De Rovers • Noord Nederlands Toneel

De rovers van Friedrich Schiller
De rovers (Die Räuber) was het eerste stuk van de Duitse dichter en toneelschrijver Friedrich Schiller (1759-1805). Het werd in 1781 gepubliceerd en vierde zijn première een jaar later in Mannheim. De rovers werd met veel succes onthaald maar leverde Schiller ook twee weken cel en een levenslang schrijfverbod op vanwege de kritiek op het regime van de hertog van Würtemberg. Schiller ontvluchtte zijn geboortegrond en begon een nieuw leven als dichter, filosoof, historicus én toneelschrijver. Bekende toneelstukken van Schiller zijn Don Carlos, De jonkvrouw van Orleans, Maria Stuart en Turandot.

Charles en Francis Moore
In De rovers staan twee broers, een tweeling, uit de gegoede familie Moore lijnrecht tegenover elkaar. De charismatische en intelligente Charles, eerstgeborene, is de lieveling van zijn vader en beoogd nieuw leider van het Moore imperium. Charles studeert aan de universiteit en koestert idealen over persoonlijke vrijheid en een vrije maatschappij. Zijn jongere broer Francis daarentegen is kil en berekenend. Door een slinkse list weet Francis zijn vader zo ver te krijgen dat hij Charles onterft en verstoot. Charles, nu zonder geld en toekomst, besluit daarop met een roversbende door het land te trekken en te vechten voor zijn idealen. Los van elke wet en gedragscode. Ondertussen gaat Francis door met zijn intriges. Hij probeert Charles’ geliefde, Amalia, in te palmen, én beraamt een machtsovername op zijn vader.

Regisseur Floris van Delft
De rovers lijkt de twee eeuwen oude theaterversie van de film Fight Club met Brad Pitt en Edward Norton in de hoofdrollen. Twee jongens die elkaars tegenpool zijn, in gevecht met de regels van het systeem. Ze besluiten zich niet te gedragen zoals het hoort, maar te vechten voor een wereld waarin mensen vrij zijn van de dwang van commercie en politieke correctheid. Het begrip vrijheid staat ook centraal in het leven en werk van Schiller. In De rovers stelt Schiller de vraag hoever je voor deze vrijheden mag gaan. Ruim tweehonderd jaar later is deze vraag nog even actueel. Waar ligt de grens tussen vrijheidsstrijd en anarchie, tussen verzet en terrorisme. Is de goede broer Charles een Robin Hood of een gevaarlijke rebel? 

Wolter Muller, bewerker
De rovers heeft alles in zich voor een meeslepend drama: de machtsstrijd tussen twee broers, de eindeloze zoektocht naar vrijheid voor het individu, het verdriet van een vader, de tranen der geliefden. Maar De rovers is ook het verhaal over een groep jongens die radicaliseert. Het begint met idealen en heldenmoed, maar zodra de blik vernauwt en persoonlijke motieven een rol gaan spelen, wordt de groep gevaarlijk. Anno 2008 is de roversbende van Schiller het best te vergelijken met een groep extreemlinkse rebellen. Met het Anarchistisch Kookboek onder de arm werpen zij hun zelfgebrouwen bommen. De vijand is de ‘verwurgingsstaat’, in de ogen van onze rovers even dictatoriaal en onderdrukkend als de hertog van Würtemberg in de tijd van Schiller.

auteur Friedrich Schiller bewerking Wolter Muller regie Floris van Delft regieassistent Elsbeth Zanen acteurs Martijn de Rijk, Aafke Buringh, Joris Smit, Guus Boswijk, Justus van Dillen, Iwan Walhain, Neal Lewis, Rick-Paul van Mulligen toneelbeeld Niek Kortekaas licht Kiek Groendijk

‘De Rovers’ leunt vooral op de vorm

Ook rovers gaan met hun tijd mee. Tegenwoordig heten ze daarom terroristen. De rovers uit het gelijknamige stuk van Schiller uit 1780 maken in een bewerking bij het Noord Nederlands Toneel bijvoorbeeld handig gebruik van recepten uit The Anarchist Cookbook. Op het podium wordt voorgedaan hoe je thuis vrij simpel een zogenaamde kunstmestbom of molotovcocktail kan bereiden.

