Judas • Theatergroep Suburbia

Al tweeduizend jaar is er geen sterveling die zijn kind Judas noemt. Is het eigenlijk gerechtvaardigd dat die naam een icoon van verraad werd? Wat hield zijn verraad precies in? Wilde hij Jezus werkelijk de dood injagen? Wat waren zijn motieven toen hij de fatale kus gaf? Tweeduizend jaar na de tragedie die de wereldgeschiedenis veranderde, geeft Suburbia het woord aan Judas. In de Groene Kathedraal vertelt hij over zijn leven, zijn vriendschap met Jezus, en over grootse plannen om de wereld te verbeteren. En daar zal hij ons confronteren met de judas in onszelf.

"Iedereen heeft zijn ziel schoongewassen door mij zwart te maken. Ik ben gestorven en heb zo alle schuld op me genomen."

De Groene Kathedraal
Almere is jong, snel gebouwd en hard gegroeid. Kunstenaar Marinus Boezem vatte het plan op de stad alvast historie mee te geven, en daarom bouwde hij een kathedraal van bomen. In 1987 plantte hij 178 populieren volgens de plattegrond van de kathedraal van Reims. Die populieren zijn inmiddels een meter of dertig hoog, en zullen de komende jaren langzaam weer afsterven. Als de kathedraal is verdwenen, zijn alleen nog de herinneringen over. Dan heeft Almere een geschiedenis.
Judas was te zien op landschapskunstwerk de Groene Kathedraal in Almere van 26 augustus t/m 12 september 2015 (woe t/m za)

 

spel Justus van Dillen tekst Lot Vekemans regie Albert Lubbers decorontwerp Herbert Janse kostuumontwerp Dorien de Jonge lichtontwerp Roelof Pothuis techniek TSR grafisch ontwerp Studio Ron van Roon fotografie Claudia Kamergorodski productieleiding Josta Visser marketing en publiciteit Ilona de Jong en Nana Jongerden zakelijke leiding Jos van Hulst artistieke leiding Albert Lubbers

Laat u zich bekeren door Judas ★★★★
Tekstschrijver Vekemans presenteert Judas als charmante, al te menselijke jongeman, die haast vanzelf een tragische figuur wordt.
En acteur Justus van Dillen is de perfecte Judas: slinks, maar totaal geloofwaardig.

Iemand moest het doen. Mooi zinnetje, waarmee in de loop der tijd een scala aan dubieuze of ronduit verkeerde handelingen is verdedigd. Grootverbruiker is Judas, blijkt uit de gelijknamige monoloog die deze bijbelse figuur bij Theatergroep Suburbia mag uitspreken om zijn verraad van Jezus te verdedigen. 'Iemand moest het doen.'
Tekstschrijver Lot Vekemans, regisseur Albert Lubbers en acteur Justus van Dillen zetten Judas neer als een getapte jongen. Netjes in pak en vlot pratend tegen zijn publiek, met op precies de juiste momenten een verlichtend lachje of een plotse woede-uitbarsting om het publiek bij de les te houden. Deze Judas kan voor grote groepen mensen praten, duidelijk. Dat heeft hij natuurlijk van de beste geleerd.
Judas zegt zijn publiek nergens van te willen overtuigen. We hoeven van hem ook helemaal nergens in te geloven. Het enige wat hij wil, is zijn naam zuiveren. Judas, ooit een van de meest voorkomende namen, raakte de laatste tweeduizend jaar uitgestorven, want besmet. Met behulp van slimme retorische trucjes slaagt Judas aardig in zijn opzet. Immers: iemand moest het doen.
Dat Vekemans' tekst uit 2006 sindsdien (vooral in Duitsland) veel is opgevoerd, is niet vreemd. Ze presenteert Judas als een charmante, al te menselijke, overtuigende jongeman, die haast vanzelf een tragische figuur wordt. Precies zoals hij het zelf wil. Het enige wat eigenlijk nodig is om deze tekst tot volle bloei te laten komen, is een uitmuntende acteur.
En die staat er. Justus van Dillen is de perfecte Judas. Jong, ogenschijnlijk onbevangen en in staat om je om zijn vinger te winden met goed getimede gebaren en stemverheffingen. Slinks, maar totaal geloofwaardig.
Bovendien speelt Van Dillen op een prachtlocatie. De Groene Kathedraal, een zogenaamd landschapskunstwerk ten zuiden van Almere, dat bestaat uit 178 populieren die van bovenaf de kathedraal van Reims uitbeelden. De komende weken is dit de openluchtkerk van Judas. Laat u zich ook bekeren.

