top of page

Stand Up • Het Zuidelijk Toneel

Een voorstelling over humor en de honger naar succes


Wil een stand-up comedian vooral amuseren of misschien juist irriteren? Dat is de kern van Stand up, een aanstekelijk drama over het artiestenbestaan. U ziet vijf stand-up comedians die bijeen zijn in een zaaltje om gejureerd te worden. De komst van een talentscout brengt grote spanningen en de nodige conflicten teweeg tussen de stand-up comedians. Op deze zinderende avond worden twee artiesten uitverkoren. De anderen lijken veroordeeld tot een bestaan van middelmatigheid. 

In een aanstekelijke cross-over tussen toneel en stand-up comedy ziet u vijf mensen worstelen met hun artistieke bestaansrecht. De afwisseling tussen drama en stand-up comedy maken Stand up tot een amusante en prikkelende theateravond. Voor de voorstelling liet schrijver en stand-up comedian Sander van Opzeeland zich inspireren door Comedians van de Britse auteur Trevor Griffiths. Van Opzeeland is bekend van de teksten die hij schrijft voor onder andere Koefnoen en Dit was het nieuws. Naast auteur is hij een vooraanstaand lid van Comedytrain. 

In een tijd waarin theaterzalen vol zitten voor een lach-of-ik-schiet-voorstelling zijn er gelukkig ook nog stand-up comedians die de hersens van het publiek willen opschudden met rauwe, scherpe grappen. Het Zuidelijk Toneel wil met Stand up op toegankelijke wijze laten zien hoe artiesten zich verhouden tot de maatschappij waarin zij leven. Sommigen doen dat door zich aan te passen aan de smaak van het publiek, anderen kiezen voor hevig verzet of voor een laffe middenweg. De strijd tussen idealisme en pragmatisme is voor de spelers in Stand up een eindeloze inspiratiebron.

Stand up is een ensemblestuk met virtuoos acteerwerk en de stand-up comedy kwaliteiten van beurtelings Kees van Amstel, Henry van Loon en Murth Mossel van Comedytrain.

tekst Sander van Opzeeland (naar Trevor Griffiths) regie Matthijs Rümke spel John Buijsman, Justus van Dillen, Martijn Fischer, Jef Hoogmartens, Mark Kraan, Remco Melles, Dennis Rudge en stand-up comedians van de Comedytrain foto's Joep Lennarts

Flauw stuk over flauwe grappen ★★

Even een misverstand wegwerken: de nieuwe voorstelling Stand Up van Het Zuidelijk Toneel is geen stand-up comedy. Het is stand-down comedy: een komisch toneelstuk dat tekeergaat tegen de macht van makkelijke grappen.

Sander van Opzeeland, zelf stand-upper bij Comedytrain, schreef een toneeltekst over zes middelmatige mannen die per se comedian willen worden. Allemaal hebben ze hun motieven om de alledaagse sleur te willen ruilen voor een bestaan in dienst van de vette lach van het grote publiek. De een kan zijn leerlingen wel wurgen, de ander is slaaf van vrouw en kantoorbaan, een derde hoop zijn cynisme te gelde te maken. Allemaal ontdekken ze dat de moeilijkheid niet zit in de snelle lach - de middelmatige Nederlander reageert toch wel - maar in het morele dilemma hoe lang je nog achter je opgefokte lolligheid staat. Beledig je complete bevolkingsgroepen: homo's, negers, joden? Imiteer je BN'ers? Of vertel je banale moppen over worteltjestaart?

