top of page

Tasso • Het Nationale Theater

Wat is beter: een leven in vrijheid en passie of een leven in redelijkheid en regelmaat?

Onder regie van Theu Boermans onderzoeken Sallie Harmsen, Hannah Hoekstra, Justus van Dillen, Bram Suijker en Joris Smit in Tasso hoe je omgaat met deze levensvisies die keer op keer – soms hilarisch, soms tragisch – op elkaar botsen. 

Alfonso is jong, rijk en succesvol. Hij houdt van kunst en haalt daarom de talentvolle, enigszins excentrieke en heethoofdige kunstenaar Tasso in huis. Kunst, daar laat Alfonso geen twijfel over bestaan, moet vooral representatief zijn, hij moet er goede sier mee kunnen maken. Daarvoor heeft hij Tasso nodig.
Tasso’s verblijf is all-inclusive. Alles wordt er aan gedaan om het vuur onder Tasso’s inspiratie brandend te houden. En de eenzame Tasso brandt. Maar dan van liefde voor Alfonso’s zus Leonore. Hij wil haar met zijn nieuwe meesterwerk veroveren en wacht op het perfecte ogenblik om het aan te bieden. De komst van Antonio, een zakenpartner van Alfonso, verpest het ogenblik volkomen. Als dan ook nog blijkt dat Leonore niet de zielsverwant is waarvan hij zo intens droomde, raakt Tasso buiten zichzelf. Alles moet kapot, hijzelf ook.

Goethes toneelstuk uit 1787 is zijn meest persoonlijke (“Het is vlees van mijn vlees.”) en nog zeer actueel. Het vertelt over twee totaal verschillende houdingen ten opzichte van leven en kunst. De manier waarop Tasso leeft en vecht, ‘zonder maat en ordening’, wordt door Alfonso en zijn vrienden gezien als onzakelijk en irrationeel. Tasso gaat niet ten onder aan een te heftig ontwikkeld gevoelsleven, maar omdat hij niet in staat is om samen met de ‘beheerste dames en heren’ volgens hun verstand verstandig te zijn.

regie Theu Boermans tekst Johann Wolfgang Goethe vertaling Tom Kleijn spel Jappe Claes, Sallie Harmsen, Hannah Hoekstra, Joris Smit, Justus van Dillen dramaturgie Rezy Schumacher toneelbeeld Bernhard Hammer lichtontwerp Stefan Dijkman kostuumontwerp Catherine Cuykens foto's Kurt van der Elst

Iedereen is jaloers op de manische rocker Tasso ★★★

Je ziet het vaker op het toneel: een decor dat aan het begin nog helemaal netjes en aangeharkt is, is aan het eind veranderd in een enorme puinhoop. Bij Tasso is het andersom. Bernhard Hammer ontwierp een podium als een vol kunstenaarsatelier met piano, schildersezel, fotostudio en -lampen, borstbeelden van beroemde kunstenaars, een hogedrukverfspuitinstallatie en decorstukken van een elegante kamer waarvan sommige achterstevoren heel nadrukkelijk decor staan te zijn.

Vorig seizoen maakte de jonge garde toneelspelers van het Nationale Toneel Nieuwspoort, een aardige, maar soms wat naïeve voorstelling over de verhouding tussen kunst en politiek, waarvoor de makers een paar weken rondliepen op het Binnenhof. Nu regisseert Theu Boermans met grotendeels dezelfde acteurs (Joris Smit, Hannah Hoekstra en Sallie Harmsen, nu aangevuld met Bram Suijker en Justus van Dillen) één van de oerteksten over dat onderwerp: Tasso van Goethe uit 1787.

Tasso (Smit) is een dichter bij de rijke, jonge mecenas Alfonso (Suijker) in Ferrara. Hij is verliefd op diens zus Leonore (Harmsen), maar maakt zich onmogelijk door ruzie te zoeken met Alfonso’s vriend Antonio (Van Dillen). Zoals hij eerder deed bij bijvoorbeeld Hamlet of De eenzame weg moderniseert Boermans het verhaal onnadrukkelijk. Alfonso is hier geen hertog maar een succesvolle ondernemer op sneakers, Antonio is zijn politieke liaison. De acteurs spreken de bloemrijke taal van het origineel (fris en helder vertaald door Tom Kleijn), maar zijn daarbij modern informele en emotionele mensen.

Smit maakt van Tasso een manische hipsterrocker. Hij levert het manuscript van zijn meesterwerk in bij Alfonso (die het zonder het ook maar open te slaan in een vitrine zet), speelt Angel Eyes op de piano en Pink Floyd op de gitaar en schetst een paar vegen op doek. Hij is de archetypische romantische kunstenaar: wispelturig, impulsief en egoïstisch. Met tegenzin ondergaat hij de ceremonie waarin hij een gouden lauwerkrans krijgt opgezet.

Van Dillen als Antonio is zijn tegenpool: berekenend, pragmatisch en een beetje saai, al zingt hij een lied met een verrassende falset. Maar alle personages zijn ergens jaloers op Tasso; allemaal zetten ze, als ze even alleen zijn, de lauwerkrans op hun hoofd, als om te proeven van zijn vrijheid van denken en leven. Alleen Leonore niet, die te goed Tasso’s destructieve kant ziet.

Tasso is, zoals van Boermans inmiddels wel verwacht mag worden, helder en licht. Maar met drie uur is de voorstelling erg lang en op sommige momenten spreken de acteurs iets te mechanisch en niet lucide genoeg.

Aan het eind is het decor in elkaar gezet. De bustes staan op sokkels, de troep is opgeruimd, de acteurs dragen historische kostuums. Tasso heeft zichzelf te gronde gericht en wordt terecht verbannen. Maar Ferrara is een stukje saaier zonder hem. 

