrijfdebuut Een Sneeuw uit 1982, een 'one hit wonder' te blijven. De inmiddels als essayist en romancier goed aan de weg timmerende auteur slaagde er maar niet in om dat eerste succes te evenaren. Het stuk Braambos, zijn laatste proeve, was bijvoorbeeld een met een veel te zware semi-religieuze thematiek overladen voorstelling. Bloedernstig en traag. Dat deed het ergste vrezen voor Alexander, zijn tragedie over de tienerkoning van Macedonië die in de vierde eeuw voor Chrtistus de grondlegger was van een wereldrijk dat zich uitstrekte van Gibraltar tot aan de Indus.
Maar dat valt dus mee. Judkovskaja houdt de toon licht, en weet de vondeldreun van Ottens versregels sierlijk te omzeilen. Het gevolg is een voorstelling die goed uit te zitten is, goed te volgen ook. Niet in de laatste plaats, overigens, vanwege de op een prettige manier volslagen onbekende debutant in de titelrol: Kaspar Schellingerhout. Mooi jongetje. En met zijn tengere verschijning best wel geschikt voor de rol van jonge god die Alexander volgens Willem Jan Otten was.
Wat ons op de inhoud brengt. Vanouds altijd het belangrijkste bij het werk van Willem Jan Otten. Volgens de westerse geschiedschrijving was Alexander de Grote een nobele held die de barbaarse horden in het huidige Arabiëbeschaving bracht door ze op een vriendelijke manier in de pan te hakken. Otten volgt dat beeld, om er aan het eind een draai aan te geven dat Alexander, eenmaal op de troon in Babylon, verandert in een achterdochtige machtswellusteling, geen haar beter dan de man die hij tot aan de rietkragen van de Indus achtervolgde: Dareios, koning van de Perzen. En hoe die lieve jongen zo geworden is? Otten lijkt de schuld te willen geven aan de moeder van Dareios, lekker hekserig gespeeld door Petra Laseur.
Terwijl wereldwijd iedereen spijt heeft van de inval in Irak, maar we ons tegelijkertijd lijken op te maken voor een nieuwe veldtocht tegen het aan een kernbom werkende Perzische Rijk, is een stuk over Alexander de Grote een interessant verschijnsel. Dat je van zo'n operatie geen beter mens wordt, maakt Otten duidelijk. Dat je je niet aan wat voor God dan ook gelijk moet wanen, ook. Maar dat het Oosten een vat vol barbarij en gruwelijke onmenselijkheid is? Aan dat, recent nog door de Paus aangehaalde beeld verandert Otten ook niets. Dat is jammer. 

Wijbrand Schaap

GPD

Zinderende Griekse tragedie over Alexander de Grote 

Voorstelling: Alexander - koning van de hele wereld, van Willem Jan Otten door Het Toneel Speelt. Regie: Ira Judkovskaja. Decor: Guus van Geffen. Licht: Marc Heinz. Muziek: Beppe Costa. 
Gezien: 26/9 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 9/12. 

Ketenen rammelen, het geluid komt dichterbij, griezelig hard. Nog voordat het doek is opgetrokken maakt Alexander al indruk. Dat moet ook wel: deze voorstelling gaat over een groot man, die het Macedonische rijk uitbreidde tot diep in het oosten, die de beschaving naar barbaarse gebieden bracht, die niet uit de geschiedenis is weg te denken. Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) inspireerde Het Toneel Speelt tot een monumentale tragedie. 
Ook de bijfiguren steken imposant tegen de theaterhorizon af. Zo komt de leider van de gevangenen zo op dat zijn ketenen meer dan levensgroot lijken. Om hem en zijn door de Perzen mishandelde lotgenoten trekt Alexander ten strijde: hun lot moet worden gewroken. 
Alexander, het grotezaal-debuut van de Russisch-Nederlandse regisseur Ira Judkovskaja, zindert van energie. Stenen vliegen door de lucht, tonnen rollen op de eerste rijen af. Maar er is ook maneschijn en gekwinkeleer van vogels. 
In simpele, krachtige en poëtische zinnen introduceert auteur Willem Jan Otten zijn personages, die langzaam veranderen. Alexander verandert het radicaalst. Zijn fascinatie voor de vijand slaat om in een obsessie. De veldheer identificeert zich zozeer met de Perzische koning Dareios dat hij zichzelf kwijtraakt. Zoals hij zich in Dareios' mantel hult, zo kruipt hij in diens geest. Van een verlicht denker transformeert Alexander tot een despoot die dezelfde wrede straffen toepast als de man die hij overwint. Ziekelijk vijanddenken en fatale identificatie met de tegenstander, oprecht idealisme en de pervertering daarvan zodra die idealisten aan de macht zijn; de meedogenloosheid van succes en de verblinding van de mens die God wil zijn: dat zijn een paar thema's die Otten aanroert. 
Otten roept sinds zijn bekering tot het katholicisme weerstand op. Ongelovigen ergeren zich aan de missionaris die hij kan zijn. Ook in Alexander vindt hij dat de mens zijn plaats moet kennen, dat er iets is dat groter is dan hemzelf. Maar dit keer stoort dit niet. Otten sluit eenvoudigweg aan bij de oude Griekse schrijvers die ook vonden dat menselijke hoogmoed moet worden bestraft. Alexander blijft leven. Maar 'de heerser van de hele wereld' is zijn ziel kwijt. 
Kaspar Schellingerhout, nog op de toneelschool, speelt Alexander uitstekend. Met zijn tengere lijf en lange blonde haar lijkt hij op een sprookjesprins. Maar wat ligt er een gevaarlijke angst in zijn blik als hij eenmaal op de Perzische troon zit. Petra Laseur als Dareios' door Alexander aanbeden moeder speelt een slinkse dubbelrol, want al dienend stuurt zij hem de kant van de waanzin op. Mooi is ook het spel van de andere vrouwen (An Hackselmans en Tanya Zabarylo), met hun scherpe ogen achter hun sluiers. 
Maar de ster van de avond is Mark Rietman. Als rechttoe-rechtaan-krijger komt zijn personage Parmenion recht tegenover de zoekende Alexander te staan en toch ontroert Rietmans krachtpatser omdat zijn principes oprecht zijn en het verdriet om het verlies van zijn zoons niet minder. 