Het is lovenswaardig dat Het Zuidelijk Toneel het populaire fenomeen stand-up comedy onder handen neemt. Matthijs Rümke vroeg als tekstschrijver iemand die het wereldje van binnen kent en dus zijn eigen nest bevuilt ('Comedypubliek is het op een na domste publiek; het domste is musicalpubliek'). Van Opzeeland grijpt de gelegenheid aan om bovendien tekeer te gaan tegen de macht van de middelmaat die de televisie regeert, en zijn leger bekende Nederlanders. Jammer alleen dat Opzeeland zelf een middelmatig toneelstuk schreef. Er zit te weinig ontwikkeling in de personages, de tragiek in hun onderlinge conflicten is niet grimmig en gelaagd genoeg en de talentenjacht halverwege is een te lange aaneenschakeling van stereotiepe optredens. Bovendien wordt John Buijsman, de meest ervaren acteur, te weinig ingezet. Hij speelt een uitgerangeerde komeik, de docent van het zestal. Als hij lange tijd vanuit de zaal toekijkt, wordt zijn cynisme commentaar node gemist.

Als MC annex talentscout vraagt HZT telkens een stand-upper. Bij de première was dat Henry van Loon die het als acteur net redt maar als grappenmaker het gehekelde niveau nauwelijks ontstijgt. Grappig zijn wel de B-comedians: van zelfhater (Mark Kraan) tot mismaakte homo (Martijn Fischer), van dommig duo (Remco Melles en Justus van Dillen) tot grove afzeiker (Jef Hoogmartens) en van swingende zwarte (Dennis Rudge) tot spuit elf (Stan Bannier). Die laatste, eigenlijk lichtontwerper en technicus, scoort het best, als verdwaalde, sullige trombonist uit Limburg, door zijn perfect vertraagde timing.

Na twee uur Stand Up is duidelijk: comedian worden is een keuze, comedian spelen een vak. En toneelschrijven ook.

Annette Embrechts

De Volkskrant

Kwaliteit of lekker scoren

"Je moet je publiek vooral niet overschatten. Het is zo stom als het achtereind van een varken." Mark Lucifer zegt het met de arrogantie van de gearriveerde artiest. Hij verdient als stand-upcomedian een goed belegde boterham en komt in Stand Up van Het Zuidelijk Toneel zes hoopvolle aspirant-collega's beoordelen. Doe vooral niet moeilijk, is zijn devies: "Geef de mensen wat ze willen."

't Had een vrij vertaalde versie van het bestaande Britse toneelstukComedians moeten worden, maar onder de handen van Sander van Opzeeland groeide de bewerking uit tot iets nieuws. Regisseur Matthijs Rümke gaat opnieuw de samenwerking aan met een andere theaterdiscipline. De schrijver komt uit het wereldje van de stand-upcomedy en drie stand-upcomedians van de Comedytrain dragen bij toerbeurt hun steentje bij.

In de rol van Mark Lucifer delen zij het podium met acteurs van Het Zuidelijk Toneel, die gestalte geven aan de potentiële comedytalenten uit het stuk. Tijdens de repetities kan dat een interessante wisselwerking hebben opgeleverd, maar op het toneel vallen de verschillen goeddeels weg.

Twee spelers hebben een afwijkende rol: Stan Bannier komt als side-kick toevallig even langs, John Buijsman overtuigt als de comedycoach die bij de kandidaten hamert op echtheid en originaliteit. Hij ergert zich aan de adviezen van Lucifer, omdat deze pleit voor het voorspelbare vermaak dat hij als coach verfoeit. Stand Up draait om dat spanningsveld tussen kwaliteit en gemakkelijk succes.

Onder de kandidaten zijn de meningen op dat punt verdeeld. In afwachting van hun auditie zijn het allemaal nogal clichématig typetjes, maar tijdens optredens komen ze soms verrassend uit de hoek. Dat een deel van deze comedians in de dop plat op hun gezicht gaat in Stand-Up, levert echter wel flinke hobbels op. Een slechte grap blijft een slechte grap, zelfs al is-ie door de schrijver zo bedoeld. Soms is het om die reden lastig te bepalen waar spel ophoudt en waar echt talent begint. Al blijft dan ook overeind dat de fulminerende Jef Hoogmartens en de gecultiveerde sukkel Mark Kraan zich zichtbaar thuis voelen in hun rol.