  

Simon van den Berg

Het Parool

In hippe Goethe klinkt klassieke taal fris ★★★★

All Fonso heet zijn bedrijf, een grappige verwijzing naar xs4all. ‘Connect the world’, staat er op zijn logo. Dit is Goethes Torquato Tasso (1789) anno 2014, en weldoener Alfonso is geen hertog maar een hippe internetmiljonair.
Als het publiek binnenkomt zit zijn zus Leonore op de chesterfield kransen van laurierblad te vlechten. Ook weer zo’n geslaagde vertaling naar het nu, want onwaarschijnlijk is het niet. Sallie Harmsen maakt er een creatief soort bezigheidstherapie van, een beetje zoals jonge hipsters anno nu ook breien. De kransen worden door haar vriendin Eleonore Sanvitale (Hannah Hoekstra) met een spuitbus goud gespoten, terwijl ze met haar heupen wiegt op de klanken van Simian, MGMT en Prince.

Bram Suijker als Alfonso komt meertalig conference-call bellend op, in joggingpak en op sneakers. Zes schilderijen van ‘Basqat’ heeft hij al – ‘Bas-qui-at’ corrigeren de meisjes – en een installatie van Calder. Elk moment hoopt hij daar een meesterwerk van Torquato Tasso aan toe te voegen, de dichter die hij ontdekte en onder zijn hoede nam. En daar duikt hij al op, Tasso (Joris Smit): aarzelend, mensenschuw, gekweld. Hij schenkt Alfonso zijn epos Jeruzalem Bevrijd, hoewel het voor zijn gevoel nog onvoltooid is. Maar Tasso weet dat hij in ruil voor zijn onderhoud uiteindelijk moet leveren. Gaandeweg het stuk komt hij echter tegen die overeenkomst in opstand.
Goethe noemde zijn stuk, gebaseerd op het levensverhaal van de zestiende-eeuwse dichter, zelf ‘theaterschuw’, veel taal, weinig handeling. Zo’n stuk opvoeren in deze snelle, beeldgerichte tijd is een statement, en niet zonder risico – te meer daar het Nationale Toneel het complexe taalbouwwerk grotendeels intact laat. Vertaler Tom Kleijn heeft het weliswaar bekort, maar nergens is getracht het geforceerd te actualiseren. Daar moeten de jonge, soms nog tamelijk onervaren acteurs een flinke kluif aan hebben gehad. Regisseur Theu Boermans stuurt bovendien dus bewust aan op een botsing, of een verzoening, van eigentijdse enscenering en klassieke taal. Dat is gewaagd en moedig.

En zijn acteurs slagen met glans. Gretig zetten ze hun tanden in de overdadige en vaak plechtstatige taal, en maken die luchtig, transparant en fris. Hoekstra als de oversekste Eleonore geeft de jamben een stoere, cynische bite, bij de neerslachtige Leonore, zielsverwant van Tasso, mogen ze vertwijfeld-romantisch klinken en Justus van Dillen als secretaris Antonio (een vlotte realpolitiker in strak pak) vond steile ironie als ingang. Ronduit hilarisch is de Alfonso van Suijker, die zijn tekst nog eens aankleedt met holle ondernemerspraat in Engels, Italiaans en zelfs Japans: Moshi Moshi!
Torquato Tasso is in de opvoeringgeschiedenis vaak geïnterpreteerd als oproep aan de kunstenaar tot verzet tegen de heersende macht. Maar voor Goethe, en ook voor Boermans nu, was het veeleer de reflectie van een worsteling. Hoe vrij is de kunstenaar? Hoe verhoudt hij zich tot de wereld om hem heen; toen het mecenaat, nu politici en subsidiënten? Kan hij vrij zijn en compromisloos, of moet hij concessies doen en praktisch zijn?
Goethe geeft geen eenduidig antwoord. Ja, Tasso vecht zich vrij, maar tot zijn eigen diepe ellende. In de visie van Boermans balanceert de Tasso van Joris Smit vervaarlijk op het randje van irritant. Het maakt zijn personage ongrijpbaar en intrigerend. Dit is zeker geen heiligverklaring van de kunstenaar. Wel van zijn werk, zoals de lichtspot op Tasso’s epos aan het einde duidelijk maakt. Een wijs en waardig slotakkoord: de kunst, daar gaat het om.

 

Herien Wensink

NRC Handelsblad

Jong talent over het nut van kunst ★★★

Hij is explosief, kinderachtig en kleinzielig. Maar ook intelligent, onderzoekend en creatief. Daarom is iedereen in het huis van de rijke mecenas Alfonso zo dol op de jonge kunstenaar Tasso. Hij is een soort exotisch huisdier dat intensief is in het onderhoud, maar wel interessant om aan je gasten te laten zien. Als Tasso Alfonso zijn magnus opus aanbiedt, zet Alfonso zich niet aan het lezen, maar plaatst het gedicht in een vitrine. Kunst is om mee te pronken.
De Duitse romantische schrijver Goethe noemde 'Tasso' zijn meest persoonlijke stuk. En inderdaad is 'Tasso' een zoektocht van de dichter naar zijn rol in de samenleving. Moet een kunstenaar mateloos vrij en daarmee ongericht en schijnbaar nutteloos zijn, of moet hij zich voegen naar de smaak en de conventies van de samenleving, maar daarmee ook zijn onderzoekende geest verliezen?
Het is een fijn groepje jonge acteurs dat onder leiding van veteraan Theu Boermans met deze vragen aan de slag is gegaan. Vol verve weten ze zich een weg door de soms bloemrijke volzinnen van Goethe te banen. Vooral Joris Smit als Tasso en Justus van Dillen als de kunsthatende politicus Antonio zijn in staat de abstracte teksten naar hun eigen hand te zetten en van de dichtregels een spannend personage te bouwen.
Mooi is ook hoe Boermans in het verloop van de voorstelling laat zien dat een oplossing niet ligt in de twee uiterste kunstopvattingen van Tasso en Antonio, maar ergens daartussen in. Het decor verandert langzaam van een open, rommelig kunstenaarsatelier in een claustrofobische, gesloten museumzaal. Volledig vrije, ongerichte kunst leidt alleen tot onsamenhangendheid en onbegrip van de maatschappij, maar alleen maar conservatieve en behaagzuchtige kunst is de dood voor de creativiteit.
Het is niet toevallig dat regisseur Boermans juist nu, in tijden waarin het nut van de kunst continu wordt bevraagd, voor 'Tasso' kiest. Hij laat de voorstelling ook niet voor niets spelen door de jongste talenten van zijn gezelschap. Zij zijn het die als jonge kunstenaars in die discussie nog een positie te bepalen hebben.
Tegelijkertijd is die stellingname van Boermans ook problematisch. Het lijkt erop dat hij jonge kunstenaars wil oproepen niet alleen maar experimenteel en autonoom te willen zijn. Maar die oproep hebben de jongeren helemaal niet nodig. De jongste generatie theatermakers is meer ondernemend en meer open naar de samenleving dan ooit. 