 

Anneriek de Jong

NRC Handelsblad

Hoe jong mag Alexander de Grote zijn 

Het nieuwe stuk van Willem Jan Otten roept zeer tegenstrijdige oordelen op. Is het een leesdrama, een ideeënstuk, een stuk bordkarton vol clichés of zal het zeker repertoire houden? Is de voorstelling door Het Toneel Speelt sober, fantasievol of saai? Zijn de jonge hoofdrolspelers uitstekend, goed gecast, of missen ze het gewicht om de voorstelling te dragen? En de piepjonge Alexander, is hij alleen maar een mooi, fragiel jongetje, of zien we zijn neergang en ligt er als hij aan de macht is een gevaarlijke angst in zijn blik? 

Een toneelrecensie in het Nederlands Dagblad! Deze krant is niet meer stijf gereformeerd, maar heet nu 'Christelijk betrokken'. Zij heeft een jongerensite en foto's in kleur. Maar toch: toneel? Is dat voor gereformeerden geen broedplaats van de duivel meer? Het zal geen toeval zijn dat het gaat om een toneelstuk van Willem Jan Otten, die enige jaren geleden gelovig (zij het rooms-katholiek) is geworden. Zijn stuk Alexander, geschreven in vijfvoetige jamben, speelt drie eeuwen vóór de geboorte van Jezus en gaat over de veldtocht van de jonge Alexander tegen Perzië. We zien hem van een aardige jongen tussen de andere jongens een heerser worden die offers moet brengen en verraad moet plegen aan zichzelf. Het Toneel Speelt heeft er een jonge regisseuse aan gezet, Ira Judkovskaja, die in Rusland is geboren en hier haar opleiding heeft gevolgd. Zij maakte de voorstelling met een groep heel jonge spelers, samen met twee 'veteranen' (Petra Laseur en Mark Rietman). In het Nederlands Dagblad schrijft redacteur Rien van den Berg veruit de langste en meest serieuze bespreking, die samen met drie foto's wordt afgedrukt, waaronder een foto van een actrice die met blote borsten Alexander verleidt. Van den Berg heeft waardering voor de voorstelling en voor het intelligente spel met verwijzingen en gedachten in het stuk, en hij vindt zelfs dat de – homosexuele – relatie tussen Alexander en een van zijn vrienden meer had moeten worden uitgewerkt. Hij gebruikt veel meer ruimte om het stuk te beschrijven, dan om het te analyseren. Uiteindelijk vindt hij toch een christelijke invalshoek voor zijn conclusie: 'Geen leider heeft God in zijn broekzak en wie denkt van wel, vergeet zijn eigen plaats en dus zijn volgelingen.' 

Dat de recensies zo verschillend zijn komt in de eerste plaats omdat de waardering voor Willem Jan Otten zo verschilt. Er zijn recensenten die zijn vroegere werk (zijn eersteling Een sneeuw, maar ook het recentere Braambos) hogelijk waardeerden en die nu zwaar teleurgesteld zijn. Anderen waren juist bang dat ze zwaar christelijk gepreek voorgezet zouden krijgen en zijn nu opgelucht zijn dat dit uitblijft. Maar dan komt er weer heel andere kritiek. Simon van den Berg vindt in Het Parool dat de voorstelling topzwaar wordt door een overdaad aan thematiek. Bovendien vindt hij de keuze voor piepjonge acteurs minder gelukkig: 'Ze spelen zeker niet slecht, maar missen toch het gewicht om een voorstelling van dit kaliber te dragen.' 
Nog negatiever is Marian Buijs. Zij ziet in het stuk alleen maar clichés, voor haar blijft het van bordkarton. Zij bespeurt in het stuk een duidelijke verwijzing naar de huidige politiek van Amerika: oorlog voeren om vrede te brengen, maar dat stemt haar niet zachter. Otten haalt teveel overhoop, het verhaal zwalkt alle kanten uit. De spelers doen hun best – in volgens haar 'foeilelijke kostuums' - maar je zou je hoogstens kunnen identificeren met de jonge Alexander: 'mooi en krachtig neergezet door de jonge frêle Kaspar Schellingerhout.' Hans Oranje schreef in Trouw een zeer brommerige recensie. Hij heeft vooral zitten kijken naar de lichtende maanschijf die volgens hem verkeerd om liep, hij waardeert de belichting van Marc Heinz, maar het versdrama ging aan hem voorbij. Terwijl de andere recensenten de natuurlijke manier waarop de verzen worden gezegd prijzen, vind hij dat de teksten in 'een rubberen cadans' blijven steken. 
In een nieuwe weblog van Elsevier (www.Elsevier.nl) beschrijft toneelmeester Thomas van den Berg hoe hij als dertienjarige onder de indruk was van Een sneeuw. Maar ondanks de sterke oerbeelden die regisseuse Ira Judkovskaja creëert (hij noemt de 'schitterende maan') en het sferische geluidsdecor van Beppe Costa, brengen de mooie woorden nu geen drama op gang. Daarvoor is de conflictstof te bedacht en te overladen met symboliek en betekenissen.
In www.8weekly.nl ziet Sophie Janssen ook een christelijke moraal in het stuk van Otten: Alexander wordt steeds de zoon van God genoemd, dus gaat het toch weer over Jezus. Voor haar verwijzen zelfs de stenen in de woestijn naar passages uit de bijbel 'waar de steen als symbool voor Christus wordt gebruikt'. En ook zij vindt Kaspar Schellingerhout te jong voor zijn rol, te klein en te fragiel: 'Zijn spel is te licht en doordat zijn voorkomen ook niet meewerkt is hij ongeloofwaardig.' Anneriek de Jong vindt hem in NRC Handelsblad nu juist uitstekend in de rol van Alexander: 'Met zijn tengere lijf en lange blonde haar lijkt hij op een sprookjesprins. Maar wat ligt er een gevaarlijke angst in zijn blik als hij eenmaal op de Perzische troon zit.' De positieve recensie van Anneriek de Jong is au fond niet zo uitvoerig en nogal brokkelig, maar hij wordt gesierd door een enorme goudkleurige foto over zeven kolommen van de vijf hoofdrolspelers die op je af komen, een prachtig beeld. 
Wijbrand Schaap van de GPD-bladen was bang dat het stuk weer bloedernstig en traag zou zijn, zoals het eerdere stuk Braambos. Maar dat valt mee, omdat de toon licht blijft en een Vondeldreun wordt omzeild. Kaspar Schellingerhout heet hier 'een mooi jongetje' en met zijn tengere verschijning is hij 'best wel geschikt voor de rol van jonge god die Alexander volgens Willem Jan Otten was'. Alleen jammer dat Otten niet in gaat tegen het beeld, onlangs nog door de Paus verkondigd, dat het Oosten een vat vol barbarij en gruwelijke onmenselijkheid is. 
Ook Peter Liefhebber is in De Telegraaf overwegend positief. Hij denkt dat het stuk de potentie heeft op het repertoire terug te blijven en hij waardeert het juist dat Willem Jan Otten zoveel thema's en subthema's in zijn stukken stopt. Alleen worden zijn bedoelingen soms al te diffuus en ongrijpbaar. Hij heeft het over de 'sobere regie' en de sterke rollen van Mark Rietman als de vechtjas die z'n zonen ziet sneuvelen en Petra Laseur als de Perzische koningin-moeder, een formidabele overleefster 'in wie Ottens (drie)dubbelzinnigheid het gaafst tot haar recht komt'.