Marco Weijers

De Telegraaf

'Stand up' mist echte interactie tussen personages

In de theaterwereld woedt discussie over de plaats van het repertoiretoneel. Klassieken van Shakespeare, Beckett of Tsjechov zouden worden ondergesneeuwd doordat gezelschappen steeds vaker populaire romans vertalen naar het podium.

Het Zuidelijk Toneel gooit het over een andere boeg. Werkte het gezelschap in eerdere producties met cabaretiers (Bert Visscher en Van Houts en De Ket), voor de nieuwe voorstelling 'Stand up' liet het de toneeltekst schrijven door Sander van Opzeeland. Deze comedian kent het wereldje van comedy als zijn broekzak en grappen verzinnen is zijn vak. Maar dat blijkt allerminst een garantie voor een doorwrocht stuk. 'Stand up' mist diepgang en spanning. En op getreiter en kleine aanvaringen na is er weinig wezenlijke interactie tussen de personages, zeker in het begin. De vondst om een duo kibbelende komieken uit de hoge hoed te toveren, trekt dat gemis niet recht.

Onderhoudend en humoristisch is de voorstelling zeker. 'Stand up' duurt bijna tweeënhalf uur, maar vervelen doet het niet. Dat ligt aan de snelle aaneenschakeling van acts in het comedycafé, maar ook aan de karakters van de personages die mijlenver uit elkaar liggen. Stand-upper Gerald is een kwetsbare Friese homo, Alex een ongeleid projectiel en Jerrel een met zichzelf ingenomen ego. Bovendien is het aangenaam om te zien hoe optredens van de stand-uppers de mist in gaan. De een is de tekst kwijt, een ander ruziet op het podium of raakt overmand door emoties. Comedy kent vele valkuilen. 

In 'Stand up' stappen acteurs als Martijn Fischer, Mark Kraan en Dennis Rudge in de huid van comedians. Ze spelen beginnelingen, middelmatige komieken, leunend op clichés, maar met een grote ambitie om door te breken. Oude rot Freddie Martens (John Buijsman) geeft de laatste tips voordat de zes stand-uppers voor de leeuwen worden geworpen.

Henry van Loon is de enige echte comedian op het podium. Hij speelt Mark Lucifer, de Master of Ceremonie die twee deelnemers selecteert voor een volgende stap in hun carrière. Van Loon is geen ervaren acteur, zo toont hij aan. Hij maakt van Lucifer een bordkartonnen personage.

Gedurende de voorstelling is er een doorlopende woordenstrijd tussen Martens en Lucifer. De eerste drukt de stand-uppers op het hart hun eigen persoonlijkheid als uitgangspunt te gebruiken. Lucifer hamert er met duivels genoegen op dat karakter niet telt. Hij ziet comedy als een kannonade aan grappen en wil snel scoren.

Dat is een afspiegeling van de discussie in de theaterwereld: blijf je trouw aan traditie en kwaliteit of lever je principes in om de gunst van het publiek te winnen. 'Stand up' lijkt een voorbeeld van die laatste stroming, maar die conclusie zou Het Zuidelijk Toneel ernstig tekort doen. De voorstelling legt juist de vinger op de zere plek.

Het Zuidelijk Toneel werkt samen met uitstekende acteurs. Mark Kraan zet een prachtige Kees neer, een saaie man die overdag op kantoor zit en 's avonds op de bank ligt te zappen en fantaseert over zijn nichtje. Hij is geen lolbroek, maar een man die in al zijn onmacht ontroerend grappig is. Aan het einde van de voorstelling huilt Freddie Martens bij Kees uit. Ineens zitten daar mensen van vlees en bloed. Deze scène ontroert en het is zonde dat het publiek zo lang op deze intensiteit moet wachten.

Joost Goutziers

Brabants Dagblad

Please reload

Zelfhaat van de stand-up komiek ★★

"Het comedypubliek is het op een na domste publiek; het domste is musicalpubliek", luidt een van de oneliners in de voorstelling Stand Up door Het Zuidelijk Toneel. De grap valt dood. Hij is dan ook niet echt leuk, evenmin als de reeks grappen over homo's, Joden, BN'ers, negers, vrouwen, televisie, porno. Stand Up is een zelfhaatstuk van komiek Sander van Opzeeland over het genre stand-up comedy. Het Zuidelijk Toneel werkt hiervoor samen met Comedytrain.