 

Robbert van Heuven

Trouw

Modern zedenspel

Het versdrama Torquato Tasso (1789) van Goethe beschrijft één cruciale lentedag uit het leven van de dichter Tasso. Hij levert een meesterwerk af, incasseert lof en bewondering en gaat vervolgens binnen een etmaal fataal in de fout. Behalve Tasso zien we zijn beschermheer en mecenas hertog Alfonso, diens zuster prinses Leonore (een zielsverwant van Tasso, tevens subject van zijn liefde) en haar vriendin Eleonore en tot slot Alfonso’s topdiplomaat Antonio. Thema van het stuk is, behalve de romantische liefde en hoe die beschaafd te beteugelen, vóór alles de verhouding van de kunstenaar tot de heersende macht. Inclusief het ingebouwde conflict tussen vrijheid en maatvoering. En de botsing tussen ‘wat past’ en ‘wat behaagt’. Tasso vat al die kwesties in de voorlaatste, vierde akte van het stuk als volgt samen: ‘Eén baas/ Erken ik, degene die me onderhoudt./ Hem volg ik graag, verder wil ik geen meester./ Vrij wil ik zijn in denken en in schrijven./ In handelen beperkt de wereld al genoeg. (Im Handeln schränkt die Welt genug uns ein).’ Goethe is in Tasso op het irritante af objectief. Hij houdt tot zijn figuren een gepaste distantie. In het spel dat hij speelt met twee centrale ressentimenten – (over)gevoeligheid versus politiek pragmatisme – kiest hij niet. De regisseur die dat wél gaat doen, bijvoorbeeld door van Tasso een oprechte waarheidszoeker te maken en van Antonio een pertinente leugenaar, die maakt de voorstelling misschien sympathieker, maar veel minder interessant. Bij onze ooster-buren weten ze daarover mee te praten. Torquato Tasso is in de afgelopen halve eeuw verworden tot een soort kunstkerstboom, volgehangen met krachteloze meninkjes en boodschappen. Theu Boermans wil van zijn versie van Tasso bij het Nationale Toneel een modern zedenspel maken over de moeizame krachtmeting tussen de kunstenaar en de politiek. Daartoe past hij enkele beproefde Boermans- ingrepen toe. Het decor (Bernhard Hammer) transformeert in de loop van de avond van een rommelig kunstenaarsatelier tot een beschaafd aangeharkte salon des artistes . Hertog Alfonso (Bram Suijker) is hier een in meerdere mobiele telefoons tegelijk kwebbelende ceo van All Fonso’s Network. De prinsessen (Sallie Harmsen en Hannah Hoekstra) zijn decent over kunst en liefde kakelende, vrij oninteressante troela’s. Diplomaat Antonio (Justus van Dillen), Tasso’s meest fervente tegenstander, is hier een strak in het pak gehesen closetnicht waar Arie Boomsma nog een hele hijs aan zou hebben. Hij klust in zijn vrije tijd bij als countertenor. Het oogt allemaal reuze eigentijds, inclusief de bezendering van de acteurs, waardoor je bij vlagen hoort noch ziet wie aan het woord is, terwijl het publiek er in de kleine middenzaal ongeveer bovenop zit. Joris Smit speelt Tasso met aanstekelijke gretigheid. Van zo’n sympathieke, overgevoelige krabbelaar neem je op den duur bijna alles aan. Maar niet dat hij schrijver is. Tasso wordt hier dan ook neergezet als een getergde, multimediale alleskunner. Wat ook wel weer iets heeft in het romantische strijklicht van Goethe als de laatste homo universalis van het Avondland. Maar waaróm dat allemaal zó hysterisch moet, zó randje- melodrama en bij vlagen zó plat? Tasso trekt zich in de voorlaatste scène van de vierde akte af bij het portret van Leonore. Zoiets verzin je in de tweede repetitieweek en gooi je in de vierde week weer weg. Maar misschien mis ik hier iets. Bijvoorbeeld dat het gaat om een doordacht ‘regieconcept’. Waarin regisseur Theu Boermans met Goethe’s Tasso doet wat Tasso doet met zijn rivaal Antonio in het stuk. Alleen dan in de hysterische, melodramatische en platte variant. En als dat zo is, dan is hier sprake van een ouderwets misverstand. Het regisseren van klassieke teksten is waarachtig wel wat meer dan het inkleuren van een inkleurplaat met kleurennummertjes en genummerde kleurpotloden. 