Frustrerend vak 
Op de regie van Ira Judkovskaja wordt door geen van deze critici uitvoerig ingegaan. Wel wordt overal vermeld dat zij jong is (31 jaar), dat dit haar eerste grote zaalvoorstelling is en af en toe ook dat zij van Russische afkomst is. Soms vindt men haar regie sober, soms sfeervol, soms indrukwekkend. Maar bijna niemand komt toe aan de vraag of haar regie een interpretatie van het stuk verraadt.
Ira Judkovskaja is daar teleurgesteld over, maar na zeven seizoenen heeft zij al wat eelt op haar ziel. Wat zij heel moeilijk vindt is als acteurs tegen elkaar worden uitgespeeld, bijvoorbeeld de oudere tegenover de jongeren en zij begrijpt niet dat sommige acteurs die heel goed spelen toch nooit worden genoemd. Maar zij vindt vooral dat theaterrecensent zijn in Nederland een heel frustrerend beroep moet zijn: 'Ik denk dat je, als je theatercriticus wordt, heel veel van toneel houdt en er graag stevige analyses over wilt schrijven. Maar recensenten krijgen maar zo weinig ruimte dat ze nauwelijks meer kunnen schrijven dan: 'mooi' of 'lelijk'. Ik heb in de acht jaar dat ik nu toneel maak de hoop opgegeven ooit een echte analyse van mijn werk in een recensie tegen te komen. Bij een interview is het anders. Als je recensenten buiten het theater spreekt blijken ze er heel veel over te zeggen te hebben, maar puur uit de artikelen krijg ik nooit het gevoel, dat iemand mijn werk volgt. Het is nooit meer dan één woord of hoogstens één zin. Het is nooit een analyse van een voorstelling, eerst kijken wat de makers doen, wat er te zien is, waartoe dat in verhouding staat, naar welke symboliek wordt verwezen, wat daarbij wordt gebruikt, en dan pas wat de recensent er van vindt. Er is ook geen recensent die lijkt te beseffen wat het betekent als je met zoveel jonge acteurs een voorstelling van drie uur in de grote zaal brengt. Niemand gaat in op mijn interpretatie van het stuk als een verhaal over volwassen worden. Daarom klopt het ook dat het door heel jonge mensen wordt gespeeld. Je ziet Alexander groeien, van een jongen op blote voeten, in pyjama, die zich afvraagt of het allemaal de moeite waard is, naar iemand die zijn twijfels uitbant en daardoor zijn ziel vermoordt.

Wat ik ook niet snap is dat er steeds gesproken wordt over een Christelijke symboliek, omdat het een stuk van Willem Jan Otten is. Dat getuigt van vooringenomenheid. Ik ben zelf joods, maar dat doet er toch niet toe? Dat het stuk een ideeënstuk wordt genoemd kan ik wel begrijpen. De acteurs moeten hard werken om er personages van te maken. Maar dat er teveel thema's in zouden staan, die kritiek kan ik niet delen. Ik ben blij dat er ideeën in dat stuk zitten, tegenwoordig is alles vaak zo dun, zo arm aan inhoud. Ik zou graag een dialoog met de recensenten aangaan. Als je te weinig plaats krijgt van de redactie, verover die plaats dan. Zorg er voor dat de kranten je als recensent serieus nemen.'

Het is mij al vaker opgevallen dat recensenten zo onwelwillend en onbarmhartig kunnen reageren op jonge acteurs die debuteren of stages lopen. Dat valt ook bij deze Alexander-voorstelling op. Vooral jonge recensenten schrijven soms keihard over hun leeftijdgenoten, bijna alsof ze hun jaloezie nauwelijks kunnen onderdrukken. Als jonge journalisten schrijven dat de jonge acteurs wel goed spelen, maar het gewicht missen om een voorstelling van dit kaliber te dragen, kun je je net zo goed afvragen of zij wel het gewicht hebben om zo'n meedogenloos oordeel uit te spreken.