Het is een van de vele verwijzingen in deze voorstelling naar Chuck Palahniuks Fight Club. David Finchers verfilming van dit boek wordt door regisseur Floris van Delft en bewerker Wolter Muller genoemd als inspiratie voor hun enscenering van De Rovers. Film en toneeltekst gaan over een bende jongens die een koelbloedige strijd leveren voor hun vrijheidsidealen.

Helaas lijkt alle aandacht van de makers naar de vorm van deze voorstelling te zijn uitgegaan. Schillers tekst komt er nogal bekaaid van af. Er is veel geschrapt, waardoor de intrige tamelijk dun is geworden. Ook de beweegredenen van de personages lijken vaak erg eenduidig.

Charles Moore (Martijn de Rijk) bijvoorbeeld. Hij is aanvoerder van een zootje desperado’s, een roversbende die er hier uitziet als een bevrijdingsfront. Ze zijn zwaar bewapend, hebben niets meer te verliezen en vechten tegen de gevestigde orde en heersende machten. Deze worden verpersoonlijkt door Charles’ boosaardige tweelingbroer Francis Moore. De oorsprong en betekenis van deze vete wordt verder niet uitgediept.

De strijd komt wel goed tot uiting in de mooie scenografie. De speelvloer is over de gehele lengte in tweeën gedeeld door een metalen hekwerk. Het achterste gedeelte bestaat uit veel betonblokken met graffititeksten en is de loods-achtige schuilplaats van de rovers.

Deze omgeving en het gedrag van de rovers doen sterk denken aan weer een andere film: Quentin Tarantino’s Reservoir Dogs. Vooral ook de manier waarop ze steeds maar weer hysterisch met hun pistolen lopen te zwaaien en deze nerveus op elkaar richten als er iemand verdacht wordt van verraad. Een andere parallel: in een scène wordt een rechter gegijzeld en mishandeld, zoals een agent in de film.

Het andere deel van de speelvloer, met zwarte glimmende tegels, stelt het paleis voor waar Francis zich verschanst heeft. In het geniep broedt hij hier op slechte plannen, zoals het bespoedigen van zijn vaders dood. Joris Smit speelt hem als de karikaturale neurotische evil villain, handenwrijvend en al. Dat doet hij met veel humor en ironie, zodat hij het meest genietbare personage in deze voorstelling speelt.

De middelmatigheid in de overige rolopvattingen ligt echter niet aan de acteurs, maar vooral aan de regisseur. Opvallend is dat juist veel van de scènes in het rovershol erg matig zijn. Spannend wordt het nauwelijks. De rovers lijken een stelletje dolgedraaide pistoolzwaaiende actiehelden, zoals die allerlei barslechte b-films bevolken. Wat mist zijn nu net de stijl en klasse die films als Fight Club en Reservoir Dogs zo uitzonderlijk maakten. Ontploffende rook- en stofbommen, veel geschreeuw en spektakelvuur alleen zijn niet genoeg.

Vincent Kouters

De Volkskrant

Speelse Schiller

Volop vuurwerk in 'De Rovers' van het NNT

Regisseur Floris van Delft werkt graag met elementen. Twee jaar geleden liep zijn enscenering van Shakespeares 'Troilus en Cressida'bij het Noord Nederlands Toneel uit op een episch watergevecht tussen de Grieken en de Trojanen. Dit keer speelt de 32-jarige theatermaker bij hetzelfde gezelschap met vuur: zijn regie van Friedrich Schillers 'De Rovers' vonkt, walmt en brandt.