  

Loek Zonneveld

De Groene Amsterdammer

Geheime agenda
Tasso van regisseur Theu Boermans komt pas halverwege op stoom

Regisseur Theu Boermans heeft een reputatie in het revitaliseren van klassiekers. Zijn ensceneringen van Hamlet en De Meeuw gelden als ijkpunten in de moderne theatergeschiedenis. Dat Goethe als toneelschrijver toch van een andere orde is dan Shakespeare en Tsjechov, blijkt bij Boermans’ dappere, maar niet volledig geslaagde versie van Tasso.
Aan het tijdloze onderwerp ligt dat niet. In Tasso onderzoekt Goethe de verhouding tussen kunst en politiek. Moeten kunstenaars zich conformeren, of moet de kunst volledig onafhankelijk blijven van de macht?
Hoofdpersoon Tasso (Joris Smit, gemodelleerd naar dichter Torquato Tasso) is een uomo universale: hij schildert, dicht en musiceert aan het hof van de rijke Alfonso. Tasso heeft zijn hoofd-werk voltooid, De bevrijding van Jeruzalem, en zijn mecenas biedt hem de lauwerkrans aan. Het kost Tasso moeite die te aanvaarden. Het betekent aanpassing, de ware kunstenaar moet afzijdig blijven. Maar voor één keer wil Tasso uit zijn ivoren toren afdalen, want hij heeft een geheime agenda: hij is verliefd op Alfonso’s zus Eleonore (Sallie Harmsen). Zij is ook niet ongevoelig voor de charmes van deze vrijgevochten kunstenaar, maar ze moet aan haar reputatie denken, en stelt Tasso op de proef. Als hij zijn rivaal, de politicus Antonio, de hand reikt, krijgt hij een kans.
We zijn dan halverwege het stuk, en het kost moeite de concentratie vast te houden. Boermans tracht het geheel op te peppen met fraaie muzikale intermezzi, maar slaagt er niet in het drama voelbaar te maken.
In de tweede helft raakt Tasso alsnog in een stroomversnelling, culminerend in een aangrijpende verkrachtingsscène. Het decor verandert in een strak geordend paleis. Tasso ligt, uitgeput en verslagen, op de grond. Een treffende verbeelding van de gebroken kunstenaar die toch is ingelijfd door de machthebbers. 

Thomas van den Bergh

Elsevier

Het Nationale Toneel eist het bestaansrecht van de kunstenaar op in Tasso ★★★★

“Geluk verheft de gelukkigen om niets.” De talentvolle kunstenaar Tasso krijgt van zijn rijke mecenas Alfonso de ruimte vrij van financiële zorgen zijn dichtwerk te schrijven. Maar wat geeft hem dat recht? In de uitvoering van Goethes toneelstuk Tasso laat het Nationale Toneel treffend de voortdurend aanwezige spanning tussen kunstenaar en zijn al dan niet paraat staande geldschieters zien.

Terwijl Alfonso (Bram Suijker) de champagne ontkurkt nadat Tasso (Joris Smit) hem zijn afgeronde epos heeft overhandigd, kroont Alfonso’s zus Leonore (Sallie Harmsen) hem met een lauwerkrans. “Laat me aarzelen, want ik weet niet hoe ik na dit uur nog verder leven moet,” roept Tasso vervolgens wanhopig uit. Zijn wens wordt meteen vervuld, wanneer zakenrelatie Antonio (Justus van Dillen) aan komt kloppen en Tasso’s talent en de waardering daarvoor fel bekritiseert.

Vrijheid versus harmonie
“De man streeft naar vrijheid; de vrouw streeft naar harmonie.” Leonore en haar vriendin Eleonore zien de bui al hangen. In een confrontatie valt Tasso Antonio aan met een nietpistool. Door de lange dialogen, die weliswaar met veel emotie worden uitgevoerd, verslapt de aandacht snel. Het fysieke spel zorgt ervoor dat de boog toch 140 minuten lang gespannen blijft.

Sterke vertaling Tom Kleijn
De levendige en toegankelijke vertaling van Goethe’s tekst door Tom Kleijn wordt met veel energie uitgevoerd door de vijfkoppige cast. Met name de tekstinterpretatie van titelrolvertolker Joris Smit sluit naadloos aan op de wat ijdele en hooghartige toon van Tasso. De zware passages worden van de nodige luchtigheid voorzien in de toetakeling van het decor, die de woonkamer van Alfonso representeert. Zo smijt Tasso in een woedeaanval het beeld van Ariosto neer en verwoest Antonio Tasso’s portret van Leonore.

Paradox siert Tasso
In Tasso toont Het Nationale Toneel dat het bestaansrecht van de soms koppige en achterdochtige kunstenaar moeilijk te verantwoorden is in een kunstschuwe maatschappij.Tegelijkertijd eisen de vijf acteurs met hun allerminst statische spel en vurige dialogen het recht op te handelen als kunstenaar. Die paradox siert Tasso.  

Iris van Korven

Cultuurbewust.nl

„Tasso” draak van een verhaal, maar prachtige voorstelling

Eigenlijk is „Tasso” van Goethe een draak van een verhaal. Maar wat maakt Theu Boermans er een adembenemende voorstelling van! In een glasheldere enscenering en met een groep geweldig acterende spelers weet hij precies die elementen naar voren te halen die tijdloos zijn.
Het is niet zo vreemd dat „Tasso” tegenwoordig niet zo vaak meer gespeeld wordt. De personages zijn typische producten van de Romantiek, de tijd waarin Goethe zijn stuk schreef (1789), gekweld door gevoelens die nu alleen nog maar als ‚überromantisch’ te kwalificeren zijn. De dichter Tasso leeft slechts voor zijn kunst en voor de vrouw die hij liefheeft, Leonore, terwijl zij op haar beurt ook van Tasso houdt, maar zich toch niet aan hem durft te geven. Maar daarnaast speelt ook de vraag wat de rol van kunst is. Is het alleen een vorm van belgging of is het een levensbehoefte. Tasso laat zich onderhouden door zijn mecenas Alfonso, maar is hij daarmee ook automatisch bezit van deze schatrijke zakenman?
Regisseur Boermans laat zijn spelers zo nu en dan de sluizen van het melodrama wijd openzetten, maar neemt steeds bijtijds gas terug en relativeert. De vertaling die Tom Kleijn maakte, volgt die lijn. De gedragen woorden van Goethe worden regelmatig verfrissend doorsneden met eigentijdse taaluitingen.