Misschien was het op de première anders (in de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn die met alles casters op de voorste rijen altijd extra nerveus), maar ik zag een Alexander van Kaspar Schellingerhout die er mag zijn: jong inderdaad, frêle inderdaad, zoekend soms in het begin, zichzelf steeds meer verhardend en toch nog steeds diezelfde jongen. Maar ook Xander van Vledder als de schrijver Filotas, Justus van Dillen als de stomme soldaat Agasthenes en Kees Boot als de macho Hefaiston. Ze worden nergens apart genoemd, maar ze doen niet onder voor oudere acteurs als Mark Rietman en Petra Laseur. De voorstelling is in het geheel een klein wonder: een versdrama dat zo licht en natuurlijk over het voetlicht komt in een grote zaal. Zou Ira Judkovskaja niet eens een Vondel willen proberen? 

Max Arian

Theatermaker

Alexander kwam en overwon 

Een klassiek verhaal, nieuw geschreven door Willem Jan Otten met drie talentvolle spelers vers van de toneelschool uit Maastricht. Tevens de eerste ‘grote’ voorstelling van regisseuse Ira Judkovskaja. Hoe zal de play ontvangen worden op deze première in die prachtige stadsschouwburg van Amsterdam? Alexander kwam en overwon mij. 

De jongste koning ooit, leidt de veldtocht tegen de machtigste man op aarde. Na de overwinning maakt hij de vrouwen van de vijand buit en laat ze leven. Alexander wordt omringd door vrienden en zijn soldaten gaan voor hem door het vuur. Hij wordt op handen gedragen en door de hele wereld geloofd. Hij vindt zijn grote liefde. Toch veranderd deze Alexander in een despoot. Iemand die bang wordt voor iedereen, zelfs voor wie het meeste van hem houden. Om te beginnen was het decor heel goed en passend uitgevoerd, wild werden er allemaal stenen op de grond gegooid waardoor er stof omhoog stoof, waardoor dit samen met de scherpe belichting een bijna filmisch effect had. De spelers vormden een krachtige combinatie van sterk ervaren acteurs en frisse jonge acteurs die dragende rollen vertolkte. 

De teksten waren briljant geschreven, poëtisch, ritmisch maar ook toegankelijk, pakkend en helder. Op mij kwam het stuk heel sec over. Het schepte een beeld over hoe jongeren zich in een oorlog staande houden. Alexander leeft een bloederig en wreed leven, maar hij als de goedheid zelve gezien, een mensengod. Toch wordt de jonge koning geteisterd door onzekerheden over zijn eigen persoon en de keuzes die hij maakt. Hij kijkt zelfs op tegen zijn verslagen vijand. 

Filotas gaat mee op veldtocht om over de strijd te schrijven. Dit zorgt voor een heldere leidraad in het verhaal, hij verwoord de gevoelens die er spelen op een prachtige manier. Agasthenes, ook hij reist mee, maakt zichzelf nuttig door geschrift te maken van Filotas zijn woorden. Zijn aanwezigheid blijft wraakzucht voeden, want de vijand heeft zijn tong afgehakt. Het hele stuk kan hij niets zeggen maar zijn lichaamstaal is zeer verfijnd. 

Als de strijd over is bevinden de soldaten zich heel symbolisch opgebouwd op tronen van puin, gekleed in gewaden die niet passen. Zij hebben gestreden voor vrijheid…maar valt vrede te behalen met geweld? Veroveraar, veroveraar, van allemaal de bangste want de vijand is verslagen dus de vijand is nu overal, zelfs de liefste allerdoodse is je vijand, ja je eigen hart valt jou nu aan, je eigen hart. 

Miranda Muskee

ikhouvantheater.nl

Alexander recensie

Een jongen aan een lessenaar schrijft. Geconcentreerd. Rammelende kettingen doen hem opschrikken. In de verte ziet hij een man. “Wie is daar?” De man geeft geen antwoord. “Kom eens dichterbij, ik kan je zo niet zien”, zegt de schrijver. De man nadert. Krom, bang en besmeurd met vuil en bloed. “Wie ben je?”, vraagt de schrijver. “Hij is naar je toe gestuurd door Alexander”, zegt een soldaat die het toneel oploopt. “Zijn verhaal moet in het boek.” “Oké, vertel op”, zegt de schrijver. “Dat zal moeilijk gaan”, zegt de soldaat. De man gooit een zakje op tafel. De schrijver haalt er een zwart stukje vlees uit. Hij proeft en spuugt het direct weer uit. De soldaat lacht hard. “Zijn tong..”

De man vormt met zo’n 3000 andere verminkte en gemartelde Griekse soldaten een levende boodschap voor de piepjonge Alexander de Grote van de machtigste man op aarde, de Perzische koning Dareios. “Vrees het allerergste, want dat is wat jou en je beschaafde volkje te wachten staat." Het heeft een tegenovergestelde uitwerking.  “Deze arme man wiens stem is afgenomen, is de reden waarom wij oorlog voeren”, betoogt Alexander geestdriftig. “Wij zullen die Perzen laten zien met wie ze te maken hebben. Er valt niet met ons te spotten. We zullen hem wreken.“

In de vroege morgen vallen de Grieken aan en winnen. Dareios vlucht voortijdig en laat zijn cape en zijn vrouwen achter. Moeder, zuster én vrouw, en minnares. Dareios biedt voor hen een geldsom en belooft vrede. Alexander voelt zich daardoor vernederd en slaat het aanbod af, tot grote frustratie van zijn mannen, die moe zijn van het vechten. Maar hij weet ze ervan te overtuigen dat deze overwinning niet genoeg was. Hij moet net zolang door tot hij Dareios heeft. Alleen een zoon van God verslaat een zoon van God. En als Alexander een zoon van God is, dan moet zijn volk wel onoverwinnelijk zijn.

De cape gaat om en de vrouwen laat hij leven. Dareios' moeder wordt zijn moeder, de minnares de zijne. Blosje noemt ze hem liefkozend. Echter hoe dichter Alexander zijn vijand nadert, hoe meer hij zijn vijand wordt. Net zo berekenend en genadeloos, vooral naar de mensen die van hem houden. De schrijver van Alexanders geschiedenis, zijn beste vriend en geweten, kan het niet meer aanzien. Hij beschuldigt hem van hoogverraad en moet dat met de dood bekopen. Het boek wordt verbrand.