Zwartgemaskerde figuren met fakkels wachten het publiek op in De Machinefabriek, het thuistheater van het Noord Nederlands Toneel (NNT). De bezoekers vallen midden in een duister ritueel, de inwijding van Francis Moore. Grote afwezige is diens nét iets oudere tweelingbroer Charles, oogappel van hun adellijke vader. De jaloerse Francis weet door list en bedrog zijn broer nóg verder in diskrediet te brengen. Charles die zich verstoten voelt, kiest vervolgens het pad van de absolute vrijheid: met een roversbende trekt hij het land door en wordt de schrik van de gevestigde orde.

Opsluiting
Dat gold destijds ook voor de debuterende Schiller. Het stuk uit 1781 bracht hem in botsing met de hertog van Württemberg. De lofzang op de vrijgevochten Charles - die breekt met alle wetten en regels - leidde zelfs tot de tijdelijke opsluiting van de Duitse schrijver, al inspireerde hij er ook de jeugd mee. NNT-acteur Wolter Muller trekt in zijn bewerking parallellen met moderne activisten die tot extremisme vervallen. Charles en zijn bende roepen in 'De Rovers'dat het doel de middelen heiligt en knutselen met het Anarchistisch Kookboek als leidraad bommen in elkaar.
Een goed excuus om allerlei special effects uit de kast te trekken, die van 'De Rovers'een klein spektakel maken. Niek Kortekaas tekende daarbij voor de vormgeving van het langgerekte podium, waarop een hek in de breedte de met graffiti bekladde betonwereld van Charles scheidt van Francis' luxe leefomgeving. De broers maken het ieder tot hun eigen hel. Of, zoals bewerker Muller ontleent aan Nietszche: ze turen in de afgrond, en de afgrond kijkt terug. De één ontdekt dat zijn tomeloze honger naar macht hem uiteindelijk niets heeft gebracht, de ander moet toegeven dat zijn idealisme eigenlijk weinig meer was dan vermomde wraakzucht.
Anders dan in 'Troilus en Cressida'weet de regisseur Van Delft dit keer zijn theatrale vondsten grotendeels in dienst te stellen van het geheel. Acteur Joris Smit moet even naar de toon zoeken, maar bewijst zich uiteindelijk als de vileine Francis, terwijl Martijn de Rijk een goede rol speelt als zijn gekwetste tweelingbroer. Opvallen doet vooral ook Rick Paul van Mulligen, die in enkele kleinere rollen laat zien dat hij een goed gevoel voor komische timing beschikt. Zijn optreden past bij de speelsheid van deze aardige voorstelling, die ondanks hevige emotionele gebeurtenissen nergens in de valkuil van het melodramatische kukelt.