Ideale vertolker
In Joris Smit vond Tasso zijn ideale vertolker. Smit overtuigt tot in de toppen van zijn vingers. Zijn gekweldheid, zijn twijfels, zijn levensangst, Smit weet het voelbaar en zichtbaar te maken. Bovendien blijkt hij over een bijzonder goede zangstem te beschikken. Iets waar hij overigens niet alleen in staat, want ook Sallie Harmsen en Justus van Dillen (countertenor in de aria Euridice van Glück!) blijken op dit gebied het niveau van zingende acteur ver te overstijgen. Harmsen speelt de door twijfels en wroeging gekwelde Leonore mooi ingehouden en biedt daarmee een fijn tegenwicht tegen de uitbarstingen van Tasso. Van Dillen zet een mooie kil-zakelijke politicus neer. De lichte noot komt vooral van Bram Suijker die als de schatrijke zakenman en mecenas Alfonso al die commotie met de nodige verbijstering bekijkt.
Theu Boermans laat met deze voorstelling zien dat ook ‚draken’ een verdraaid mooie toneelavond kunnen opleveren. 

Sonja de Jong

Leidsch Dagblad

Please reload

Jong talent geeft „Tasso” Schwung ★★★

Goethe achtte zijn kunstenaarsdrama Tasso zelf onspeelbaar. Toch
staat het nog regelmatig bij de toneelgezelschappen op het repertoire. Het Nationale Toneel trapt er zelfs het seizoen mee af, uitgevoerd door vijf jonge, getalenteerde acteurs.
Die keuze van regisseur Theu Boermans heeft ongetwijfeld alles te maken met de link naar de actualiteit. Je zou het stuk tenslotte kunnen zien als een metafoor voor de botsing die er aan de gang is tussen kunst en staat. Op wat moderne teksttoevoegingen en een speelse enscenering na, is het verder echter een vrij klassieke uitvoering in een al even klassiek ogend decor geworden. In Tasso komen dichter Tasso (Joris Smit) en politicus Antonio (Justus van Dillen) lijnrecht tegenover elkaar te staan. In hun strijd om de aandacht van vorst Alfonso (komische Bram Suijker) zijn het net twee haantjes.
Maar hoewel er memorabele oneliners voorbij komen en de taaie tekst van Goethe echt niet onspeelbaar blijkt, kampt dit stuk wel degelijk met inconsequenties en onsympathieke personages. Gelukkig maakt het energieke spel van deze nieuwe generatie acteurs veel goed. Zij zijn het die deze Tasso alsnog van een draaglijke lichtheid voorzien. Tasso mag zelf dan razendsnel op zijn eigen ondergang afstevenen, hier gloort de toekomst (van de kunst).

  

Esther Kleuver

De Telegraaf

De kunst van schrik en beven

Tijd voor een boude bewering. Ik zie Tasso, toneelstuk naar Goethe, gespeeld door vijf stuks jonge garde van het Nationale Toneel. Ik probeer kalm te blijven. Wat gebeurt hier? Het is meer dan de verrassing dat er zo goed gezongen wordt (en dat we dat pikken, want met Goethe heeft het niks te maken). Popsongs, maar het hoogtepunt is Justus van Dillens onverwachte countertenor: „Che farò senza Euridice?” Tasso sprankelt door de regie van Theu Boermans, maar vooral doordat er zo knallend goed wordt gespeeld. Het brok boze roze gevoeligheid Joris Smit valt het meest op. Maar Sallie Harmsen ook. En Hannah Hoekstra. En Bram Suijker. En Van Dillen die speelt alsof hij met zijn rug de deur naar zijn emoties dicht probeert te houden.
Tijd voor een boude bewering. Ik zie Tasso, toneelstuk naar Goethe, gespeeld door vijf stuks jonge garde van het Nationale Toneel. Ik probeer kalm te blijven. Wat gebeurt hier? Het is meer dan de verrassing dat er zo goed gezongen wordt (en dat we dat pikken, want met Goethe heeft het niks te maken). Popsongs, maar het hoogtepunt is Justus van Dillens onverwachte countertenor: „Che farò senza Euridice?” Tasso sprankelt door de regie van Theu Boermans, maar vooral doordat er zo knallend goed wordt gespeeld. Het brok boze roze gevoeligheid Joris Smit valt het meest op. Maar Sallie Harmsen ook. En Hannah Hoekstra. En Bram Suijker. En Van Dillen die speelt alsof hij met zijn rug de deur naar zijn emoties dicht probeert te houden.
Niet zeggen. Ja, ik doe het wel.
Dit zijn ze: de nieuwe generatie acteurs. Modern. Hyper. Licht. Hypertaalgevoelig. Beeldvullend. Vol uitbottend talent.

Joyce Roodnat

NRC Handelsblad

Recensie Tasso ★★★
Deze moderne Tasso moet het hebben van het uitstekende acteerspel van de jonge cast.