Vreemd genoeg eindigt de voorstelling toch nog met een schuldbewuste hoofdrolspeler. Vreemd omdat ik nergens eerder twijfel zag. Hij, de idealist, geloofde al die tijd in wat hij deed. Pas vlak voordat het doek valt, als het lijk van zijn vijand, gedood door de Perzen zelf, bij hem wordt afgeleverd in Babylon, zijn minnares zelfmoord pleegt en de vrouw van Dareios bevalt van een dochter, terwijl hij niet eens had opgemerkt dat ze zwanger was, realiseert hij zich wat hij is geworden. Een blinde tiran.

Je kunt je afvragen of er wel een ander soort heerschappij eh, ...leiderschap bestaat.

Ik heb me best goed vermaakt, maar om eerlijk te zijn, zo verontrust als ik twee weken geleden de Rotterdamse Schouwburg verliet na de inleiding van deze voorstelling was ik niet.

Willem-Jan Otten vertelde toen in een gesprek met Bas Heijne dat hij dit stuk had geschreven voor die jonge mannen in de leeftijd van zijn eigen zonen, om ze te laten zien in welke wereld ze leven. Jonge mannen heb ik op het toneel wel gezien, Alexander wordt bijvoorbeeld gespeeld door een 23-jarige vierdejaars toneelschoolstudent, maar in de zaal werd ik omringd door honderden grijze duiven die een gezellig avondje uit waren.

Misschien leest deze voorstelling teveel als les uit een geschiedenisboek. De vormgeving helpt daarbij niet echt. Een Appel-theater-achtig monumentaal slagveld: De maan, stof, tentdoek en mannen in leren broeken die met veel stenen gooien, de Perzische dames gesluierd (aha!) en in exotisch glimmende kostuums (hmm..). Dat geeft een prima indruk van de wereld waarin Alexander ooit leefde, maar niet die van nu. Ik had dat verband heel graag willen zien. Helaas

Culture Club

Please reload

'Alexander': te veel leesdrama 

Alexander de Grote is uit de gehele Oudheid wellicht degene die het meest tot de verbeelding spreekt. De dichter, (toneel)schrijver en essayist Willem Jan Otten schreef acht jaar over zijn 'Alexander', dat hij de ondertitel gaf: 'Tragedie van het succes in vier bedrijven'.

Het is een ouderwets versdrama geworden, in vijfvoeters, waarin hij de teloorgang laat plaatsvinden van de Macedonier. Van geliefde generaal, soldaat met zijn soldaten, tot de zoon van God die verblind raakt door zijn macht. Ottens stuk grijpt terug op bekende feiten uit Alexanders leven, maar dan gecomprimeerd en hier en daar flink uit hun historische context gehaald - maar dat is de vrijheid van de toneelschrijver. 
De verwording van de macht laat hij plaatsvinden in de terechtstelling van de garde-officier Filotas, 'een van de grootste nederlagen uit Alexanders politieke leven', zoals Jona Lendering twee jaar geleden trefzeker in zijn Alexanderstudie opmerkte. Bij Otten is Filotas geen vechter, maar dichter, die tijdens de veldtocht het epos componeert dat deze tocht beschrijft. Hij heeft een secretaris, Agasthenes, die in Perzische gevangenschap de tong is uitgerukt, en stom de dichter vergezelt. De nederlaag die Alexander lijdt, geeft Otten fraai weer doordat de koning, voor de executie van Filotas, opdracht geeft de boekrollen met het epos te verbranden en erna pas zijn grote stommiteit inziet. 
Onder aanvoering van oude getrouwen Mark Rietman als generaal Parmenion en Petra Laseur als de Perzische koningin-moeder Sisygambis, speelt een jonge en mij nog vrijwel onbekende cast het drama onder regie van ook al een starter, Ira Judkovskaja. Kaspar Schellingerhout speelt een mooie, androgyne Alexander en Xander van Vledder de edele dichter die pal staat voor recht en waarheid, ook als Alexander en zijn vriendje Hefaistion (Kees Boot) een despotisch koppel worden. Minder goed begreep ik waarom Barsina (An Hackselmans), die een telg was uit de hoogste Perzische adel, en in krijgsgevangenschap de geliefde van Alexander wordt, bij Otten een courtisane is met een zeer hoerig verleden. 
In Ottens drama schijnt vrijwel steeds de maan en niet de zon. Bij de verschillende kwartieren kreeg ik de indruk dat die in tegengestelde orde verliepen dan de maan ten onzent doet, maar dat zal wel aan het dia-apparaat hebben gelegen. Ook is er een maansverduistering. De belichting van Marc Heinz was in ieder geval broeierig rood en noodlottig, heel mooi. Het versdrama zelf kon me in de Stadsschouwburg van Amsterdam minder boeien: de verzen kwinkeleerden niet en bleven een beetje in een rubberen cadans steken. Dat bezwaar viel bij lezing weg, zodat deze 'Alexander' misschien meer een leesdrama dan een speeldrama is. 
Tegelijkertijd vallen al spelende vulgarismen op, zoals wanneer een boze Filotas vraagt waarom zijn secretaris moet verdwijnen, en een (in Ottens stuk een onsympathiek neergezette) Hefaistion uitroept: 'Hij vraagt waarom, de schat'. Zo levendig als Ottens 'Een sneeuw' en 'Braambos' waren, zo moeizaam kwam op mij deze 'Alexander' over. 