Vincent Kouters

De Volkskrant

De vele tinten grijs tussen held en verrader ★★★

‘Iemand moest het doen.’ Zo rechtvaardigt Judas Iskariot ons wat hij heeft gedaan, tweeduizend jaar geleden in Jeruzalem. Tweeduizend jaar heeft hij gezwegen. Nu wil hij zíjn verhaal eens kwijt, en daarvoor ontvangt hij ons in De Groene Kathedraal in Almere (een landschapskunstwerk uit 1987 van Marinus Boezem: 178 populieren in de vorm van de kathedraal van Reims), op en rond een schuin oplopende spiegelvloer van Herbert Janse die de steeds donker wordende polderhemel weerkaatst. 
Justus van Dillen speelt Judas, een monoloog uit 2006 van Lot Vekemans, in een regie van Albert Lubbers. Han Kerckhoffs (1953) speelde de premièreversie bij Vekemans’ eigen theaterstichting MAM. De leeftijd van Justus van Dillen (1985) past beter bij de leeftijd van het personage: begin dertig, net als de man bij wie hij zich aansloot, die hij bewonderde, omdat deze ‘Meester’ liet zien dat je iets kon doen. Toch verried hij hem, met een kus. Sindsdien is Judas’ naam synoniem voor verraad. ‘Is er iemand hier die zijn naam wil inruilen voor de mijne?’ 
Gedurende de hele voorstelling spreekt Judas ons rechtstreeks aan. Hij wil iets van ons. We krijgen niet goed duidelijk wat dat is. Van Dillen speelt Judas met veel ingehouden woede. Hij is opgefokt, er zit hem iets dwars. Doe maar rustig, wil je tegen hem zeggen. Het is oké nu. Voor ons is het al zo lang geleden dat het er niet zo veel meer toe doet. Vertel ons nu gewoon jouw kant van het verhaal. 
Het komt er met horten en stoten uit en aan het eind zijn we eigenlijk nog niet veel wijzer. Lot Vekemans houdt niet van zwart, of wit, maar van de vele tinten grijs. Want wat is de waarheid, überhaupt? Judas vertelt ons een prachtig verhaal over hoe Jezus hem achter de dingen heeft leren kijken. ‘Mooi verhaal hè? Maar misschien heb ik het allemaal wel verzonnen.’ 
Het is moeilijk om sympathie te krijgen voor de Judas van Justus van Dillen. Hij nadert ons, laat iets van zichzelf zien, maar gooit de deur dan snel weer dicht. Is hij een verrader, zoals de Bijbel en de kerkelijke traditie ons willen laten geloven? Of juist een held, zoals hij wordt beschreven in het in de twintigste eeuw teruggevonden gnostieke Evangelie naar Judas? Vekemans kiest voor een subtiele tint grijs daartussenin. Judas is geen held, geen verrader, maar iemand die deed wat gedaan moest worden, omdat niemand anders er het lef voor had. ‘Iemand moest het doen.’ Het enige dat hij nog zou willen weten is of Hij hem zou hebben vergeven. Een antwoord krijgt hij niet. 
En wij? Kunnen wij het hem vergeven? Is dat misschien wat hij van ons wil? Het pijnlijke van de voorstelling is, ontkerstend als we inmiddels zijn, dat het ons eigenlijk niet meer zo veel schelen kan.

 