Tasso van het Nationale Toneel begint prachtig. In een ooit majestueuze,
maar nu afgetuigde 18de- eeuwse kamer hebben vier jongeren zich verschanst rond een Smeg-koelkast vol champagne.
Alfonso, leider van het stel, runt vanuit deze ruimte zijn bedrijfje All Fonso. 'Connect the world', staat groot geprojecteerd op een doek. Alfonso (hoodie, glimmende sneakers) is vergroeid met zijn smartphone, hij is steenrijk en gul. Hij onderhoudt zijn ziekelijke zus Leonore, een vriendin en de kunstenaar Tasso, die van zijn mecenas de vrijheid krijgt om te maken wat hij wil. Met zijn laatste meesterwerk hoopt Tasso (rokend, warrig haar) Leonore te kunnen veroveren.
Regisseur Theu Boermans plaatst Goethes Torquato Tasso (1790) dus nadrukkelijk in de moderne tijd. En dat helpt om deze personages en hun beweegreden te leren kennen. Ze voelen al snel vertrouwd. Dat is vooral te danken aan de acteurs. Ongetwijfeld onder intensieve begeleiding van hun regisseur spreken ze Goethes kunstmatige vierregelige toneelzinnen zo vanzelfspreken en helder uit, alsof ze in het dagelijks leven niet anders doen - een lust voor het oor.
Alleen is het iets te veel van het goede. Naarmate de voorstelling vordert - en Boermans neemt met drie uur flink de tijd - is het moeilijk om door de vele dialogen het drama nog te zien. Kunstenaar Tasso gedraagt zich steeds onuitstaanbaarder en brengt de andere personages, die eerst tegen deze 'vrije geest' opkeken, in verwarring. Hetzelfde geldt helaas voor de toeschouwer. Uiteindelijk is nauwelijks nog te volgen wat iedereen van elkaar wil.
Met Tasso vroeg Goethe zich af wat de plek van een kunstenaar is in het
spanningsveld tussen autonomie en commercie. Nog altijd een zeer actuele vraag. Met zijn regie bij het Nationale Toneel geeft Boermans hierop wijselijk geen rechtlijnig antwoord. In plaats daarvan richt hij zich op de ondergang van een kunstenaar die juist geen keuze hierin durft te maken.
Deze Tasso wordt door Joris Smit op een allesbehalve sympathieke manier gespeeld. Een aansteller is het, egocentrisch en soms een halve wilde. Zijn vrienden zijn leuker. Met name Alfonso valt op, met flair gespeeld door de pas afgestudeerde Bram Suijker.
Noemenswaardig is ook het prachtige lied dat Sallie Harmsen (als Leonore) zingt. Justus van Dillen en Hannah Hoekstra complementeren de jonge cast van deze Tasso, een voorstelling die het al met al moet hebben van het uitstekende acteerspel. 

Vincent Kouters

De Volkskrant

Onaangepast richting ravijn ★★★★

Goethe worstelde met een dilemma door zijn aanstelling aan het hof van Weimar. Hoe zijn vrije geest te combineren met gedienstigheid. En dan nog die onmogelijke liefde voor een hofdame!
In 1789 verwerkte hij zijn innerlijke strijd tot een toneeltekst. Daarvoor trok hij de Italiaanse dichter Torquato Tasso uit de mottenballen. Die woonde twee eeuwen eerder aan het hof van hertog Alfonso van Ferrara, zijn mecenas, onder wiens vleugels hij het epos Jeruzalem Bevrijd tot stand bracht. Het maakte hem in één klap beroemd. Hij leed echter groots onder zijn liefde voor de zus van de hertog, en werd door Alfonso tot waanzinnige bestempeld en voor zeven jaar opgeborgen.
Regisseur Theu Boermans trok voor het Nationale Toneel Goethes stuk over de botsing van ‘zwevend' talent met de harde realiteit naar het nu. Of nee, hij maakte een uitgekiende mix van toen en nu: mooie Goethestrofen tegenover 21ste-eeuwse kretologie, een 18de-eeuwse jas naast een elektrische gitaar – het ene moment licht en humoristisch, de andere keer gedragen, ontroerend. Mooi passend als geheel.
Joris Smit, vroeger actief bij het NNT en hard op weg een Groot Acteur te worden, is bewonderenswaardig als Tasso, die hij neerzet als een getormenteerde kunstenaar in een geestelijke eenzaamheid die aan die van Van Gogh doet denken.
Hij is niet in staat zich aan te passen. Een kloof gaapt met Alfonso (Bram Suijker) - hier neergezet als snelle internetondernemer - en zeker met hofhuisvriend Antonio (Justus van Dillen), een politicus die slechts denkt in materiële zekerheden en vindt dat kunst daarvan in dienst moet staan. Het leidt tot heftige en hilarische botsingen. Ze staan voor enerzijds de zuivere kunst die zich niet aan de nieuwe tijd wenst aan te passen, anderzijds het type politicus voor wie cultuur ophoudt bij Tom Clancy en Metallica. Onoverbrugbaar. Smit eindigt indrukwekkend in zijn echec met hertogszus Eleonore. Tasso denkt haar voor zich te hebben gewonnen. Nee. Dat culmineert in een nare bijna-verkrachting, en in zijn mentale ondergang.
Hij is niet in staat zich aan te passen. Een kloof gaapt met Alfonso (Bram Suijker) - hier neergezet als snelle internetondernemer - en zeker met hofhuisvriend Antonio (Justus van Dillen), een politicus die slechts denkt in materiële zekerheden en vindt dat kunst daarvan in dienst moet staan. Het leidt tot heftige en hilarische botsingen. Ze staan voor enerzijds de zuivere kunst die zich niet aan de nieuwe tijd wenst aan te passen, anderzijds het type politicus voor wie cultuur ophoudt bij Tom Clancy en Metallica. Onoverbrugbaar. Smit eindigt indrukwekkend in zijn echec met hertogszus Eleonore. Tasso denkt haar voor zich te hebben gewonnen. Nee. Dat culmineert in een nare bijna-verkrachting, en in zijn mentale ondergang.
In een enkele conversatie slaat de brede aanpak net te ver door, naar stijlbreuk, maar voor het overige is de prestatie van het jonge ensemble fantastisch lesmateriaal voor alle theaterscholen en blijft Tasso voor het publiek hopelijk lang op het repertoire. In de stijl van Hans Teeuwen: ze zeggen van Boermans dat hij er wat van kan, maar die Goethe moet je ook niet onderschatten.