Hans Oranje

Trouw

Nieuwe Otten: nobele tragedie 

Nooit neemt schrijver Willem Jan Otten genoegen met het halve ei, laat staan met een lege dop. Altijd boort hij diep en is hij kwistig met thema's en subthema's, die hij behandelt met verbeeldingskracht en ernst, met eruditie en welsprekendheid, en zonder spoor van populaire ironie.
In 'Alexander', een tragedie rond de grote Griekse veroveraar van die naam, is de alles bevlekkende werking van macht een van de lijnen. Aanvankelijk de eerste onder zijn gelijken, een kameraad tussen vertrouwelingen, verwordt Alexander tot een bruut die zijn positie beschermt met wraak en moord, met als argument dat er terreur bestreden moet worden. 

Intrigerend 
Filotas, in dit stuk een spierloos schrijvertje, is een van degenen die uit de gunst raakt en er aan gaat. Volgens de overlevering omdat hij zweeg over door hem opgevangen aanslagplannen tegen zijn vorst, bij Otten omdat hij z'n stem verheft tegen diens despotisme. In deze visie gaat ook de geschiedschrijving omver: Alexander laat het manuscript verbranden dat Filotas bijhield over de Griekse veldtochten. Intrigerend is de relatie van de krijgsheer met de gevangen Perzische koningin, de koningin-moeder en de vrouw van een overloper. Tegen de traditie in verhindert hij dat ze verkracht, resp. gestenigd worden, wat hij verdedigt met de redenering dat dit de Perzen zou overtuigen van de Griekse superioriteit en daarmee angst inboezemen. 
Of is het een bedenksel om z'n morrende mannen de mond te snoeren? Otten laat het in het midden, zoals hij veel te gissen overlaat. Daarin schuilt grote suggestieve kracht, maar ook een beperking, want soms worden zijn bedoelingen zo diffuus en ongrijpbaar dat het me zelfs nauwelijks lukt er nog vragen bij te formuleren, laat staan mogelijke antwoorden. Blijft onverlet dat hij er een tragedie van nobele, klassieke allure mee heeft geschreven. Maar wie graag geëmotioneerd raakt, of betrokkenheid wil voelen bij de personages, moet veel zelf doen. 

Talent 
De bezetting bij Het Toneel Speelt laat weinig te wensen over, hoewel niet iedereen kan bogen op een lange staat van dienst. Mark Rietman en Petra Laseur wel en zij laten gul zien wat dit, naast talent, aan waardevols oplevert. Rietman doet dat als de vechtjas Parmenion die al z'n zoons ziet sneuvelen; sterk, (vooral innerlijk) bewogen, en goed voor de fraaiste momenten van de voorstelling. De vele facetten waarvan Petra Laseur de Perzische koningin-moeder voorziet, zijn even gepolijst als bedrieglijk. Een formidabele overleefster, in wie Ottens (drie)dubbelzinnigheid het gaafst tot haar recht komt. 

Peter Liefhebber

De Telegraaf

'Onze leider kent de wil van god!' 
Nieuw stuk Willem Jan Otten is een intelligent spel 

Na een van de meest succesvolle periodes in zijn schrijverschap, vervolgde Willem Jan Otten dinsdag zijn carriere met een sprong in het verleden. De schrijver keerde terug naar een oude liefde: de klassieken. In de Amsterdamse Stadsschouwburg zag een schare bekende Nederlanders het toneelstuk Alexander in première gaan. 

Otten stapt in een enorme traditie. Het leven van Alexander de Grote (356-323 voor Christus) is talloze malen tot boeken, toneelstukken en films verwerkt. De Macedonische veldheer veroverde een rijk dat ongeveer de huidige Balkan, Griekenland, Turkije, Syrie, Israel, Egypte, Irak en Iran beslaat. Alexander had meer plannen. Hij wilde de wereld veroveren - en hij dacht dat die bij de Ganges ophield, dus begon hij ook, een veroveringstocht in India. Maar de eindeloze tropische regens ondermijnden het animo van zijn generaals, zodat Alexander moest terugkeren. Alexander stierf in 323 voor Christus, op 32-jarige leeftijd, aan een plotselinge koorts. In Babel, de stad die hij veroverd had. Door die vroege dood en het tempo waarin hij zijn wereldrijk veroverd had, viel zijn erfenis politiek gezien snel uit elkaar. Maar Alexander had tijdens zijn korte bewind gestreefd naar een integratie van culturen. De Grieken namen Perzische gewoonten over en andersom. Aan zijn hof werd de proskynesis ingevoerd, het toewerpen van een kushand aan een hooggeplaatste. Zulks tot grote ergernis van zijn generaals, die van dergelijke fratsen niet gediend waren. Alexander trouwde met Perzische prinsessen, hoewel zijn beste vriend en minnaar Hefaistion als de liefde van zijn leven wordt beschouwd. Die culturele missie bleek behoorlijk bestendig: de Griekse cultuur schoot wortel in het oude oosten, iets dat later van groot belang zou blijken bij de verbreiding van het Christendom. 

Bebloed 
Het toneelstuk opent met een ingetogen scene. Een hofdichter werkt aan het levensepos van Alexander. Je hoort zijn pen krassen en hij prevelt onverstaanbare zinnen. Het belangrijkste is nog dat hij met zijn vingers steeds tot vijf telt. Kennelijk schrijft hij vijfvoetige versregels - net als Willem Jan Otten, die ook in dat opzicht in een grote literaire traditie stapt. Die schrijver is - in elk geval voorzover je als publiek meekrijgt - meer bezig met de vorm dan met de inhoud. Dan verschijnt er een magere, bebloede en gebogen gestalte op het toneel, die slechts klanken uitstoot en iets in zijn hand heeft. De schrijver, Filotas, probeert met hem te praten maar het lukt niet. Dan verschijnt Hefaistion, generaal en vertrouweling van Alexander. Die stelt de verschoppeling voor als Agasthenes. ,,Hij is hier op verzoek van Alexander. Voor je boek. Hij moet erin, zegt hij." Agasthenes geeft wat hij in zijn hand heeft aan Filotas. Hefaistion legt uit: ,,Zijn verhaal zit in het zakje in je hand." Filotas opent het zakje. ,,Wat is dit? Een gedroogde pruimtomaat?" Hij steekt het onwillekeurig in zijn mond en likt eraan. ,,Zijn tong", zegt Hefaistion op dat moment. Agasthenes blijkt aanvoerder van een leger van achthonderd mannen die in handen van de Perzische koning Darius zijn gevallen. Ze zijn niet gedood, maar verminkt. Alexander stuurde hem naar Filotes om zijn oorlog tegen de Perzen te rechtvaardigen. Deze achthonderd verminkte mannen moeten gewroken worden. Zo blijkt al dat Alexander de regie in handen heeft, voordat hij zelf op het toneel verschijnt. Even later komt hij op. Een jonge man, klein van stuk. Hij houdt zijn gehoor voor dat iedereen nog een schim is van wat hij worden moet. Grootse daden liggen in het verschiet, en Filotas zal ze opschrijven. Het lot van Agasthenes moet hen inspireren. 