Richard Stuivenberg

Theaterkrant.nl

Please reload

Het woord is aan Judas ★★★★

Onrustig loopt hij heen en weer. Rusteloos. Want in tweeduizend jaar is zijn naam verworden tot een symbool voor lafhartigheid en verraad. Maar de Judas die we vanavond te zien krijgen is niet laf, hij is geen verrader. Hij is iemand wiens daden een andere uitwerking hebben gehad dan hij voor ogen had. En hij – als enige – heeft de zonde op zich genomen. 
In deze locatieproductie van Theatergroep Suburbia, krijgt apostel Judas ruim een uur lang het woord, in een sterke vertolking van Justus van Dillen. Lot Vekemans schreef de tekst al in 2006. De uitvoering is in ‘De Groene Kathedraal’, een landschapskunstwerk van bijna tweehonderd Italiaanse populieren in de vorm van de Kathedraal van Reims, in 1987 geplant aan de rand van Almere. 
Het is niet eenvoudig om iemand die zo in het collectieve geheugen verweven zit, een nieuw gezicht te geven. Maar Vekemans wist daar goed raad mee. Ze maakt van Judas een uiterst menselijk personage, met ingehouden woede, ongemakkelijkheden, twijfel en verdriet. Iemand die rechtvaardiging zoekt, die zijn naam weer hardop wil uitspreken. De crux is: deze Judas leeft helemaal in deze tijd, hij voelt zich juist nu geroepen zijn verhaal te vertellen. Hij ontkent de voorbije tweeduizend jaar niet, integendeel, die hebben hem gevormd tot wat hij is. 
Regisseur Albert Lubbers heeft terecht vertrouwd op de krachtige tekst van Vekemans en het aardse spel van Van Dillen. Dat is waar Judas het van moet hebben. De situering tussen de metershoge populieren, de statige kerkbanken als tribune en het decor van spiegels dat daarvoor geplaatst is, zijn mooi gevonden en geven de voorstelling een mystiek smaakje mee – maar ze worden overschaduwd door de virtuositeit van tekst en spel. 
Van Dillen geeft zijn personage in toenemende mate een sluimerende noodzaak mee. Eerst is hij nog zenuwachtig en onzeker, bijvoorbeeld wanneer hij probeert zijn publiek met een grapje te verleiden. Maar gedurende de voorstelling vordert krijgt hij steeds meer bezieling. Over Jezus zegt hij halverwege: “Hij had iets lijdzaams, iets onbegrepens.” Maar met die woorden had hij zichzelf ook niet treffender kunnen omschrijven. 
Actueel wordt het als hij het volk beschrijft dat oproept tot de kruisiging van Jezus, dat massaal de rug toekeert aan degene die ze niet lang daarvoor nog bewonderden. “Hoe kon ik weten dat er zoveel haat was? Zoveel angst? Zoveel woede?” Hier wordt scherp getekend hoe collectieve angst omslaat in collectieve woede – en ineens speelt het verhaal zich niet per se meer tweeduizend jaar geleden af. 
Vekemans schreef een pleidooi voor twijfel in plaats van geloof, en laat dat Judas’ drijfveer voor zijn daden zijn. Ze maakt van Judas slachtoffer noch zondebok: en juist dat maakt het moeiteloos identificeren – uiteraard goed geholpen door het bevlogen spel van Van Dillen. 
Twijfel en verantwoordelijkheid zijn de kernwoorden van de queeste van dit personage. Terecht ontkomt het publiek er niet aan zich hiertoe te verhouden. “Wat zou jij doen?” vraagt Judas meermaals. En twijfelen mag – in godsnaam. Maar als je iets doet, ga er dan ook voor staan. 

Sander Janssens

Het Parool

Judas blijft historisch enigma ★★★

Zijn grootste pijn ligt misschien wel bij zijn naam. De naam die hij ooit kreeg als trotse afstammeling van een groot volk, is nu verworden tot een scheldwoord. Zeg nou zelf: u zou toch ook niet met hem van naam willen ruilen?
Het landschapskunstwerk de Groene Kathedraal, een populierenbos aangeplant volgens de contouren van de kathedraal van Rheims, midden in de koolvelden net buiten Almere, speelt Theatergroep Suburbia de voorstelling 'Judas'. Een bevreemdende locatie, tussen de geurige kool en naast een drukke weg. Maar het werkt: in de windstille schemering worden de rijzige bomen mooi belicht door theaterlampen, als pilaren die naar de hemel wijzen. Er staan wat rijen oude kerkbanken met zicht op een vrij klein en heel steil, glimmend zwart speelvloertje. Hier speelt Justus van Dillen de rol van Judas. Niet een Judas die gerechtigheid zoekt, maar een man die zijn verhaal vol afwegingen en twijfels met de wereld wil delen.
Lot Vekemans schreef deze monoloog in 2006, waarna hij vooral vaak in Duitsland werd uitgevoerd. Dat hij nu dus weer te zien is, is op zich een blijde gebeurtenis. Judas is namelijk een ongelooflijk intrigerende tekst. Hoe vertel je jouw kant van het verhaal (het verhaal van de 'schuldige'), zonder je te verdedigen of te excuseren? Judas weet namelijk eigenlijk niet of hij schuldig is aan de dood van Jezus. Was Hij zonder zijn verraad in leven gebleven? En, cruciaal: hadden wij dat gewild? Judas geeft inzicht in zijn beweegredenen: zijn wens om met Jezus in opstand tegen de Romeinen te komen. Hoe de twijfel het overnam van geloof en hem aanzette tot handelen. Op de vraag of hij berouw heeft, zegt hij: "Ik was zijn vriend en hij de mijne."
Justus van Dillen speelt een Judas met een hoog stressniveau. Als iemand die brandt om zijn verhaal te vertellen en het tegelijkertijd bijna te spannend vindt. Opgefokt maar zorgvuldig pratend, richt hij zich direct tot het publiek. Van Dillen is een vaardig en intelligent acteur die een goede tekstbeheersing en mooie (zang)stem heeft. Maar in deze voorstelling zijn er veel te weinig momenten van ontspanning, ruimte, adem en, daaruit voortvloeiend, kwetsbaarheid. De mooiste momenten zijn als hij met gestrekte benen op de schuine speelvloer zit en zijn blote voetzolen toont. Maar die momenten zijn te kort om echt met hem mee te kunnen gaan voelen. Judas blijft in deze voorstelling toch een historisch enigma.

Sara van der Kooi

Trouw

Please reload