Eric Nederkoorn

Dagblad van het Noorden

Goethe’s „Tasso” wordt triomf van jonge acteurs

Eén van de grote pluspunten van Goethe’s „Tasso” bij het Nationale Toneel: vijf jonge acteurs van het gezelschap, met weinig of geen ervaring in het in taal gebeeldhouwde versdrama, laten zien daar helder en herkenbaar modern theater mee te kunnen maken. Hun verdienste, die van vertaler Tom Kleijn en regisseur Theu Boermans die de problematiek van de grote Duitse dichter knap inzichtelijk maken in Theater aan het Spui.
„Tasso” is het verhaal van de kunstenaar aan het hof van zijn mecenas, de hertog van Alfonso van Ferrara. Zijn subsidiënt, zeg maar, die hem ‚claimt’, met hem pronkt, tot op zekere hoogte kan leven met de ‚gekte’ van diens kunstenaarschap, maar wél verwacht dat Tasso nu eindelijk met dat aan hemzelf opgedragen epos aan komt zetten. Aan het hof is Antonio de raadgever van de vorst, een zakelijk ‚no nonsense’-type, die Tasso eigenlijk maar een klaploper en een uitvreter vindt, en aan hem, aan zijn hand, in het gareel van dienstbaarheid wil dwingen. Tasso raakt beklemd tussen de prestatiedwang, de uiteenlopende verwachtingspatronen, de spelregels van het hof, zijn liefde voor Leonore, de zuster van de hertog, en zijn eigen drang naar vrijheid.
Het is het verhaal van de renaissance-dichter Torquato Tasso, het verhaal van Goethe zelf en het wordt in Boermans’ regie een uit de tijd van ontstaan (1789) opgetilde parabel van vrijheid, verantwoordelijkheid, egoïsme en harmonie, gevoel en verstand. Subtiel zoals Boermans dat doet. Het toneelbeeld laat een atelier-achtige chaos zien, panelen, gipsen bustes, een trap omhoog die geen verbinding met verder biedt. Hertog Alfonso koketteert met kunst, praat via z’n gsm in diverse talen met kunstliefhebbers en belangrijken der wereld, verzamelt niet alleen Tasso’s, maar ook Warhols en Basquiats, Antonio is de gladde zakenman-politicus, die de bandeloosheid aan banden wil, Leonore ligt in de knoop met de liefde en zichzelf, zoekt redding bij Tasso, de tweede Eleonore aan het hof zoekt bij hem bevestiging, herkenning en een ‚springplank’. Boermans injecteert de zware stof soms met aangename ironisering. Tegen het slot draait hij zijn tijdloosheid een stukje terug in een weer opdoemende klassieke kostumering van ‚hoe het ooit was’.

Gevoelsnuances
Ronduit knap is hoe hij in zijn regie deze toch in feite als ‚leesdrama’ geconcipieerde tekst, uit elkaar gepulkt heeft, alle gevoelsnuances erin een nieuwe fysiek geeft. Met een steeds wisselende balans in de verhoudingen levert dat modern en beweeglijk toneel op van jonge mensen zoekend naar en vechtend met de vormgeving van hun leven. En je kijkt met bewondering hoe het ‚jonge volkje’ van het Nationale Toneel er zijn triomf van maakt: Joris Smit, tussen emotionele bevlogenheid, woest protest en irritatie als de kunstenaar Tasso, Bram Suijker niet onsympathiek maar ‚poenerig’ als de hertog, Sallie Harmsen, kwetsbaar en tragisch als Leonore, Hannah Hoekstra, knap in haar egocentrische zelfbewustheid, Justus van Dillen, glad, provocerend, maar ook pragmatisch zoekend naar een ‚poldermodel’ van leven. De nuances in hun spel zijn verademend in een tijd waarin de jonge toneelgeneratie toch vooral opgroeit met het realisme van het huis-, tuin- en keukenacteren.
Muziek speelt een bindende rol tussen een aantal scènes: een ‚traditional’ die Nina Simone ooit bracht, de Euridice-aria van Glück in countertenor gezongen door Justus van Dillen, Joris Smit ‚croonend’ aan de piano met de aloude ‚jazzstandard’ ‚Angel Eyes’ (1946, Matt Dennis) en tot slot het a capella gebrachte lied ‚In einem kühlen Grunde’, zoals de Comedian Harmonists dat ooit deden in de jaren dertig. Fraai gedaan en een opvallende keuze die deels associatief lijkt, deels bepaald door atmosfeer en de mogelijkheden van de acteurs. En misschien als antwoord op dit gevecht tussen vrijheid en beperking dat in de harmonie van de muziek is gestold. 

Bert Jansma

Den Haag Centraal

Boermans' Tasso is een afgeknepen Ferrari ★★★

Enkele jaren geleden deed ik mee aan een debat dat was georganiseerd door Groningse studenten ondernemingsrecht. Wat mij vooral trof was hun dracht: de mannen in donkere pakken, de vrouwen in dito rok en jasje. Ze droomden allemaal van een loopbaan bij een van de grote advocatenkantoren aan de Zuidas, en hadden in hoopvolle afwachting alvast het bijbehorende uniform aangetrokken.

Ik moest aan ze denken tijdens Theu Boermans’ bewerking van Goethes Torquato Tasso met het Nationale Toneel. De première was in het Haagse Theater aan het Spui, maar de eerste voorstelling in Amsterdam werd opnieuw als zodanig gevierd, met prosecco vooraf, hapjes na afloop en veel prominente gasten. Het was de feestelijke inwijding van het verbouwde Compagnietheater aan de Kloveniersburgwal. Boermans was dertien jaar lang vaste bespeler, eerst met De Trust (1996-2001) en daarna met de Theatercompagnie (2001-2009), en hij zit nog steeds in de directie van het theater.