,,Kijk naar Agasthenes. Leen hem je tong. 
Bevrijd je van je angst te klein te zijn 
voor wat de tocht je brengen zal. We zijn 
op reis met maar een enkel doel - een vijand 
is ons groot genoeg, en dat is hij 
die deze man zijn tong afsneed. Om hem 
zijn wij zo ver van huis. Zijn lot moet worden 
recht gezet. Een zaak rechtvaardigt 
ons bestaan - de wraak. Dood, Filotas, 
dood nu je angst, word Alexander waard, 
en ook zijn leger, word van deze man 
de tong, wreek, leger, dat hij stom moet zijn, 
en vecht opdat de dichters schrijven van uw strijd." 

Dan volgt de veldslag bij de Issos, die wordt uitgebeeld doordat de generaals woest en heftig een zeildoek over het podium trekken en het met stenen bezaaien. Een geslaagde ingreep van regisseur Ira Judkovskaja: ze schakelt de acteurs in voor de decorwisselingen, die tegelijk met zoveel geweld plaatsvinden dat ze scenes in het toneelstuk verbeelden. Er is veel meer aan dit stuk dat kwaliteit verraadt. De beelden die je worden voorgeschoteld zijn indrukwekkend. De acteurs spelen voortreffelijk. De casting is magistraal: er staan mannen op het podium die geloofwaardige houwdegens zijn. Ook al moeten ze hele lappen vijfvoetige versregels kunnen opzeggen, toch schiet het publiek regelmatig in de lach als ze met een onbenullig gezicht iets aanhoren van de fijnbesnaarde dichter Filotas, dat ze ver boven de pet gaat. Sowieso is de humor een sterk punt in het stuk. Indrukwekkend is ook de tekst van Willem Jan Otten. Het is - midden uit het soldatenleven - een intellectueel spel vol ideeën en verwijzingen. Geschreven in vijfvoetige regels, jawel. Maar tijdens het stuk merk je daar regelmatig helemaal niets van. De acteurs spreken doorgaans bijna natuurlijk Nederlands - en dat terwijl de ruimte voor improvisatie vrijwel nihil is. Dat is niet alleen van de acteurs een knappe prestatie. 

Leegte 
Toch is het stuk niet helemaal geslaagd. Na een sterke opening zak je als toeschouwer halverwege de eerste helft een beetje weg. Na de pauze pakken de acteurs de draad wel weer op en weten ze te boeien tot het eind, maar Alexander is niet een stuk dat je van de kaart veegt en meeneemt tot, zeg maar, de Ganges van je ervaringswereld. Misschien is een vergelijking met Ottens vorige toneelstuk niet helemaal eerlijk. Misschien ook verheldert het iets. In Braambos draaide het om de mogelijkheid om de ander te vergeven, wie jij ook bent en wie de ander ook is. Die vraag, die iedereen zichzelf wel stelt (al was het maar omdat we regelmatig biddend beloven te vergeven wie ons iets schuldig is), kreeg in iedere volgende scene een diepere laag, een volgende emotionele barrière, een volgende horde die genomen moest worden. 

Alexander is een heel ander stuk. Meer een denkstuk misschien. Maar zoals het dinsdag in Amsterdam gespeeld werd, draaide het vooral om de vraag wat er van Alexander overblijft als hij zijn vertrouwelingen tart en begint te geloven dat hij de zoon van god is. Die vraag wordt al op de theaterposters beantwoord: Alexander, de tragedie van het succes, zo luidt de titel van het stuk. Als Alexander midden tijdens een veldtocht ineens een omweg van tweeduizend kilometer maakt om van een orakel te horen ,,of hij degene is die hij moet zijn", leggen Hefaistion en Filotas de kern van het stuk op tafel. Alexander komt naar buiten, heeft zijn antwoord gekregen. Hefaistion, in zijn rondborstige soldatenlogica, concludeert enthousiast: ,,Onze leider kent de wil van god!" Dat is makkelijk vechten immers. Ze verlaten het toneel en gaan achter Alexander aan. De schrijver Filotas blijft staan. Hij ziet hoe de Libische priester van Ammon fluitend het tentje afbreekt waarin hij Alexander te woord had gestaan. Het stelt eigenlijk niets voor. Dan richt Filotas zich tot god. Hij heeft de kern begrepen. Van wie God is (,,Als u zich over ons ontfermt, dan zal het zwijgend zijn, u bent de stem die niemand ooit liet horen wat hij wilde horen, wat u hebt te zeggen zegt u door te horen, ja, u luistert nu en dus kan ik het u vertellen, u, die altijd al mijn lever kent en wat ik daarop heb." En van wat er gebeurt met Alexander: ,,Als Alexander hier, in deze leegte, heeft gehoord dat hij van deze god de zoon is - wie zullen wij, gewone stervelingen dan nog voor hem zijn?" 