Marco Weijers

De Telegraaf

Eigenzinnig verhaal en een feestelijk schouwspel 

Vrijheid speelde een belangrijke rol in het leven en werk van de Duitse schrijver Friedrich Schiller (1759-1805). Verguisd door de Duitse aristocratie en bejubeld door Franse revolutionairen liet de auteur een belangwekkend oeuvre na waarin hij uitgebreid thema's verkende als idealisme, gelijkheid en onrechtvaardigheid.
Met de eigentijdse bewerking van De Rovers (1781), het eerste stuk dat Schiller schreef, toont regisseur Floris van Delft adequaat hoe actueel zijn vraagstukken nog steeds zijn. De twee broers Francis (Joris Smit) en Charles (Martijn de Rijk) zijn elkaars tegenpolen: de eerste aast op het imperium van zijn oude vader, de tweede ontwikkelt zich tot een moderne Robin Hood, die met een plunderende bende door het land trekt om de gevestigde orde omver te werpen. Maar waar stopt idealisme en begint terrorisme? Waar ligt de grens tussen legitieme vrijheidsstrijd en anarchie? Wanneer gaan goede bedoelingen over in radicalisering? 
De Rovers is de laatste grote voorstelling die Van Delft maakt voor het Noord Nederlands Toneel. De jonge protegé van artistiek leider Koos Terpstra viel de afgelopen jaren op met gedurfde projecten als All Inclusive (in het strokasteel in Veenhuizen), GSM aan aub (waarin de mobiele telefoons van het publiek actief deel uitmaakten van het stuk) en de Shakespeare-bewerking Troilus en Cressida.
Ook van zijn nieuwste productie maakt de regisseur een feestelijk schouwspel. Zo minimalistisch als het voortoneel is ingericht, dat met één multifunctionele tafel het fort van de berekenende broer Francis vormt, zo veel méér valt er te zien op de achterste helft van het podium. Het publiek zit over de volle breedte van de zaal tegenover een met graffiti volgespoten muur, die de schuilplaats van de rovers verbeeldt.
Tijdens hun strooptochten en experimenten met het Anarchistisch Kookboek pakt de theatermaker groots uit. Rookbommen, auto's, pistolen en vuurzeeën vechten effectief om de aandacht van de toeschouwers, terwijl vooral Charles en zijn tweede man DSpiegelberg zich met prachtige filosofische volzinnen (aangenaam eigenzinnige tekstbewerking van Wolter Muller) van hun eigen gelijk proberen te overtuigen.
De voorstelling moet een genot zijn voor de veelal jonge acteurs, die stuk voor stuk de kans krijgen om te schitteren in grotere en kleinere bijrollen waarmee ze eht sterke spel van hoofdrolspelers De Rijk en Smit functioneel ondersteunen. Eén kanttekening echter: in alle bravoure vallen sommige stillere, maar voor het verhaal cruciale scènes wat uit de toon. Op de schaarse momenten dat de teksten niet gepaard gaan met spektakel of komische noten wordt het stuk gelijk erg statisch en door het grote speelvlak soms ook slecht te verstaan.

 

Robert Blokland

Dagblad van het Noorden

Please reload

Uitzichtloze broedertwisten in 'De Rovers'

Met de acteurs van het Noord Nederlands Toneel dalen we af in de duistere krochten van de samenleving.
Hier zijn ze bijeen: de anarchisten, de jongeren, de radicalen.
Hun verblijfplaats is een betonnen bunker. De Duitse toneelschrijver Friedrich Schiller (1759-1805) schreef het drama De rovers op 21-jarige leeftijd, middenin sijn Sturm und Drang-periode met hevig verzet tegen de gevestigde orde.

Regisseur Floris van Delft en bewerker Wolter Muller verplaatsen De rovers naar een theaterstijl die in de jaren zeventig 'agitprop'heette, een vermenging van agitatie en propaganda. Van Delft, geboren in 1976, maakt met De rovers een harde, agressieve voorstelling waarin geweld overheerst. Associaties met de RAF liggen voor de hand. De tweelingbroers Charles (Martijn de Rijk) en Francis (Joris Smit) staan elkaar naar het leven. Francis is een schurk, een duivelse Richard III, die dood en verderf zaait. Joris Smit speelt hem angstaanjagend en fel, vaak ook over de top, zodat zijn slechte geest niets te raden overlaat. Zijn broer en aartsvijand Martijn de Rijk vertolkt de nobeler jongeman Charles, maar sinds hij door zijn vader is onterfd, trekt hij met een roversbende door het land, brandschattend en plunderend.

De voorstelling tootn hoe uitzichtloos broedertwist is, maar ook met welke dilemma's een terreurbeweging worstelt. Onder dreiging van pistolen, zelfgemaakte bommen, veel rook en vuur vechten de extreem linkse rebellen hun kleine oorlog uit. De idealen van vrijheid en gelijk verdeeld bezit, leggen het af tegen onderlinge conflicten. in de zwaar bewerkte tekst kloinken de idealen van de Franse Revolutie door.

Een min of meer getrouwe uitvoering van De rovers is dit zeker niet. Het conflict tussen de beide broers wordt keihard gespeeld, zeker door Francis, Aanvankelijk geeft dat een enorme Schwung aan de rol van Joris Smit, maar geleidelijk ebt de spanning weg, en dan kijken we naar een gewelddadige strijd zonder nuancering. Bovendien kiest de regie voor een vorm waarin de strijd vooral hevig veruiterlijkt is, en innerlijke rust en verstilling mist.