Bovendien maakte hij daar in 1997 een Hamlet die een moderne klassieker is geworden. De titelheld, gespeeld door Jacob Derwig, bleef wie hij was, maar zijn omgeving was de wereld van het nieuwe geld, van de Quote-500 en de Miljonairs Fair. Claudius en Gertrude met een vlotte babbel in een Elseneur vol chesterfield-banken en lijfwachten met ‘oortjes’ en spiraalsnoer. Rosencrantz en Guildenstern als olijke corpsballen, met een knipoog naar Soldaat van Oranje, toen nog alleen een boek (1971) en een film (1977). Een echte Shakespeare, gecombineerd met een beeld van, en commentaar op, die tijd. Precies in balans. Voor wie er bij was – en dat waren er velen, destijds – was het een onvergetelijke voorstelling.

Goethes Torquato Tasso, gepubliceerd in 1790 maar pas in 1807 voor het eerst gespeeld, is geënt op het leven van de gelijknamige Italiaanse dichter (1544-1595), die een archetype werd van de even briljante en innemende als neurotische, onaangepaste en onmogelijke kunstenaar. De echte Torquato groeide op aan de verfijnde hoven van de renaissancistische Italiaanse stadsstaten. Kardinaal Luigi d’Este nam hem onder zijn hoede, evenals de prinsessen Lucrezia en Leonora van hetzelfde huis.

Torquato’s grootste en vooral meest geduldige weldoener was echter hertog Alfonso II van Ferrara. Vooral dankzij Alfonso’s steun kon Tasso ettelijke tijdloze meesterwerken produceren, met name het epos in verzen Gerusalemme Liberata (Bevrijd Jeruzalem). Toch bleef hun verhouding stormachtig en rijk aan incidenten. Uiteindelijk liet Alfonso de dichter als een geestelijk gestoorde opsluiten in een klooster, waar hij zeven lange jaren moest verblijven.

Goethe laat, behalve de dichter zelf, Alfonso en de twee prinsessen opdraven in zijn stuk, en daarnaast nog Antonio, een geslepen diplomaat en politicus in Alfonso’s dienst. Boermans sleurt de hertog naar het nu door van hem een steenrijke internetondernemer te maken, die continu via de smartphone babbelt met zakenpartners in het Engels, Italiaans en Japans. De prinsessen zijn getransformeerd tot Eleonore, Alfonso’s gretige trophy wife, en de serieus-kwijnende Leonora, die de dichter tot haar project heeft gemaakt. Twee invoelbare, maar ook verwend-verveelde vrouwen. Antonio ten slotte is bij Boermans een Zuidas-closetnicht, uit verzet tegen zijn onderdrukte ware aard strak in het pak, politiek reactionair en door en door vals.

Zelfs de dichter wordt hier een vlotte, welbespraakte boy. Tasso heet Boermans’ bewerking dan ook kortweg – het zou de bijnaam kunnen zijn van de populairste leerling van een school als het hoofdstedelijke Barlaeus Gymnasium. Het is allemaal goed gedaan. De jonge acteurs spelen hun rollen pront en energiek in een fraaie en ingenieuze scène, met weer zo’n chesterfield, en zingen er af en toe een liedje bij. Justus van Dillen als Antonio krijgt zelfs tussentijds applaus voor zijn falset-versie van een aria uit Glucks Orfeo ed Euridice.

Maar hij moet zich ook tot het publiek wenden met plechtstatige volzinnen, meteen na een bijna-verkrachting. Goethe schreef een ideeënstuk in jambische verzen, over de spanning tussen de kunstenaar, die vrijheid van werken en denken zoekt, en zijn mecenas, die hem vooral ziet als een voertuig voor zelfverheerlijking. Anders dan bij Shakespeare wringt hier de tekst met de moderne vormgeving. Die blijft daardoor een te dun vernis. Het is wel grappig, dat achterdoek met het logo van internetbedrijf ‘All Fonso’s Network’. Maar het verdwijnt al snel uit de voorstelling, en na de pauze verruilen de spelers hun power suits voor achttiende-eeuwse pruiken, jurken en pofbroeken.

Boermans wil de Nederlandse theaterwereld een spiegel voorhouden. Hij ziet een directe lijn lopen van Tasso’s onvermogen tot aanpassing naar de huidige tijd van verdwijnende subsidies. ‘De bezuinigingen krijgen de schuld,’ zegt hij in een interview met NRC Handelsblad, ‘maar ons afvragen waar we het contact hebben verloren met de werkelijkheid is er nauwelijks bij.’ Problematisch aan die vergelijking is de titelheld.

Tasso is een artistieke Balotelli, Alfonso zijn Abramovic, die Tasso’s grillen op de koop toe neemt omdat diens meesterschap ook op hem afstraalt, en zijn eigen status verhoogt. Zo ver is het Nederlandse kunstenmecenaat, dat zich schuchtertjes heropricht, nog lang niet gevorderd. Zeker niet in het toneel. Een ‘topkunstenaar’ als Tasso zou ook geen omstreden figuur zijn, maar juist een held in het nieuwe kunstenplan zoals ontworpen door VVD-subsidieslasher Halbe Zijlstra.

Tasso bereikt nergens de perfectie van die legendarische Hamlet. Het is een Ferrari die is afgeknepen tot maximaal honderd kilometer per uur. Misschien schuilt daarin wel de boodschap van deze voorstelling – onbedoeld, maar o zo belangrijk. In 1997 hield de mix van nieuw geld en oude mores, van proleten en aristocraten, nog een belofte in van een nieuwe sociale dynamiek. Zeventien jaar later, en alweer zes jaar na de kredietcrisis, ervaren wij vooral stagnatie. Zelfs een schrandere, beweeglijke theatermaker als Theu Boermans loopt met die loden bal aan zijn voet. Zeventien jaar later regeert de angst, die eagere, intelligente Groningse studenten tot een veel te vroeg conformisme drijft. 

  

Joost Ramaer

Theaterkrant.nl

Please reload

bottom of page