Met Stand Up geeft Van Opzeeland gezicht aan zes middelmatige tot zeer slechte aspirant stand-uppers tijdens een talentenjacht. NaDriestuiversopera en Reis om de wereld in 80 dagen, gaat regisseur Matthijs Rümke verder met de liaison tussen toneel en cabaret.

De aankomende stand-uppers zien dat ze inderdaad geen talent hebben, met uitzondering van de gimmige Jef Hoogmartens en Dennis Rudge. De grappen zijn grof en lijken op elkaar. Elk van deze mannen is geobsedeerd door een ranzige vorm van seks die bijna zielig aandoet. Er is een acteur die torenhoog boven de gretige comedians uitstijgt, en dat is John Buijsman. Hij vertolkt de rol van de volleerde comedian. Alleen al met zijn fraai ouderwets kostuum laat hij zien dat hij ver afstaat van deze mannen die zo graag comedian willen zijn. Zijn slotmonoloog over een geweldscène op straat, waarbij de voorbijgangers net zo willoos toekijken als het theaterpubliek, is indrukwekkend.

De anderen vallen hierbij in het niet. De flirt van toneel met cabaret is ditmaal niet gelukt. Ik zou graag van regisseur Rümke een mooie regie zien van een klassiek toneelstuk. Dat lijkt me te behoren tot de taak van een groot repertoiregezelschap. Nu levert hij half werk.

 

Kester Freriks

NRC Handelsblad

Foute grappen

Jan Jaap van der Wal opende in 2007 zijn programma BSUR met de nachtmerrie van iedere comedian: een verrassingsoverval door een quasi-fan bij een pinautomaat, inclusief de bijbehorende categorische imperatieven: jij bent leuk! Kom ‘ns hier! Vertel een grap! Sander van Opzeeland, die voor het Zuidelijk Toneel het toneelstuk Stand up schreef, overkwam onlangs iets vergelijkbaars bij een radioprogramma toen de presentator van dienst, overigens een ongelooflijke eikel met een gecapitonneerd bord voor zijn harses, vroeg of-ie nog een goeie grap paraat had. Komt-een –radiopresentator-bij-de-dokter was even geen optie, maar ik hoorde Van Opzeeland aarzelen.

Het barre land tussen behagen en irriteren is overigens wel het onderwerp van zijn stuk en van de voorstelling. Oorspronkelijk stond Comedians van Trevor Griffiths op de rol, een soort Idols voor biljartkomedianten in bruine kroegen, maar dat stuk bleek wellicht de baard te hebben van een platgetrappelde moppentrommel. Van Opzeeland handhaaft de structuur van het origineel: comedians die verder in het vak willen, doen mee aan een wedstrijd, we zien de laatste samenkomst met hun leraar, daarna de live optredens, en aansluitend de jurybeoordeling. De standuppers-in-opleiding worden gespeeld door de toneelspelers Dennis Rudge (de handige Antilliaanse bliksem Jerrel) en Martijn Fischer (zielenpoot-homo Gerald), beiden met een hoge dosis foute grappen. Jef Hoogmartens speelt mooi de opgelierde Ben Hicks-fan Alex, Remco Melles en Justus van Dillen doen een sneu komisch duo dat geen vijanden meer nodig heeft, en komiek Kees is een goeie rol van Mark Kraan, een kneus met een muts thuis die niet van de telefoon kan afblijven, maar hij heeft wel een act die ertoe doet. Hun leraar word gespeeld door acteur/comedian John Buijsman, een vakman aan wie je kunt zien dat het woord comédien al theatereeuwen lang staat voor een podiumkunstenaar die van alle markten thuis is.