De ruim twee uur die De rovers duurt, is te lang. De woorden en argumenten jakkeren voort, de kogels ketsen rond. Pas aan het slot als Martijn de Rijk, vermomd als priester, zijn broer bezoekt komt er een mooie dialoog op gang over trouw, broedertwist, begrip. Die toon had eerder gemoeten. Luidruchtig geweld op het toneel is altijd zwakker dan spel met tekst en taal.

 

Kester Freriks

NRC Handelsblad

Lustig naar klassieke citaten hengelen in broedertwist

Over de hele lengte van de Groningse Machinefabriek - het huistheater van het Noord Nederlands Toneel - brandt het. Een delicate en geometrisch geregisseerde brand op de relingen van een balustrade.
Het brandend raamwerk vromt het slot van Friedrich Schillers eerste toneelstuk 'De Rovers' uit 1781. Overdrachtelijk brandt het nóg ingrijpender: in het huis van de tiran, in de stad, in de corrupte en egoïstische samenleving van 1781 of die van 2008. 
De balustrade scheidt de twee werelden: in 'De Rovers' staan de tweelingbroers Charles en Francis elkaar (ongewild) naar het leven. Francis verdraagt het niet dat hij de jongste van de tweeling is, hij wrokt zelfs dat hij niet de énige is. Hij verloochent zijn broer en veinst vaderliefde. Charles de eersteling is vrijbuiter, houdt juist intens van zijn vader, en trekt overborrelend van rechtvaardigheidsdrang ten strijde tegen 'de verwurgingsstaat'.
Aanvankelijk studentikoos brallerig ('Er valt niets te verliezen, behalve jezelf.'), maar al rap grimmig als RAF of Rode Brigades: willekeurig rechters, farmaceuten, bankiers of ministers vermoordend. Door zijn liefje Amalia trefzeker met 'jouw belachelijke kruistocht' afgedaan.
Beide broers stichten hun eigen verderfelijk domein: Francis als doortrapte kwaadspreker, Charles als maatschappijhervormer die te laat inziet dat anarchisten of zijn 'rovers' net zo hebzuchtig zijn als zij die ze daarom bevechten.
Schillers dramadebuut is een duizelingwekkend vruchtbare vijver waaruit je naar hartelust klassiek literaire verwijzingen kunt vissen. Ronduit één aanhoudende tuimeling: om erfrecht twistende Jakob en Ezau, verongelijkte Richard III, flemende Richard III die, weduwe Anne/Amalia probeert te verleiden, Charles' lief Amalia als Hamlets lief Ophelia ('Als je in de afgrond kijkt, kijtk de afgrond ook in jou'), Macbeth (Vileine Francis wakkert de versnelde dood van zijn vader aan: 'Even dat vlammetje uitblazen'.) Romeo en Julia (onderling in derde persoon converserend in hun gifcrypte), een dubbel gedraaide Odysseus-terugkeer, gordijnrat alias Ophelia's vader die nu als weerspannig lid van 'de rovers' (ook zonder rechtspraak) wordt gekeeld.
Onder regie van Floris van Delft spelen de NNT-acteurs uitbundig en ongepolijst. Steeds als de roversbende van Charles quasi-Brechtiaans verwarrend verschijnt, is het oorverdovend trammelant wat klinkt.
Joris Smit maakt van zijn Francis een felle, stampvoetende, zichzelf overschreeuwende meerkat, die uiteindelijk doodsbenauwd blijkt voor elke onverwachte pinkbeweging. Martijn de Rijk wisselt vertwijfeling en onbezonnen doortastendheid in een handomdraai.
Iets te lange, maar mooi gestroomlijnde voorstelling van doortimmerd stuk, met ruim baan voor 'verwijzend hengelen'.

Arend Evenhuis

Trouw

Please reload