Wraakoefening 
De antwoorden zijn snel te geven. Te snel. Geen leider heeft God in zijn broekzak en wie denkt van wel, vergeet zijn eigen plaats en dus zijn volgelingen. Otten had voorgesteld precies na de vraag van Filotas de pauze te laten beginnen. Regisseur Ira Judkovskaja heeft de pauze naar voren getrokken, en dat is verstandig. Je moet een pauze niet ingaan met conclusies, maar met vragen. Een belangrijk probleem is ook dat je als toeschouwer niemand aangeboden krijgt met wie je je echt kunt identificeren. De afstand tot Alexander is te groot. Alexander houdt welbeschouwd iedereen op afstand. Zelfs de vrouw die hem haar borsten toont en hem het bed in lokt, wil hij uiteindelijk gebruiken voor een even politieke als persoonlijke wraakoefening. Hefaistios is te veel een eendimensionale houwdegen. De generaal Parmenion - een glansrol van Mark Rietman - komt nog het dichtste bij een identiflcatiefiguur, maar hij wordt halverwege het stuk uitgerangeerd. 
Misschien had Otten er goed aan gedaan de sluimerende relatie tussen Alexander en Filotas iets uit te bouwen. De historische Alexander had vermoedelijk een relatie met Hefaistion, maar in dit toneelstuk zet Otten de werkelijkheid iets naar zijn hand. Juist als de relatie tussen Filotas en Alexander was uitgebouwd - tussen hoop en vrees uiteraard - had je als toeschouwer iemand gekregen met wie je emotioneel verbonden was. Maar mag je die identificatie van dit toneelstuk vragen? Is Alexander niet veel meer een denkproef? Alexander is een knap stuk. De acteerprestatie en de regie zijn goed verzorgd. De dichter Willem Jan Otten bereikt van tijd tot tijd een natuurlijke harmonie tussen vijfvoetige versregels en houwdegentaal. Alexander is een intelligent spel met verwijzingen en gedachten - in de mond gelegd van soldatenvolk. Op die manier bekeken, boeit en overtuigt dit toneelstuk van begin tot eind. 

 

Rien van den Berg

Nederlands Dagblad

Fragiele Alexander voelt zich nergens te klein voor

In de serie Topstukken zijn dit seizoen vier toneelstukken geselecteerd. Alexander, het nieuwe stuk van schrijver Willem Jan Otten, is daar één van. Maar die selectie was al ver voor de première van dinsdagavond bekend. Deze nieuwe tekst wordt dit seizoen voor het eerst geënsceneerd bij Het Toneel Speelt in de regie van Ira Judkovskaja. De voorstelling moest zich dus nog bewijzen. Vreemde constructie. Op welke gegevens heeft de organisatie haar keuze dan gebaseerd? Helaas kan de première hier ook geen opheldering over geven.

Bijbel
Otten, bekend van zijn toneelstukken Een Sneeuw en Braambos en zijn alom geprezen roman Specht en Zoon, maakt in zijn werk geregeld gebruik van de bijbel. De titel en de beschrijving van dit nieuwe stuk doen anders vermoeden. Op het eerste gezicht gaat Alexander over de jongste koning ooit die met zijn Griekse leger ten strijde trekt tegen de Perzen. In die tijd vereerde men nog hele andere goden dan die uit de bijbel, over het Christendom kon dit stuk dus echt niet gaan. Maar het was waarschijnlijk te hoopvol om te denken dat Otten even van zijn geloof afgevallen zou zijn. Na enkele minuten vliegt de zoon van God je al om de oren. Gaat het toch weer over Jezus. De voorstelling zit bovendien boordevol heilige symboliek. De personages merken de geur van wierook op en het toneel ligt bezaait met stenen die ongetwijfeld verwijzen naar passages uit de bijbel waar de steen als symbool voor Christus wordt gebruikt. Deze keuzes in de enscenering geven de indruk dat de regisseur niet de behoefte heeft gehad om zijn eigen visie op het stuk te laten zien. De regie is erg recht toe recht aan. En dat is jammer.

Mooi toneelbeeld
Die stenen vormen overigens wel een mooi plaatje. Op het toneel staat een schuin oplopende constructie met daaroverheen een viezig doek. Een aftandse stoffen tent staat in de hoek. Het toneelbeeld geeft de indruk een slagveld te zijn in de tijd van de oude Grieken. Ook de muziek van Beppe Costa sluit hier prachtig bij aan. Het intense vrouwen gezang in een vreemde taal, waarschijnlijk Perzisch, brengt helemaal de juiste sfeer. Ook voor de kostuums zijn kosten noch moeite gespaard. De uitbundige jurken en mantels geven een mooi silhouet, maar de glimmende stoffen doen toch vooral pijn aan de ogen. Waar het decor en de muziek echt oude tijden doen herleven, gaat het bij deze kostuums toch vooral om het uiterlijk. De Perzen zullen er zo niet bij hebben gelopen.

Onevenwichtige cast
Hoewel de vormgeving dus vrij volwassen is, wordt de cast gekenmerkt door jeugdigheid. De titelrol wordt gespeeld door Kaspar Schellingerhout. Aan het begin zegt hij tegen zijn onderdanen: "Bevrijd je van de angst te klein te zijn voor wat de tocht je brengen zal". Misschien had deze jonge acteur dat beter niet kunnen doen. Hij is te jong, te klein, te fragiel voor een titelrol. En al helemaal voor de rol van koning van de wereld. Zijn spel is te licht en doordat zijn voorkomen ook niet meewerkt, is hij ongeloofwaardig. Daar tegenover staan ervaren acteurs als Mark Rietman, Kees Boot en Petra Laseur. Maar die houden de boel niet overeind. Ze zorgen er juist voor dat er geen evenwicht is in de voorstelling. Dat neemt niet weg dat de scènes met Laseur, de mooiste zijn.

Buiten de bijbelse symboliek heeft Alexander geen indrukwekkende betekenis. Het is toch vooral het verhaal over de oorlog van de Grieken tegen de Perzen. Een mooie vormgeving maakt dat niet goed. De rol van Topstuk had beter door een andere voorstelling vervuld kunnen worden.

8weekly.nl

Please reload