Stand up behandelt eigenlijk de balanceeract die het ontstaan en het ontsporen van een goed verhaal is, het gaat zowel over leren timmeren als over de schoonheid van een goeie stoel, techniek en werking, behagen of ontregelen, het is niet zozeer een kijkje in de keuken van de komiek, als wel in zijn kop, zijn hart en zijn kloten. Maar in de kern is het dus een balanceeract, geen wellmade play, eerder een oefening in stamelen en struikelen. In die zin is het ook een goudeerlijke onderneming, omdat ze zich niet op virtuositeit laat voorstaan – hoewel er bij vlagen behoorlijk virtuoos wordt geacteerd. De wijze les van de leraar aan het slot is een stuk minder looiig dan in Griffith’s Comedians (kort door de bocht: valt er nog te lachen na Auschwitz, en waarom dan?), maar ze is universeler, rechtstreeks verwijzend naar Gogol eigenlijk, de maestro van de wrange lach, de uitvinder van de paradox, van de toneelopening als lachspiegel, wie lacht om wie, en waarom dan? John Buijsman speelt dat prachtig. Maar het ensemble als geheel (regie: Matthijs Rümke) verdient een pluim. Inclusief de echte standupper die, roulerend per avond, master of ceremonies is, jurylid en ledenpop van het commerciële clubcircuit, op de premièreavond was dat Henry van Loon die de zenuwen de baas werd met wel erg veel houtenklazerigheid. Ga kijken naar deze voorstelling, die in de geschreven media hier en daar wel erg hard werd afgeblaft in stukjes die volgens mij deel zijn van het misverstand waarmee dit stukje opent.

Loek Zonneveld

De Groene Amsterdammer

Stand up maakt verwachting niet waar

Velen doen leuk, slechts een enkeling is leuk. Het beroep van humorist is een moeilijk vak. Een toneelstuk spelen waarin de humor onleuk, dus tenenkrommend pijnlijk moet zijn is, zoals de voorstelling Stand up laat zien, van een nog hogere moeilijkheidsgraad. Mocht er al iets te genieten vallen, dan ligt dat niet aan het script, maar aan een enkele individuele acteerprestatie van formaat. Zoals de sterk gespeelde woedende aanklacht van acteur Jef Hoogmartens tegen een God die consequent afwezig is op alle rampplekken waar Zijn aanwezigheid noodzakelijk is.

Het stuk toont zes stand-upcomedians die zich onderwerpen aan het oordeel van een talentscout. Slechts twee van hen mogen een stapje verder op weg naar de gewenste roem, de anderen zullen hun ambities moeten heroverwegen.

In het eerste deel van het toneeldrieluik proberen de kandidaten hun zenuwen in bedwang te houden, vangen ze elkaar vliegen af en bereiden ze zich voor op de audities. Dit is het zwakste deel, omdat het kijkje achter de schermen niet leuk is en dramatisch oninteressant. De vondst om een onverwacht binnenlopende fanfaremuzikant ongewild tot leukste van het hele stel te promoveren, kan de eerste drie kwartier niet redden, maar zorgt wel voor een lollig contrapunt.

In het middenstuk vindt de werkelijke auditie plaats. De ene kandidaat grijpt naar het houvast van de voor de hand liggende lol en grapt zich door de auditie heen met clichés, vooroordelen of seksmoppen, terwijl een ander zijn hoogst persoonlijke drijfveren tot inzet van zijn optreden maakt.
In de gelaagdheid van die laatste acts krijgt de humor een tragische randje en trakteert de tragiek ons op pijnlijke lol. In de spotlights van het klatergoud wordt hier het valse, grote gebaar doorgeprikt en vangen we een glimp op van de kleine mens achter de Komediant.

Deel drie, de afwikkeling, voegt niets meer toe aan het thema van de voorstelling, zij het dat we te horen krijgen dat er veel dingen grappiger zijn dan stand-up comedy. Wat deze voorstelling bewijst.

 

Jos Prop

De Limburger

Please reload

bottom of page